Geschiedenis van Nila-TNS eilanden 4

Link met het onderwerp: “mijn vader komt uit Nila”

Laatste deel – slot.

De herhuisvesting was een feit. De provinciale overheid droeg de eindverantwoordelijkheid van deze operatie. De operatie bestond uit: de evakuatie, transport, de opvang in het herlokatiegebied, de zorg en de begeleiding naar “self-reliance”.
De supervisie was in handen van de gouverneur Hasan Slamet. Van Jakarta ontving de provincie Rp. 283 miljoen. Het totale budget bedroeg Rp.1.275.000.000. De totale TNS-bevolking bedroeg ten tijde van de evacuatie ruim 4100 zielen.

De herlokatie lag niet ver van het dorpje Makariki. Het dorp Makariki ligt in Zuid-Seram, ongeveer 7 km van de stad Masohi verwijderd.
Het lokatiegebied bevond zich bijna 2 km landinwaarts. 4100 mensen werden ondergebracht in 50 uit zink opgetrokken barakken. Elke barak moest onderdak bieden aan 20 gezinnen.
Elk gezin had gemiddeld de beschikking over 60 m2. De vertrekken werden met zinken schotten van elkaar gescheiden. Er waren geen gezondheidsvoorzieningen aanwezig.


Klik op de kaart om te vergroten

Aan de voor en achterkant zijn de barakken aan de buitenlucht blootgesteld.Er zijn verharde wegen aanwezig. Na elke regenbui veranderde de lokatie in een modderpoel. Vijftig in de haast gelegde waterputten moest de bevolking voorzien van water.
Aan de gezinnen werden “sembilan bahan pokok” verstrekt. Een basispakket bestaande uit rijst, zeep, vis in blik, erwten, suiker, thee, klapperolie, zout en petroleum. Bij aankomst werd de bevolking ontvangen door Hasan Slamet. Hij sprak in zijn rede over “Een wending, die de TNS-bevolking ten goede zal komen, want haar toekomst en die van de komende generaties was nu zeker en veilig gesteld.”

Op verzoek van de autoriteiten werd een delegatie van TNS-ers samengesteld. Maar er diende zich geen vrijwilligers aan, zodat een aantal ouderen werden verplicht hierin zitting te nemen.

De evakuatie van de TNS-bevolking naar de tijdelijke lokatie in Makariki kreeg een negatief staartje. De voorzieningen waren te improvisorisch. De provinciale autoriteiten waren in feite niet berekend voor een dergelijke grote operatie. In de eerste plaats was de organisatie onvoldoende toegerust om de uitvoering en implementatie naar behoren te begeleiden.


Rivier WaiPia (Wai betekent water)

De opvanghuizen vertoonden een groot aantal gebreken en er was op geen enkele manier rekening gehouden met de acclematisatie van de TNS-bevolking. Gewend aan het klimaat en cultuur van kleine eilandbewoners, moest de bevolking wennen aan een ander klimaat. Het gevolg was dat de bevolking in een snel tempo verzwakte. Het sterftecijfer vertienvoudigde en dit leidde tot een uitzichtloze situatie.

Voor het eerst in haar relatie met de TNS-gemeenschap in Nederland, moest zij haar verzoeken tot hulp en bijstand. De TNS-gemeenschap in Nederland zond een waarnemer om de zaken naar juiste waarde in te schatten. Teruggekeerd rapporteerde hij als volgt: ” Bij hun aankomst werden ze gehuisvest in zinken barakken. Overdag is het in die barakken net een broeikas en ’s nachts is het door sterke temperatuurswisselingen te koud. Voor de bejaarden en kleine kinderen is het funest geworden. Er zijn al 70 mensen overleden tengevolge van deze operatie”.

Ironisch is hierbij dat de Molukse autoriteiten de operatie tot “proyek Kemanusiaan” (humaan) heeft gedoopt.
Volgens plan zou de TNS-bevolking slechts voor de duur van 2 maanden in de lokatie Makariki verblijven. De kritieken van de bevolking op de inrichting van de tijdelijke lokatie werd dan ook om die reden afgewimpeld, “Het gaat slechts om een korte periode”. De praktijk wijst opnieuw in de andere richting.


Rivier WaiPia (De kinderen verzamelen stenen, om naar hun dorp te brengen)

Kecamatan WaiPia T.N.S.Waipia is een soort “new-town”, dat 7 km hemelsbreed ten noord-westen van het dorpje Makariki ligt en ten zuiden van het dorpje Waraka. Een groot stuk ongerept regenwoud is ten behoeve hiervoor gekapt.
Volgens de overheid zou Waipia, kant en klaar worden opgeleverd. Het terrein zou in eerste aanleg worden gekapt. En vervolgens in gereedheid worden gebracht voor kultivering. De standaardwoningen zouden gelijkertijd worden opgeleverd. Tevens zouden nieuwe verharde wegen door en tussen de nieuwe dorpen worden aangelegd. Ook zou er een direkte verbinding tot stand worden gebracht met de Transseramweg, welke 2 km van Waipia is aangelegd.

Zoals reeds eerder is gesteld waren de Indonesische plannen ambitieus. Hasan Slamet (gouverneur van de Molukken) zei hierover in zijn toespraak:“Er zal hier een nieuwe stad herrijzen, met een totale grondoppervlakte van 2000 ha. Dit komt op een gemiddelde van 2 ha. per gezin. Voorts krijgen de gezinnen ieder een huis van 6 bij 9 meter, als volgt ingedeeld: huiskamer, 2 slaapkamers, en een eetkamer. Ten behoeve van toilet en badkamer zal een aparte ruimte van 2 bij 3 m worden gebouwd. De fundering en vloer zal bestaan uit beton, de muren uit “teakhout”.

Ook op andere terreinen worden veelbelovende beloftes gemaakt: elk gezin krijgt 100 tjengkeh (kruidnagelen) en 100 klapperbomen van 1 jaar oud. Ook is in het “plan” aan voorzieningen op korte termijn gedacht. Gedurende 9 maanden krijgen de bewoners een basisvoedselpakket. Ook de nazorg krijgt uitgebreid aandacht. De verschillende departementen zullen aktief participeren in het herhuisvestingsproces gedurende de eerste jaren


De weg naar WaiPia

Na 1 jaar blijkt er niet veel van deze plannen terecht gekomen te zijn. Een TNS-delegatie welke eind 1978 in het gebied aankomt beschrijft de volgende situatie. “de bevolking verblijft nog altijd in Makariki. Er heerste grote ontevredenheid onder de bevolking. Twee dorpen uit Teon weigeren nog langer mee te werken en verzoeken elders ondergebracht te worden. De bevolking is uitgeput en verzwakt. Apathie over de bestaande situatie is merkbaar. Men is onzeker over de toekomst en het liefst zou men al gisteren teruggekeerd zijn naar de TNS. De voedingspakketten zijn van slechte kwaliteit en de corruptie is groot. De medische zorg laat te wensen over. Een arts is niet altijd aanwezig en men is aangewezen op de verplegers die het veelal zonder medicamenten moeten doen.”

De overheid verklaart de vertraging vanwege een schrijnend tekort aan financiele middelen.
De woorden van Hasan Slamet: ” Tungguh sampai selesai sebab, pembangunan itu terus berjalan.” lijken te zijn weggestorven. Van coördinatie en supervisie is niet langer sprake.

De veelal uit de Ambonse eilanden afkomstige ambtenaren schijnen zich geen zorgen te maken, of zoals een van de bewoners zei: “We worden gezien als achterlijk”. Het oude koloniale vooroordeel lijkt opnieuw te herleven. In 1979 vertrekken de eerste bewoners naar de lokatie Waipia. Eén jaar hebben zij hierop moeten wachten. Pas in1981 is de herhuisvesting in strikte zin beëndigd.


De weg naar Desa Waru (Sarua-dorp)

De jaren tachtig kenmerkt zich door een toenemende afname in het vertrouwen van het overheidsbeleid. De verwachtingen zijn niet uitgekomen. De woningen zijn van bijzonder slechte kwaliteit. De fundatie en vloeren zijn slecht aangelegd, als gevolg van een te slechte verdeling tussen cement en zand (goedkoop). De muren zijn niet opgetrokken van teakhout, maar slechts voor een klein deel uit triplex. Het overgrote deel is opgetrokken uit zink. Het is hierdoor niet mogelijk om overdag thuis te zitten. De ‘opgeleverde’ 2 ha grond bestaat deels nog uit tropisch regenwoud. En voor zover het wel is bewerkt, is de grond nog bezaaid met bomen. De bevolking weet zich geen raad. Er zijn geen middelen aanwezig om de honderden bomen per ha. weg te slepen en te bewerken.

Pas in de tweede helft van de jaren tachtig wordt de balans opgemaakt.
De gronden zijn absoluut niet geschikt voor kruidnagelbomen en klapperbomen. De Universiteit van Pattimura heeft hiervoor speciaal onderzoek naar gedaan. Maar het heeft slechts mislukkingen geoogst. De kwaliteit van het onderzoeksrapport kan niet beoordeeld worden. Het rapport is voor de bevolking niet beschikbaar.
Ook nieuwe problemen ontstaan. Door het uitblijven van resultaten en het niet krijgen van de te verwachte overheidssteun, dreigt de bevolking ten onder te gaan.


De GPM-kerk van de gemeenten Bumei-Sifluru (Nila dorpen)

In 1980 blijkt er een malaria-epidemie te zijn uitgebroken. Door de overheid werden er geen maatregelen getroffen, middels het inzetten van doktoren en medikamenten.
Bijna 10% van de totale bevolking is tengevolge hiervan overleden. Een snelle aktie met behulp van de Novib heeft een totale halvering van de bevolking voorkomen. De meeste steun ontvangt de bevolking van de kerkelijke organisaties.

De situatie is in 1990 niet veel veranderd. De bevolking is na 12 jaar nog altijd niet in staat om voor zichzelf te zorgen (selfreliance). De 2 ha. grond levert nog altijd niet de gewenste resultaten op en levert slechts produkten (schaars) voor de eigen consumptie.
Van een evenwichtig voedingspakket is geen sprake. Vanwege de ligging t.o.v. de kust, en het ontbreken van vaartuigen, wordt vis zelden gekonsumeerd. En doordat ontsluiting van het gebied nog niet is gerealiseerd, kunnen zij zich moeilijk op de markt in Masohi richten. Het ontbreekt aan voldoende vervoersmiddelen en de wegen zijn nog niet gereed. Afgewacht zal worden hoe de nieuwe bruggen het zullen houden (reeds tweemaal ineen gestort).


Papa Han Sunloy en zijn vrouw: mama Barbalina Lekransy

De regering verleent krediet voor bepaalde aanplantingen. Zo is men gestart met het planten van klapper hybrida en cacao hybrida. De mensen kunnen een lening krijgen van rp. 1 miljoen (€ 540,00). De resultaten zijn niet echt bemoedigend, zoals de vele problemen bij het onderhoud van de tuinen. Ze beschikken over onvoldoende middelen om de tuinen tegen “wilde zwijnen” te beschermen.

In de huisvestingssituatie komt langzamerhand verbetering. Verbeteringen zullen ze echter uit eigen portemonee moeten betalen. Er staat hier geen inkomen tegenover. Alle gezinshoofden staan ingeschreven als boer en hebben ook elders geen kans op de arbeidsmarkt. Een aantal jongeren hebben getracht om op Ambon, Soerabaya en zelfs in Jakarta aan werk te komen. Ook zij keerden teleurgesteld weer terug.


De kinderen Lekransy

De onderwijssituatie laat veel te wensen over. Doorstroming naar SMP en SMA vindt nauwelijks plaats. De ouders zijn niet in staat om de schoolgelden en schoolkleding te betalen.Op Ambon bevindt zich een smal TNS-kader, welke de binding met Waipia goed blijft onderhouden.

De positie van de TNS-eiland speelt nog steeds een belangrijke rol in het leven van de mensen in Waipia. 2 keer per jaar keren de mensen in grote getale terug om hun produkten te halen en dit te verkopen op Ambon. Na de inzakking van de kruidnagel-prijs levert het jaarlijks niet meer op dan 50 tot 60 duizend roepiah (€ 27 – € 35). Hiervoor riskeren zij veel. In kleine en veelal niet zeewaardige prauwen varen 50 tot 70 mensen een week lang de Bandazee op om naar de TNS-eilanden te gaan. Deze boten zijn slechts geschikt voor 10 tot 15 mensen.
Het blijft altijd een riskante onderneming. Vanuit een noodgedwongen overlevingsstrategie moeten zij hier gebruik van maken.

Het verblijf in Zuid-Seram is merkbaar en zichtbaar aanwezig. De mensen zijn verzwakt en ontvankelijk voor allerlei ziekten. Ook zijn zij hierdoor improduktief geworden en zijn veelal niet meer in staat om zware lichamelijke inspanningen te verrichten.
Het is dan ook opvallend dat bij terugkeer (oogst) van de TNS-eilanden, de helft van elke dorp ‘plat’ ligt vanwege uitputting en ziekte.

Naar Startpagina

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s