Afscheid van een Sobat (vriend)

Sobat Rob Griët   “Lieve Liz, Michel/Kim, Marie-Christine, Maurice en lieve andere familie. Bij het KNMI-afscheid van Paul 11 jaar geleden had alleen ik de eer om Paul toe te mogen spreken. Bij deze voor ons toch droeve gelegenheid is het voor mij een nog grotere eer om Paul met enkele woorden uit te mogen zwaaien”.

Paul leerde ik op het KNMI kennen en ook al was ik 8 jaar jonger, ons Nieuw-Guinea verleden zorgde meteen voor een sterke verbondenheid. Met al zijn geduld en wijsheid leerde hij me wolken te herkennen, wolkenhoogte en zicht te schatten. Maar als 31 jarige was ik net een kleine jongen vol aandacht, zodra hij weer vertelde over zijn levens geschiedenis.

Zijn vader verrichtte nog zendingswerk op Ceram, toen Paul direct na de 2de Wereldoorlog op het eiland Ambon in de kost ging om in Kota Ambon naar de Europese Lagere School te gaan. Dat is maar een jaar of 2 geweest, want Pa Lekransy werd door de kerk opgeroepen om het Evangelie in Merauke, Nieuw-Guinea te verkondigen. Moeder Lekransy vond in Merauke werk als onderwijzeres op de Autochtone Lagere School, maar de kinderen Lekransy konden naar de Europese Lagere School waar Nederlands de voertaal was.

Indonesië kreeg zijn onafhankelijkheid en de Nederlandse regering verlegde haar aandacht naar dat verre onbekende Nieuw-Guinea. Zo kwamen er meer Nederlanders naar de overgebleven kolonie in de Oost. Het gevolg was wel dat er voor de kinderen Lekransy opeens geen plaats meer was op de Europese Lagere School. Van de ene op de andere dag moesten ze verkassen naar de Autochtone Lagere School, waar het onderwijs alleen maar in het Maleis werd gegeven. Na de ALS ging Paul, als 12-jarige, naar de Opleiding voor Dorps Onderwijzers in FakFak. Een plaats op West Nieuw-Guinea, enige dagen varen bij Merauke vandaan. Er was nog geen vliegveld in Fak Fak en vanuit het schoolinternaat kon Paul alleen met Kerst en in de grote vakanties naar huis.

Onderwijzer is Paul nooit geworden, want na het volbrengen van de 3-jarige opleiding kwam hij terug naar Merauke en kreeg samen met 4 andere knapen de kans om op het vliegveld van Merauke opgeleid te worden tot weerwaarnemer. Na de opleiding kwam hij als 16-jarige terecht bij de Meteo in Biak. Weer ver van huis, maar samen met andere jonge gasten uit verschillende delen van Nieuw-Guinea, waaronder ook zwager Tjak, was het niet echt te zwaar en bijna altijd dolle pret. Werken op een internationaal vliegveld als Mokmer had natuurlijk ook zijn charme en gaf de jongelui heel wat aanzien bij het andere geslacht. Het is niet altijd rozengeur en maneschijn geweest. Er waren immers ook detacheringen naar verre uithoeken van het eiland. Hier in de Bilt sprak Paul er vaak heel romantisch over, maar wat zal hij eenzaam zijn geweest o.a. daar in de Baliemvallei en op dat verre eiland Mapia.

Toen Nieuw-Guinea in 1962 verkwanselt was aan Soekarno, kwam Paul met een stel Meteo-maten naar Nederland. Helaas bleek ook hier het koloniale tijdperk nog niet te zijn afgesloten. Al die donkere Meteo-jongens, toch met minimaal 6 jaar ervaring in hun rugzak, konden op het KNMI slechts verder in de kelder. Letterlijk en figuurlijk, want ze waren alleen goed voor simpel ponswerk of het gesjouw van oud papier. Slechts een enkeling is daarom op het KNMI gebleven. Paul, een zondagskind zoals hij zichzelf vaak betitelde, was die eerste KNMI week ziek. Toen hij zich beter meldde was er geen plaats meer in de kelder en zo kwam Paul op de Bibliotheek terecht. Met een heel sociaal mens als chef, die hem aanraadde de avond-MULO te gaan volgen. Dat is een zware tijd geworden.

Hij leerde in die periode immers Liz kennen en zijn hoofd stond eigenlijk niet echt naar studeren. De beloning voor al die studie uren is er geweest. Paul kwam uiteindelijk voor de helft terecht bij de Klimatologische Dienst en voor de andere helft bij de Operationele Dienst. Dat leverde direct meer centen op, zodat hij nu ook kon trouwen met Liz. Zelf afkomstig van de Grote Vaart, was ik bij de Operationele Dienst van het KNMI gekomen omdat ik met het weerschip Cumulus naar zee wilde. Paul, was daar heel toevallig ingerold. Na een reorganisatie kozen veel oude vaargasten uit de natte ploeg voor een baan op de wal. Met de Cumulus als 2de op zijn voorkeurslijst geplaatst stond hij opeens bovenaan de vaarlijst. Maar Paul zou zichzelf niet zijn geweest om te mekkeren of terug te krabbelen, ondanks Liz en een paar opgroeiende jonge kinderen thuis.

Kan me onze eerste Cumulus reis samen, nog heel goed herinneren. Net voor vertrek had ik het boek “Istori istori Maluku” gekocht (verhalen uit de geschiedenis van de Molukken). Een ieder, die Paul kent weet dan wel, dat je bij hem een nog dikker boek aan geschiedenis openslaat. Uren, dagen en weken hebben we het over één van onze hobby’s, de geschiedenis van Indonesië, de Molukken en Nieuw-Guinea in het bijzonder, kunnen praten. Samen in interesse en liefde voor al die volkeren van ons moederland, zijn we echte SOBATs geworden.

Op het KNMI kennen we jou, Paul, als een hele vriendelijke man en heel bijzonder mens. Dit was blijkbaar ook een reden om je af te wijzen voor de functie van Wachtchef op de Weerkamer. Wisten die sufferds veel, dat Paul een innerlijke beschaving met zich meedroeg, die hem nooit had geleerd om zichzelf op de borst te kloppen of zichzelf te verkopen? Sorry Liz, weet dat jij Paul natuurlijk ook in een andere hoedanigheid kent. Die bazige tik af en toe, hebben hij en ik hoogstwaarschijnlijk overgehouden aan een oude koloniale erfenis. Vergeef het ons!

“Paul je bent in 1994 met pensioen gegaan. De dubbel tellende tropenjaren maakten de 40 dienstjaren mooi vol. Helaas heeft je gezondheid je daarna enigszins in de steek gelaten. Ook al leefde je op geleende tijd, Janny en ik waren iedere keer weer blij als je vertelde van nieuwe vakantie plannen en we weer een mooie ansichtkaart uit verre oorden, met dat fraaie handschrift van je, op de deurmat zagen ploffen. Jij positivo, maakt dat ook ik nu tevreden van mijn pensioen ga genieten, al waren deze eerste 2 weken van mijn pensioen, heel erg moeilijk om je zo beroerd in dat ziekbed te zien liggen. Weet dat je nu, met je sterke geloof in De Heer, op weg bent naar zijn Koninkrijk. Goede vaart en een behouden aankomst. Ouwe maat, ………… sobat keras voor altijd, ……………. AMATOO”

Naar Startpagina

In Memoriam PAUL LEKRANSY

22 november 2005
om 12.57 uur is heen gegaan:

PAUL LEKRANSY


Paul is 66 jaar oud

Paul, God heeft ons jarenlang geluk gegeven
al werd verdriet ons niet bespaard.
Van pijn verlost mag jij nu bij Hem leven,
ons in Zijn hoede achterlatend, wel bewaard

“we love you” atas nama keluarga besar Lekransy

———————————————————————————————————–

Zaterdag 26 november 2005 wordt Paul begraven op de Algemene Begraafplaats Brandenburg.
Voorafgaand, wordt om 12.00 uur de afscheidsdienst gehouden in de Opstandingskerk aan de 1e Brandenburgerweg te Bilthoven.

In memoriam voor een vriend.

Rust nu maar uit je hebt je strijd gestreden.
Je hebt het als een moedig man gedaan.
Wie kan begrijpen, wat je hebt geleden.
En wie kan voelen, wat je hebt doorstaan?

Rust nu maar uit – je taak is afgekomen;
vandaag heeft God de kroon op ’t werk gezet
dat je eenmaal in Zijn kracht hebt ondernomen.
De zin was af. God heeft een punt gezet.

Maar ’t valt ons moeilijk om de zin te vatten
van ’t zwijgen van je laatste harteklop.
Misschien alleen maar dit: De afgematten
en moeden varen als met arendsvleug’len op…

Nel Benschop

Naar Jesaja 40:31 “maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht:hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar,hij loopt, maar wordt niet moe,hij rent, maar raakt niet uitgeput”

Naar Startpagina

BC Ouderkerk 25 Jaar

Link met het onderwerp: “trainer van BCO”

Jubilerende Badminton Club Ouderkerk nog altijd springlevend
“Sterke binding is er nog steeds”

door: Jan Timmer

Ouderkerk – Teun en Jannie Brouwer zien zichzelf nog door het dorp Ouderkerk lopen met pamfletten waarin ze de badmintonsport promoten.
Nu, 25 jaar later, zijn ze nog altijd lid van de vereniging die ze ooit samen oprichten: Badminton Club Ouderkerk. Op 26 november a.s. wordt het jubileumfeest gevierd in thuishaven De Drie Maenen.

“Voordat we in Ouderkerk met badminton aan de slag gingen, waren we lid van
BC Lekkerkerk” vertelt Teun Brouwer (52). “Toen echter in 1980 in ons eigen dorp een sporthal werd gebouwd, begon het flink te kriebelen. We namen contact op met de beheerscommissieleden Voorspuij en Vriens en kregen van hen alle steun om te proberen een Ouderkerkse badmintonclub op poten te zetten. Voorwaarde was wel dat we minstens vijftig enthousiastelingen moesten zien te strikken” “Nou, dat was geen probleem,” grijnst Janie Brouwer(48) breeduit. “Binnen twee weken zaten we al aan dat aantal. Niet lang daarna werd BC Ouderkerk officieel opgericht”

Wim Breedveld was 19 toen hij zich aanmeldde bij de kersverse badmintonclub in zijn woonplaats. “Voordien deed ik aan voetbal en keek ik een beetje rond bij het volleybal, maar beiden konden me niet echt bekoren. Badminton daarentegen boeide me meteen. Ik werd dus lid en dat ben ik nog steeds. Tegenwoordig leid ik zelfs de vereniging als voorzitter. Ruim een maand geleden ben ik zoals dat heet geïnstalleerd”. Volgens mijn vrouw werd het hoog tijd dat ik eens iets ging doen voor de vereniging, ha..ha… Dat maak ik dus waar.”

Teun Brouwer was ooit de eerste voorzitter van het 105 leden tellende shuttleaarsbolwerk aan de boorden van de Hollandsche IJssel. De tijd van toen is niet meer te vergelijken met het heden, weten Teun en zijn vrouw. “De echte gezelligheid van destijds heb je nu minder”, vindt Jannie Brouwer. “Toen zaten we na een speelavond vaak tot diep in de nacht te borrelen. En ging de kantine dicht dan zetten we het feestje thuis voort.
Aan de andere kant moet ik ook vaststellen dat bc Ouderkerk nog altijd een club is waar ik met plezier lid ben.Teun en ik voelen ook na vijfentwintig jaar een sterke binding. Zal wel nooit meer overgaan.”
In het gezelschap van Teun en Jannie en Wim Breedveld is bestuurslid Coby Geneugelijk niet alleen de jongste in jaren (39) maar ook de benjamin qua badmintonseizoenen. “Ik sloot me zo’n twaalf jaar geleden bij de club aan”, vertelt ze. “Wat me direct in de vereniging aansprak was de gemoedelijkheid onder elkaar.
Ik heb het dan ook nog altijd erg naar mijn zin.”

Coby Geneugelijk, Wim Breedveld, Jannie en Teun Brouwer

Jeugd
Het vernieuwde bestuur van bc Ouderkerk kijkt niet alleen terug op de historie van de club, men blikt ook vooruit in een poging om de juiste toekomstlijn uit te kunnen zetten. “Een heel belangrijk speerpunt in het beleid is ‘de Jeugd’ “, stelt Wim Breedveld.
“We maken ons met name zorgen over de overgang van de jonge spelers naar de seniorenafdeling. Dat proces verloopt de laatste jaren moeizaam. Het grote probleem was dat veel jongeren de mogelijkheid om wat bij te verdienen laten prevaleren boven hun badmintonhobby. Mede daardoor zij we onderweg teveel jonge, veelbelovende spelers kwijtgeraakt.

Die tendens moet omgebogen worden, van daar dat we een aantal maatregelen nemen. Eén daarvan is de vorming van twee jeugdselectieteams, die we op woensdagavond laten trainen onder leiding van onze hoofdtrainer Annis Lekransy. Uiteindelijk moet dat ertoe leiden dat deze spelers soepeler dan voorheen doorstromen naar één van onze vijf senioren competitieteams. Op die manier krijgen we verversing in de wedstrijdgroep, doen we aan ledenbehoud en houden we de vereniging gezond.”

Over gezond gesproken: BC Ouderkerk heeft daar een wel heel bijzondere financiële pijler onder staan: De jaarlijkse geraniumverkoopactie. Teun Brouwer: “We zijn zo’n tien jaar geleden begonnen met het opzetten van deze actie. Iedere keer brengen we zo’n 4000 – 5000 exemplaren aan de man of vrouw. De inkomsten die dat oplevert zijn van levensbelang voor de club.
Waar andere verenigingen geld genereren via sponsors, doen wij met deze planten. Hetgeen overigens niet wil zeggen dat we de support van het bedrijfsleven niet kunnen gebruiken. Elke vorm van steun wordt gewaardeerd. Schrijf dat maar op.”
——————————————————————————————————-

Jubileumfeestavond
Op zaterdag 26 november zwaaien de deuren van De Drie Maenen wijd open voor de jubileumfeestavond van de Badminton Club Ouderkerk.
Tussen 20.00 uur en 21.00 uur worden vooral veel oud-leden verwacht bij een “reünieachtige” samenzijn met buffet.
Vanaf 21.30 uur krijgt de feestelijke happening een extra dimensie wanneer een zevenkoppige band voor een lekker stuk muziek zorgt.
Oud-leden, die zich nog niet hebben aangemeld, kunnen terecht bij Wim Breedveld, preses van BCO en voorzitter van de feestcommissie. Wim is te bereiken op 06-53 37 39 42.

Naar Startpagina

Terugblik: OPEN DAG Maluku Lari.

97379571_2_puo8_2OPEN DAG Maluku Lari op zaterdag 05 november 2005, begint voor de Maluku Lari lopers en sponsoren, om 17.00 uur. Met een kopje koffie en koekjes, wordt het startschot gegeven. Daarna wordt het Moluks eten geserveerd. De dames uit Krimpen aan den IJssel hebben tijd noch moeite gespaard om al dit lekkers op tafel te brengen.

Dames mijn “djempol” (vrij vertaald, pluimpje) hoor. Ook mijn “djempol” gaat naar : – MC Mozes, die de presentatie voor zijn rekening neemt. – Veilingmeester Marsius Latupeirissa, die zijn ervaring en charme als DJ Marsius, goed weet te gebruiken om het aangeboden waar, tegen zo hoog mogelijke prijs aan de man/vrouw te brengen. – De band Jusagroove, voor hun muziekale prestaties. – De Maluku Lari organisatie, die dit alles heeft gerealiseerd.

De sfeer is erg ontspannen en gezellig, nieuwe kennissen worden gemaakt, of hernieuwde kennismaking. Natuurlijk wordt er veel met elkaar gepraat en natuurlijk, het kan niet anders ….. over hardlopen. Ik zelf heb een ‘oude’ sportkennis ontmoet, Jan Timmer. Jan Timmer is sportjournalist van de regiobladen. Jan en ik kenden elkaar uit onze actieve badminton periode, als speler en als trainer. Jaren later heb ik hem als trainer vervangen bij BC Shuttlek, Krimpen aan den Lek. De laatste ontmoeting, was tijdens de verkiezing van Sportman/vrouw, -team van het jaar in de Drie Maenen in Ouderkerk aan den IJssel, waar hij als presentator van die avond was. Het eerste team van BC Ouderkerk, waar ik trainer van was en nu weer ben, was toen genomineerd als het beste Team van het jaar. Vandaag is hij hier als sportjournalist, van hem is het volgende verslag.

Maluku Lari bindt Molukse lopers. (Jan Timmer)

Jan_t_2Krimpen a/d IJssel – In 1991 besloot een groep Molukse lange afstandlopers op informele wijze met elkaar op te gaan trekken rondom trainingen en wedstrijden.
Nu, veertien jaar later, heeft dat initiatief geleid tot een bloeiende vriendenclub onder de naam Maluku Lari (=Molukse Hardlopers). Zaterdagavond presenteerde het gezelschap zich met een open huis in het gebouw van Stichting UMAM in Krimpen aan den IJssel.

Jan Timmer:”Dat Molukkers een gastvrij en hartelijke gemeenschap vormen, is bij insiders allang bekend en werd zaterdagavond maar weer eens bevestigd”. Tussen de speeches en de dvd-presentaties door worden de aanwezigen voortdurend verwend met smakelijke hapjes dito gerechten. Het programma dat Maluku Lari de bezoekers – onder wie diverse sponsors, de Krimpense wethouder Blankenberg, en atletiektrainer Wim Akkermans – voorschotelt, is al even goed consumeerbar.

“Tijdens een wedstrijd in Brussel liep ik ooit Ronald Matulessy, een andere Molukse atleet, tegen het lijf” vertelt Capellenaar en atletiekliefhebber Joseph Telussa. “Samen filosofeerden we bij die gelegenheid wat over het samenbrengen van Molukse lopers en de oprichting van een vriendenclub. Want wat is nu leuker dan in een vrijblijvende sfeer sportief met elkaar op te trekken ?”

Kennelijk dachten meer mensen zo positief over het initiatief. “Er kwamen van lieverlee steeds meer lopers bij ons terecht,” aldus Telussa. “Prachtig was ook dat we gebruik konden maken van een sportaccommodatie met kantine en kleedruimten in Capelle aan den IJssel. Vanaf dat complex van de voormalige voetbalclub FC Maluku reisden we ook af naar bijvoorbeeld marathons”.

Los-vast.
Maluku Lari is zeker geen ‘gewone vereniging’ waar leden contributie betalen, een clubblad ontvangen en te maken hebben met een bestuur. “Niets van dat alles hebben wij” weet Ronald Matulessy, één van de mensen achter het hardloopensemble. “het enige wat wij willen is Molukse atleten bij elkaar brengen om bijvoorbeeld samen naar wedstrijden te reizen en informatie over trainingen en zo uit te wisselen. De contacten met elkaar onderhouden we via de E-mail”

Maluku Lari hield zich de voorbije jaren ook bezig met bijeen garen van geld voor goede doelen. De laatste sponsorloop een 108 kilometer lange estafette-run van Apeldoorn naar Vught op 24 september jongstleden – bracht liefst € 18.750,00 in het laadje. Een deel van het geld ging naar een wereldvoedselprogramma, een ander groot deel kwam ten goede aan de opleidingskosten van een groep Molukse verpleegkundigen die in Nederland hun studie volgen.

De bijzondere sponsorloop werd mede georganiseerd door de bekende ultra-loper Wim Akkermans. “We hebben een geweldige dag met elkaar beleefd” aldus de inwoner van Vught. “Mijn herinnering er aan is zelfs zo goed dat ik Maluku Lari en Atletiek Vereniging Krimpen bij deze toezeg op 17 juni 2006 mee te zullen werken als zij een sponsorloop organiseren ten behoeve van een school op de Molukken.
Daarnaast biedt ik de lopers van Maluku Lari twee trainingssessies met lunch in het voorjaar aan. Ze zijn van harte Welkom in Vught.” “Toch leuk, zo’n aanbod” glimlacht Joseph Telussa. “We zullen er met plezier gebruik van maken.”

Naar Startpagina

TNS eilanden, in de 2e WO

(Bron: The Netherlands Ex-Servicemen & woman’s Association Australia)

In de 2e wereldoorlog werkte een groep Nederlanders in nauwe samenwerking met Indische Nederlanders en Indonesiërs aan het verzamelen van inlichtingen in het te bezetten gebied.
Op vele manieren werden gevaarlijke en moeilijke opdrachten uitgevoerd.
Hierover is in 1985 een boek verschenen “Acties in de Archipel”.
NEFIS was de naam voor Netherlands Forces Intelligence Service. Elke bepaalde richting van aanpak had een eigen codenaam. Uit dat boek volgt hier zomaar een stukje over “Turnip”, een van die acties..

Turnip opereerde in de loop van haar bestaan ook op de eilanden Teun en Serua.
Het Nefis III (Netherlands Forces Intelligence Service) verslag van 3 november I944 gaf aan dat de ploeg zeer bevredigende resultaten behaalde en vele waardevolle inlichtingen verzamelde over onder andere Ambon en Ceram: ‘Een prauw, die enige tijd geleden naar Ambon vertrokken was, is zojuist teruggekeerd met zeer waardevolle intelligence-berichten’.
Enige moeilijkheden hebben zich voorgedaan sinds één der naar Ambon uitgezonden prauwen werd beschoten en tot zinken gebracht door geallieerde vliegtuigen. De bemanning kon zwemmend de Ceramwal bereiken en is met een andere prauw teruggekeerd.’

Bij de uitvoering van her volksbewapeningsprogramma was directeur NEFIS (luitenant-kolonel Spoor) te hard van stapel gelopen.
Hoewel de OBSO en de Nederlands-Indische autoriteiten in Australië het plan goedkeurden, had GHQ-SWPA, op advies van kolonel Roberts (AIB) – daarvoor nog geen officiële toestemming verleend. Het Nefis-maandverslag over november en december 1944 vermeldde dat door de Nefis wapens en instructeurs waren binnengebracht na de mededeling van kolonel Armstrong van sectie G 2 dat GHQ wel geen bezwaren tegen het plan zou hebben. Hoewel het bewapeningsplan nog ‘through the proper channels’ moest worden gespeeld, was men onmiddellijk met de volksbewapening begonnen, mede omdat de transportmiddelen op dat tijdstip aanwezig waren.

Eind I944 had men de bevolking van Nila en Teun van wapens voorzien en geoefend in het gebruik ervan. Het verslag deelde mede dat de aangelegenheid door de luitenant-gouverneur-generaal (Van Mook) en de OBSO (luitenant-generaal van Oyen) met GHQ besproken was. Het hoofd-kwartier was niet gelukkig met de volksbewapening, maar had besloten de kwestie verder te laten rusten.

Onder leiding van luitenant ter zee 1e klas J.J. Steensma van staf NEFIS III bureau Nautische Zaken, werd in de maanden november/december 1944 de toegang tot de Boemeibaai verbeterd door met behulp van springstof bressen te slaan in de ervoor liggende koraalriffen. De daardoor ontstane geulen maakten het binnenvaren met prauwen gemakkelijker en boden tevens goede mogelijkheden om Nila te zijner tijd in gebruik te nemen als basis voor PT-boten.

“Boemeibaai”

Luitenant ter zee 1e klas Steensma was op 22 oktober I944 met een Catalina aangekomen. Aan boord bevonden zich ook kwartiermeester P. van der Klis, ons reeds bekend van het LMS, en onderluitenant H.P.G. van Haren (pas bevorderd), die bestemd was om de werkzaamheden van Tehoeroepoen op Nila over te nemen.
Tegen het vallen van de avond naderde de Catalina behoedzaam de kust aangezien men niet zeker was van de situatie op het eiland. Na aan land te zijn gekomen hoorde Van der Klis plotseling luid in het Maleis tellen: ‘satoe, doea, tiga’. In de overtuiging dat er daarna van alles kon gebeuren, schreeuwde hij ‘liggen’.
Als grote anticlimax begon een fluitorkest daarop het Wilhelmus te spelen ter verwelkoming van de aangekomenen?.

Van der Klis: “Ik kreeg een bed, dat leek wel een slaapcel op zichzelf. Ik dacht dat het voor mij alleen was, maar er huisde ook een hele kolonie wandluizen en ander ongedierte. Daardoor lag ik alsmaar te draaien en – wie schetst mijn verbazing – ik werd wakker toen ik mij naar beneden voelde vallen!
Het bed was gammel dus dat was op zichzelf niet zo vreemd. Toen ik echter een halve meter gezakt was, voelde ik me ineens weer omhoog gaan. Hier moest iets helemaal niet kloppen. Ik pakte voorzichtig mijn zaklantaarn, nam een handgranaat in de andere hand en dacht: Nu zullen we maar zien wat er verder gebeurt. Na met de lantaarn onder het bed geschenen te hebben, bleken er vier Nila bewoners onder te zitten en die tilden me netjes weer omhoog want ze hadden natuurlijk wel verwacht dat ik door het bed zou heengaan”.

“De volgende ochtend ging onderluitenant Van Haren naar het toilet en ik liep achter hem. Plotseling zag ik hem een noodsprong maken en schrok me rot. Wat gebeurde er nou weer. Het toilet was tjap poelau Nila, gebouwd bij een steile rots. Toen Van Haren bezig was, liepen er varkens tegen de bamboepalen te schuren. Hij dacht minstens dat er een aardbeving begonnen was en schrok zich wild”.
Van der Klis meende evenwel dat alles op de duur wende.

Turnip II patrouilleerde regelmatig de omliggende eilanden af en ook dat leverde vele gegevens op. Het zenden van geselecteerde bewoners naar Ambon ging door.
Als centrum van het prauwenverkeer bleken de Damar-eilanden veel intelligence-materiaal op te leveren.
Het Nefis-maand-verslag over februari 1945: ‘De Turnip party (Nila) werkt uitstekend en verschaft waardevolle gegevens over het Damar-gebied, Ambon en thans eveneens over Timor.’

Met ingang van 1 januari I945 nam sergeant 2e klas Faoetngiljanan de leiding van onderluitenant Van Haren over. De sterkte van de party werd toen teruggebracht tot zes man. Behalve de genoemde partyleden bracht ook ander personeel van Nefis III periodiek enige tijd door op het eiland, meestal in verband met de wapenopleiding of bevoorradingsaangelegen-heden.
Turnip II had grote invloed op de houding van de bevolking der Damar-eilanden.
Nu daadwerkelijk steun werd verleend, was de angst voor de Japanners verdwenen en werkte men in alle opzichten mee.
Als voorbeeld daarvan bracht de bevolking in maart 1945 vijf Indonesische politieagenten binnen, die door de Japanners naar het eiland waren gestuurd?.

De acties van deze mensen hebben nooit de waardering gekregen die ze verdiend hebben met ongekende moed en durf. Velen, maar al te veel van de leden, zijn nooit teruggekeerd.

Prins Bernhard schreef in zijn voorwoord: “Het is bijzonder toe te juichen dat een publicatie is tot stand gekomen die de activiteiten van een beperkte groep militairen aan de vergetelheid ontrukt”.

Naar Startpagina

NILADAG 29 oktober 2005

Nila is een eilandje, ligt op 129 graden OL en 6,45 graden ZB, in de Banda zee op de Molukken in Indonesië. Op dit eilandje, in het dorp Bumei was mijn vader Hanoch geboren. Het eiland is bergachtig, de hoogste berg is 781 meter. Als men Nila noemt, denkt men gelijk aan de twee andere eilanden Teun en Sarua, die tesamen de TNS (Teun, Nila, Sarua) eilanden vormen.

Deze eilandenbewoners zijn om verschillende redenen met elkaar verbonden en beschouwen elkaar daarom als familie en zijn meestal ook familie van elkaar. Een uitvoerige beschrijving over Nila, haar inwoners van toen en nu, middelen van bestaan enz…zal ik later in deze web-log nog aandacht aan besteden.

Arnhem, 13 juni 2005, ….. No Ko, we moeten weer eens een Niladag organiseren. Vinden jullie het een goed idee om een Niladag te organiseren? In twee zinnen, heb ik de brief van de initiatiefnemers in het kort samengevat. Natuurlijk, vooral omdat er vanuit de 3e en 2e generatie Nilanezen in Nederland behoefte aan hebben.

Nathalie, Max, Shakira en Daan

Bij het welkomstwoord van de Niladag in de Stichting Kandjoli te Wierden, hebben de dames Shakira van Dijk (moeder Korlefura) en Nathalie Roemaroeson (moeder Sarioa) nogmaals bevestigd. De heren Max Liptiay en Daan Tanate vertellen hoe de dag zal uitzien. De dag wordt zoals gebruikelijk geopend met een gebed. (door oom Bantji Lekransy) en daarna zingen we de: Lagu TNS

Sioh TNS tanah airku, jang ku pudji pada siang dan malam
Karna engkau ‘ku sengsara. Meninggal ibu,bapak, saudara
Refrein: Biar di rantau di bunuh, beta tak lupah sedjarah mu
Ku serahkan tenagaku, untuk membela nusa dan bangsa ku

De video / DVD- beelden, die men van het eiland Nila gemaakt heeft, worden op een groot scherm getoond. De Nilanezen in Nederland zijn op drie verschillende manieren in Nederland gekomen. De eerste groep zijn de Nilanezen, die bij de KNIL (Koninklijke Nederlands Indisch Leger) hebben gediend. Tot deze groepen behoren de families Tanate, Tuakora, Letwory, Serpara, Marantika en Korlefura. Zij zijn hier in 1951 met de boot gekomen en in verschillende “kampen” opgevangen.Ze zouden tijdelijk in Nederland verblijven en later naar de Molukken worden gebracht om te worden gedemobiliseerd, wat echter nooit heeft plaatsgevonden. Deze groep is uitvoerig belicht door de Nederlandse media.

De tweede groep zijn de nilanezen, die bij de Koninklijke Nederlandse Marine zaten. De families Lekransy, Marantika, Sarioa, Serpara en Leunura en. Deze families worden natuurlijk opgevangen door de marine. Ook deze groep is in 1951 naar Nederland gekomen. De reden waarom deze twee groepen naar Nederland zijn gekomen, is het einde van de koloniale bewind in Nederlands Indië. De derde groep Nilanezen kwamen in 1962 uit de voormalige Nederlands Nieuw-Guinea nu Papua (Indonesië). Bij de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië, hebben zij mogen kiezen of zij in Nieuw-Guinea blijven of naar Nederland ‘repatriëren”. Zij hebben immers de status van Nederlands- onderdaan niet Nederlander. En in Nederland gekomen krijgen zij automatisch de Nederlandse nationaliteit. Tot deze groep behoren de families Lekransy, Sarioa, Liptiay en Letwory.

Deze gegevens ontleen ik uit de interactieve interview van Daan Tanate met de 1e generatie ouderen uit deze drie groepen: Mama Jos Korlefoera, Bung Ateng Tuakora, Oom Bantji Lekransy en Bung Eky Liptiay. Een bijzonder geschikte manier van interviewen omdat het publiek sterk erbij betrokken wordt. Er ontstaat als het ware een dialoog, waarbij de aanwezigen, hun persoonlijke ervaringen vertellen. Achter ieder persoon schuilt namelijk een uniek verhaal. Het doel is dat men van elkaar het verhaal probeert te achterhalen en daardoor elkaar beter leert kennen. Zowel voor de jongeren als ouderen. Zelf constateer ik, dat ik soms te weinig aandacht besteed aan verdieping in gesprekken met de jongeren. Ik heb mezelf beloofd daar een verandering in te brengen.

Gelijktijdig met het de interview worden voor de kinderen jonger dan 12 jaar workshops georganiseerd. Victor Lekransy leert de jongens het ritmisch bespelen van typische Nilaneze slaginstrumenten. Onder leiding van Regina Lekransy studeren de meisjes een Nilanees lied in. Het ochtendprogramma wordt afgesloten door de kinderen. De jongens nemen hun plaatsen achter hun slaginstrumenten en beginnen te spelen, terwijl de meisjes deinend op de ritme de zaal binnen komen, zich opstellen en hun lied zingen.Zingen, neen ze beginnen eerst te rappen daarna pas te zingen. Heel slim bedacht. Immers, ikzelf heb moeite om de Nilaneze taal te lezen laat staan in de taal te zingen. De kinderen kunnen en doen het wel …… Wat een prestatie, om in zo’n kort tijdsbestek het lied te kunnen instuderen en zo goed uit te voeren. Bravo allemaal..

Tri Nusra
Kalwet furan tutu kalwedo, tri Nusra Kalwedo (2x) Lomai menwo ma it feru miUpler maka japi menatri Tri Nusra Kalwedo

Nenas TNS
Fausulu Kekriwena Terin Tutnu, Wena Plalapsa LifurernaFutan’ra Petulwora Laworkawra, Lofnasera Sonuntutnu Kakna KrauRomromna Lomai menwo, ukee werowa T.N.S. tumpa darahku Wolupra Wenantutnu Walu penah, Nenas wertiowa melmeliyo

In de pauze, voordat wij aan ons diner beginnen maken wij eerst familiefoto’s (per familienaam- Keluarga Besar). Over diner gesproken, de Catering Sarioa en Tonny hebben voor een perfect diner gezorgd, bedankt ervoor en vooral doorgaan.

De voorbereidingen voor het avondprogramma worden op gang gezet, soundchecken door de band Sapa Sangka (vrij vertaald: wie heeft dat verwacht). Zoals ze later spelen, sapa mau sangka bagus sekali. DJ Ago loopt al nerveus heen en weer. Ik weet zeker, dat hij bezig is zijn adrenaline op het juiste niveau te brengen, om straks te kunnen knallen. En dat doet hij ook. Sommige mensen kunnen niet langer wachten, tijdens het soundchecken beginnen zij al te dansen. Dat belooft een geslaagde avond. De zaal wordt hoe langer hoe voller, de TS-jongeren komen in grote getale binnen. Een leuke sfeer, overal groepen mensen die elkaar omhelzen, handen schudden en met elkaar kennis maken. Organisatoren, als ik dit zie word ik er emotioneel van, kan ik niet anders zeggen dan dat jullie een goed gevoel hebben van timing. Mijn complimenten en tot het volgende Nila of misschien TNS evenement!

Hier klikken om de foto’s te bekijken

Naar Startpagina