Afscheid van een Sobat (vriend)

Sobat Rob Griët   “Lieve Liz, Michel/Kim, Marie-Christine, Maurice en lieve andere familie. Bij het KNMI-afscheid van Paul 11 jaar geleden had alleen ik de eer om Paul toe te mogen spreken. Bij deze voor ons toch droeve gelegenheid is het voor mij een nog grotere eer om Paul met enkele woorden uit te mogen zwaaien”.

Paul leerde ik op het KNMI kennen en ook al was ik 8 jaar jonger, ons Nieuw-Guinea verleden zorgde meteen voor een sterke verbondenheid. Met al zijn geduld en wijsheid leerde hij me wolken te herkennen, wolkenhoogte en zicht te schatten. Maar als 31 jarige was ik net een kleine jongen vol aandacht, zodra hij weer vertelde over zijn levens geschiedenis.

Zijn vader verrichtte nog zendingswerk op Ceram, toen Paul direct na de 2de Wereldoorlog op het eiland Ambon in de kost ging om in Kota Ambon naar de Europese Lagere School te gaan. Dat is maar een jaar of 2 geweest, want Pa Lekransy werd door de kerk opgeroepen om het Evangelie in Merauke, Nieuw-Guinea te verkondigen. Moeder Lekransy vond in Merauke werk als onderwijzeres op de Autochtone Lagere School, maar de kinderen Lekransy konden naar de Europese Lagere School waar Nederlands de voertaal was.

Indonesië kreeg zijn onafhankelijkheid en de Nederlandse regering verlegde haar aandacht naar dat verre onbekende Nieuw-Guinea. Zo kwamen er meer Nederlanders naar de overgebleven kolonie in de Oost. Het gevolg was wel dat er voor de kinderen Lekransy opeens geen plaats meer was op de Europese Lagere School. Van de ene op de andere dag moesten ze verkassen naar de Autochtone Lagere School, waar het onderwijs alleen maar in het Maleis werd gegeven. Na de ALS ging Paul, als 12-jarige, naar de Opleiding voor Dorps Onderwijzers in FakFak. Een plaats op West Nieuw-Guinea, enige dagen varen bij Merauke vandaan. Er was nog geen vliegveld in Fak Fak en vanuit het schoolinternaat kon Paul alleen met Kerst en in de grote vakanties naar huis.

Onderwijzer is Paul nooit geworden, want na het volbrengen van de 3-jarige opleiding kwam hij terug naar Merauke en kreeg samen met 4 andere knapen de kans om op het vliegveld van Merauke opgeleid te worden tot weerwaarnemer. Na de opleiding kwam hij als 16-jarige terecht bij de Meteo in Biak. Weer ver van huis, maar samen met andere jonge gasten uit verschillende delen van Nieuw-Guinea, waaronder ook zwager Tjak, was het niet echt te zwaar en bijna altijd dolle pret. Werken op een internationaal vliegveld als Mokmer had natuurlijk ook zijn charme en gaf de jongelui heel wat aanzien bij het andere geslacht. Het is niet altijd rozengeur en maneschijn geweest. Er waren immers ook detacheringen naar verre uithoeken van het eiland. Hier in de Bilt sprak Paul er vaak heel romantisch over, maar wat zal hij eenzaam zijn geweest o.a. daar in de Baliemvallei en op dat verre eiland Mapia.

Toen Nieuw-Guinea in 1962 verkwanselt was aan Soekarno, kwam Paul met een stel Meteo-maten naar Nederland. Helaas bleek ook hier het koloniale tijdperk nog niet te zijn afgesloten. Al die donkere Meteo-jongens, toch met minimaal 6 jaar ervaring in hun rugzak, konden op het KNMI slechts verder in de kelder. Letterlijk en figuurlijk, want ze waren alleen goed voor simpel ponswerk of het gesjouw van oud papier. Slechts een enkeling is daarom op het KNMI gebleven. Paul, een zondagskind zoals hij zichzelf vaak betitelde, was die eerste KNMI week ziek. Toen hij zich beter meldde was er geen plaats meer in de kelder en zo kwam Paul op de Bibliotheek terecht. Met een heel sociaal mens als chef, die hem aanraadde de avond-MULO te gaan volgen. Dat is een zware tijd geworden.

Hij leerde in die periode immers Liz kennen en zijn hoofd stond eigenlijk niet echt naar studeren. De beloning voor al die studie uren is er geweest. Paul kwam uiteindelijk voor de helft terecht bij de Klimatologische Dienst en voor de andere helft bij de Operationele Dienst. Dat leverde direct meer centen op, zodat hij nu ook kon trouwen met Liz. Zelf afkomstig van de Grote Vaart, was ik bij de Operationele Dienst van het KNMI gekomen omdat ik met het weerschip Cumulus naar zee wilde. Paul, was daar heel toevallig ingerold. Na een reorganisatie kozen veel oude vaargasten uit de natte ploeg voor een baan op de wal. Met de Cumulus als 2de op zijn voorkeurslijst geplaatst stond hij opeens bovenaan de vaarlijst. Maar Paul zou zichzelf niet zijn geweest om te mekkeren of terug te krabbelen, ondanks Liz en een paar opgroeiende jonge kinderen thuis.

Kan me onze eerste Cumulus reis samen, nog heel goed herinneren. Net voor vertrek had ik het boek “Istori istori Maluku” gekocht (verhalen uit de geschiedenis van de Molukken). Een ieder, die Paul kent weet dan wel, dat je bij hem een nog dikker boek aan geschiedenis openslaat. Uren, dagen en weken hebben we het over één van onze hobby’s, de geschiedenis van Indonesië, de Molukken en Nieuw-Guinea in het bijzonder, kunnen praten. Samen in interesse en liefde voor al die volkeren van ons moederland, zijn we echte SOBATs geworden.

Op het KNMI kennen we jou, Paul, als een hele vriendelijke man en heel bijzonder mens. Dit was blijkbaar ook een reden om je af te wijzen voor de functie van Wachtchef op de Weerkamer. Wisten die sufferds veel, dat Paul een innerlijke beschaving met zich meedroeg, die hem nooit had geleerd om zichzelf op de borst te kloppen of zichzelf te verkopen? Sorry Liz, weet dat jij Paul natuurlijk ook in een andere hoedanigheid kent. Die bazige tik af en toe, hebben hij en ik hoogstwaarschijnlijk overgehouden aan een oude koloniale erfenis. Vergeef het ons!

“Paul je bent in 1994 met pensioen gegaan. De dubbel tellende tropenjaren maakten de 40 dienstjaren mooi vol. Helaas heeft je gezondheid je daarna enigszins in de steek gelaten. Ook al leefde je op geleende tijd, Janny en ik waren iedere keer weer blij als je vertelde van nieuwe vakantie plannen en we weer een mooie ansichtkaart uit verre oorden, met dat fraaie handschrift van je, op de deurmat zagen ploffen. Jij positivo, maakt dat ook ik nu tevreden van mijn pensioen ga genieten, al waren deze eerste 2 weken van mijn pensioen, heel erg moeilijk om je zo beroerd in dat ziekbed te zien liggen. Weet dat je nu, met je sterke geloof in De Heer, op weg bent naar zijn Koninkrijk. Goede vaart en een behouden aankomst. Ouwe maat, ………… sobat keras voor altijd, ……………. AMATOO”

Naar Startpagina