TNS eilanden, in de 2e WO

(Bron: The Netherlands Ex-Servicemen & woman’s Association Australia)

In de 2e wereldoorlog werkte een groep Nederlanders in nauwe samenwerking met Indische Nederlanders en Indonesiërs aan het verzamelen van inlichtingen in het te bezetten gebied.
Op vele manieren werden gevaarlijke en moeilijke opdrachten uitgevoerd.
Hierover is in 1985 een boek verschenen “Acties in de Archipel”.
NEFIS was de naam voor Netherlands Forces Intelligence Service. Elke bepaalde richting van aanpak had een eigen codenaam. Uit dat boek volgt hier zomaar een stukje over “Turnip”, een van die acties..

Turnip opereerde in de loop van haar bestaan ook op de eilanden Teun en Serua.
Het Nefis III (Netherlands Forces Intelligence Service) verslag van 3 november I944 gaf aan dat de ploeg zeer bevredigende resultaten behaalde en vele waardevolle inlichtingen verzamelde over onder andere Ambon en Ceram: ‘Een prauw, die enige tijd geleden naar Ambon vertrokken was, is zojuist teruggekeerd met zeer waardevolle intelligence-berichten’.
Enige moeilijkheden hebben zich voorgedaan sinds één der naar Ambon uitgezonden prauwen werd beschoten en tot zinken gebracht door geallieerde vliegtuigen. De bemanning kon zwemmend de Ceramwal bereiken en is met een andere prauw teruggekeerd.’

Bij de uitvoering van her volksbewapeningsprogramma was directeur NEFIS (luitenant-kolonel Spoor) te hard van stapel gelopen.
Hoewel de OBSO en de Nederlands-Indische autoriteiten in Australië het plan goedkeurden, had GHQ-SWPA, op advies van kolonel Roberts (AIB) – daarvoor nog geen officiële toestemming verleend. Het Nefis-maandverslag over november en december 1944 vermeldde dat door de Nefis wapens en instructeurs waren binnengebracht na de mededeling van kolonel Armstrong van sectie G 2 dat GHQ wel geen bezwaren tegen het plan zou hebben. Hoewel het bewapeningsplan nog ‘through the proper channels’ moest worden gespeeld, was men onmiddellijk met de volksbewapening begonnen, mede omdat de transportmiddelen op dat tijdstip aanwezig waren.

Eind I944 had men de bevolking van Nila en Teun van wapens voorzien en geoefend in het gebruik ervan. Het verslag deelde mede dat de aangelegenheid door de luitenant-gouverneur-generaal (Van Mook) en de OBSO (luitenant-generaal van Oyen) met GHQ besproken was. Het hoofd-kwartier was niet gelukkig met de volksbewapening, maar had besloten de kwestie verder te laten rusten.

Onder leiding van luitenant ter zee 1e klas J.J. Steensma van staf NEFIS III bureau Nautische Zaken, werd in de maanden november/december 1944 de toegang tot de Boemeibaai verbeterd door met behulp van springstof bressen te slaan in de ervoor liggende koraalriffen. De daardoor ontstane geulen maakten het binnenvaren met prauwen gemakkelijker en boden tevens goede mogelijkheden om Nila te zijner tijd in gebruik te nemen als basis voor PT-boten.

“Boemeibaai”

Luitenant ter zee 1e klas Steensma was op 22 oktober I944 met een Catalina aangekomen. Aan boord bevonden zich ook kwartiermeester P. van der Klis, ons reeds bekend van het LMS, en onderluitenant H.P.G. van Haren (pas bevorderd), die bestemd was om de werkzaamheden van Tehoeroepoen op Nila over te nemen.
Tegen het vallen van de avond naderde de Catalina behoedzaam de kust aangezien men niet zeker was van de situatie op het eiland. Na aan land te zijn gekomen hoorde Van der Klis plotseling luid in het Maleis tellen: ‘satoe, doea, tiga’. In de overtuiging dat er daarna van alles kon gebeuren, schreeuwde hij ‘liggen’.
Als grote anticlimax begon een fluitorkest daarop het Wilhelmus te spelen ter verwelkoming van de aangekomenen?.

Van der Klis: “Ik kreeg een bed, dat leek wel een slaapcel op zichzelf. Ik dacht dat het voor mij alleen was, maar er huisde ook een hele kolonie wandluizen en ander ongedierte. Daardoor lag ik alsmaar te draaien en – wie schetst mijn verbazing – ik werd wakker toen ik mij naar beneden voelde vallen!
Het bed was gammel dus dat was op zichzelf niet zo vreemd. Toen ik echter een halve meter gezakt was, voelde ik me ineens weer omhoog gaan. Hier moest iets helemaal niet kloppen. Ik pakte voorzichtig mijn zaklantaarn, nam een handgranaat in de andere hand en dacht: Nu zullen we maar zien wat er verder gebeurt. Na met de lantaarn onder het bed geschenen te hebben, bleken er vier Nila bewoners onder te zitten en die tilden me netjes weer omhoog want ze hadden natuurlijk wel verwacht dat ik door het bed zou heengaan”.

“De volgende ochtend ging onderluitenant Van Haren naar het toilet en ik liep achter hem. Plotseling zag ik hem een noodsprong maken en schrok me rot. Wat gebeurde er nou weer. Het toilet was tjap poelau Nila, gebouwd bij een steile rots. Toen Van Haren bezig was, liepen er varkens tegen de bamboepalen te schuren. Hij dacht minstens dat er een aardbeving begonnen was en schrok zich wild”.
Van der Klis meende evenwel dat alles op de duur wende.

Turnip II patrouilleerde regelmatig de omliggende eilanden af en ook dat leverde vele gegevens op. Het zenden van geselecteerde bewoners naar Ambon ging door.
Als centrum van het prauwenverkeer bleken de Damar-eilanden veel intelligence-materiaal op te leveren.
Het Nefis-maand-verslag over februari 1945: ‘De Turnip party (Nila) werkt uitstekend en verschaft waardevolle gegevens over het Damar-gebied, Ambon en thans eveneens over Timor.’

Met ingang van 1 januari I945 nam sergeant 2e klas Faoetngiljanan de leiding van onderluitenant Van Haren over. De sterkte van de party werd toen teruggebracht tot zes man. Behalve de genoemde partyleden bracht ook ander personeel van Nefis III periodiek enige tijd door op het eiland, meestal in verband met de wapenopleiding of bevoorradingsaangelegen-heden.
Turnip II had grote invloed op de houding van de bevolking der Damar-eilanden.
Nu daadwerkelijk steun werd verleend, was de angst voor de Japanners verdwenen en werkte men in alle opzichten mee.
Als voorbeeld daarvan bracht de bevolking in maart 1945 vijf Indonesische politieagenten binnen, die door de Japanners naar het eiland waren gestuurd?.

De acties van deze mensen hebben nooit de waardering gekregen die ze verdiend hebben met ongekende moed en durf. Velen, maar al te veel van de leden, zijn nooit teruggekeerd.

Prins Bernhard schreef in zijn voorwoord: “Het is bijzonder toe te juichen dat een publicatie is tot stand gekomen die de activiteiten van een beperkte groep militairen aan de vergetelheid ontrukt”.

Naar Startpagina

Een Reactie op “TNS eilanden, in de 2e WO

  1. Hallo Annis, bedankt voor je info. Je begint goed met een mooie foto van ons lief oom Anno en tante Oba.Herinneringen. Over het verhaal hierboven geschreven kan ik me nog herinneren dat mijn vader vertelde dat hij opgehaald werd uit Nila om naar Darwin te vliegen met de Catalina. Hij zat met oom Tanate in het vliegtuig.Over de Catalina hebben ze ook nog een liedje over gemaakt. Dari Australia, ke pulau Nila, naik Catalina apah rasa nja, terbang pelan2, ke pulau Nila jang ku senang enz. enz. Toen ik op Wapia was zongen ze dit lied speciaal voor mij vader, mooi hé! Mooie foto van jou Annis, loh orang Nila djuga ada jang rambut oranje ja? ha ha haiiiiiii! Gruces. Kalweta!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s