Back to the roots 4

Terug naar mijn geboorteplaats Ahiolo.

Van Kiabatu naar Ahiolo gaat er een pad door het tropische regenwoud. Het pad is zo smal dat je alleen maar achter elkaar kan lopen (jalan setapak). Het wordt een tocht van ongeveer zes tot zeven uren. Onderweg vertelde Menas: “Als een Ahiolonees voor het eerst terug gaat naar Ahiolo, moet men hem met rode klei besmeren, zodat de boze geesten hem niet als een vreemdeling zien.”
Omdat ik daar geboren was hoef ik dus niet te doen (ze herkennen mij natuurlijk gelijk). Na een half uur lopen bevinden wij nu in het tropische regenwoud. Het temperatuur is lager dan in het dorp en het voelt vochtig aan.

Het pad leidt ons langs bergwanden, met een diep dal aan de andere kant. We moeten heel goed oppassen waar wij onze voeten neerzetten. Doordat het vochtig is zijn de stenen, bladeren en wortels van de bomen op het pad erg glad.

Geconcentreerd stappen wij verder, kilometer voor kilometer gaan voorbij. Soms moeten wij over de omgevallen bomen (met een diameter van 1,5m),die over het pad liggen, klimmen.
Onze aanwezigheid in het bos is niet ongemerkt gebleven voor de oerwoud-bewoners.
Witte ara’s verwelkomen ons met hun gekrijs en vliegen weg. Vanuit een hoge boom kijken enkele toekans ons nieuwsgierig aan.

In het gedeelte, waar de grond drassig is groeien de reuzenbamboes (bamboe beton). Sommige bamboes hebben een diameter van ongeveer 25 centimeter. Ze kunnen een hoogte bereiken van wel twintig meters. Bamboe is een belangrijke plant voor de woud-bewoners. De jonge bamboescheuten (rebung) worden als groenten gegeten. Om te kunnen exporteren o.a. naar China, worden de rebung in kleine plakjes gesneden en gedroogd in de zon. Voor het gebruiken, even laten wellen in warm water. Als men door het woud trekt en zonder water komt te zitten, kan men tussen de bamboeschotten altijd water vinden, het is goed te drinken. Door de tussenschotten van de bamboes weg te halen gebruiken ze bamboe als waterleidingspijp. Platgemaakte bamboes dienen vaak als muren van de huizen. Verder is bamboe een geschikt materiaal om meubels en andere huisgerei te maken.

Dorp Huku Kecil
Het oerwoud is zo dicht begroeid, dat toen wij het dorp Huku Kecil naderden, pas in de gaten hebben dat het reeds een tijdje heeft geregend. Hier in Huku Kecil rusten wij even uit, bij een dorpsbewoner.
In de kleine huiskamer staan een lange tafel met zes stoelen eromheen. We krijgen mierzoete thee in glazen. Pisgor (gebakken bananen) en gebakken zoete aardappelen (patatas) smaken ons heel goed na uren lopen.

Aan belangstelling komen wij niet tekort: enkele mannen in de leeftijd van boven de vijftig begroeten ons heel vriendelijk en vertellen dat zij bij mijn vader op school hebben gezeten. Wat een heerlijk gevoel is dat, dat hier in het binnenland van Seram men je nog kan herinneren. Het gevoel dat je hier thuis hoort, neemt toe.

Hun verhalen brengen je terug in het verleden, dat je eigenlijk nog maar heel weinig van weet (te herinneren). Over hoe mijn ouders hier kwamen en tussen hen wonen, de vriendschapsband van mijn oudere broers met hun. Bij ons vertrek uit Ahiolo in 1948, brachten de dorpsbewoners van Ahiolo ons weg. Vier dagen lang hadden wij nodig om in Kairatu te komen. De dorpsbewoners droegen de kinderen (ons), omdat wij deze tocht niet lopend konden afleggen…wat een onderneming en dan onze bagages nog……….

Het dorpje Huku Kecil

Bekijk hier de foto’s

Naar startpagina

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s