Herinnering is Leven

Uit: Een noken vol herinneringen

Medio Juli 1995. Enkele dagen geleden zijn wij, een groep van tien, op Ambon aangekomen. Daarvoor verbleven wij in Jakarta. Vandaar uit maakten wij tripjes o.a. naar Bandung, Tangkuban perahu, Kawah Duma, warmwaterbronnen van Ciater en natuurlijk naar Ambon. Ambon is de hoofdstad van provincie Molukken.

“”Oom Annis, ik zou héél, héél erg graag naar Haria willen gaan”” zei nicht Sharon ““daar komt opa Leo vandaan en…”………” raast ze verder.
Wat een sterk verlangen naar haar roots, vooral omdat zowel haar vader als haar opa nooit in Haria zijn geweest. Zij hebben altijd buiten de Molukken gewoond en in een Europese gemeenschap geleefd.

De drang om naar je oorsprong te zoeken, had ik enkele jaren hiervoor ook gehad.
We waren toen naar mijn geboorteplaats Ahiolo geweest en dat doet mij nog steeds heel goed. Daarom realiseer ik als géén ander, hoe belangrijk het is om Sharons wens te doen vervullen.

Sharon tekent het gastenboek (Fort in Saparua)

Met Donald hebben wij afgesproken dat hij ons in Waihaong (Ambon stad) zal ophalen. Donald, een goedlachs Ambonese man van ongeveer 25 jaar oud is onze gids op Ambon.
Met z’’n vijven zullen wij naar Haria gaan. Sharon, Eric, Ineke en ik staan die dag al heel vroeg op.
Een haastig ontbijt en net als wij klaar zijn, staat Donald al voor de deur.
We lopen het huis uit naar de ‘grote’ weg, waar de kendaraan umum ( openbaar vervoer) langs rijden. De koele, vochtige ochtendlucht ruikt naar heerlijke etenslucht, immers hier op Ambon eet men ook ‘’s-morgens ‘’warm’’.

‘Bentas, bentas, bentas (=benteng atas, een wijk van Ambon), Om mau ke bentas?’ vroeg de ‘knek’ (afgeleid van knecht). Knek is een bijrijder.
Of Oom naar Bentas wilt ? Neen, daar gaan wij niet heen. Wij moeten naar Mardika, naar de busterminal vanwaar de bussen naar andere plaatsen vertrekken.
Het openbaar vervoer, is hier een ‘soort’ minibus. De banken zijn vervangen door zelfgemaakte banken, aan de zijkanten (binnenkant natuurlijk) van de bus.

De chauffeur houdt zich enkel en alleen bezig met het rijden. De knek (knecht) verkoopt de kaartjes, zorgt dat de passagiers goed in- en uitstappen en als het nodig is, ook banden verwisselen bij lekke band.
De knek hangt of zit gehurkt,  in de ‘in- en uitgangsopening’, zodat hij snel de passagiers van dienst kan zijn.

Een bijzondere ervaring om met de kendaraan umum te reizen. De passagiers worden verzocht zo dicht mogelijk tegen elkaar te gaan zitten, zodat er zoveel mogelijk mensen mee kunnen. Je kunt wel voorstellen, hoe het in het heetste van de dag kan ruiken. De radio of cassetterecorder staat altijd aan en het geluidsvolume, meestal op hard tot keihard.

In Mardika stappen wij over in de bus die naar Liang gaat. Deze bus stopt ook  in Tulehu. Vanaf Tulehu moeten wij met een boot naar het eiland Saparua.
Haria ligt namelijk op eiland Saparua.
Van de dorpen Galala, Halong, Kelapa Dua, Lata, Lateri, Paso en Suli, die wij passeren, heb ik niet veel van gezien. Ik zit half te slapen totdat de bus in Tulehu stopt.

In de haven van Tulehu gaat Donald op zoek naar een ‘speedboot’, die ons naar Saparua kan brengen. Hij beoordeelt de boten op kwaliteit en dan begint de gebruikelijke onderhandeling. Hiervoor moet men vooral géén haast hebben. Het is hem gelukt een speed met twee buitenboordmotoren te charteren.

Het is twee uren varen met de reguliere boot naar Haria, de belangrijke haven van Saparua. De ‘speed’ doet er natuurlijk korter over.
Net als bij de bus, zijn de taken hier ook strikt afgebakend. De ‘kapitein’ bestuurt de  ‘speed’, terwijl de ‘knek’ allerhande werkzaamheden doet; zoals de motoren starten, ons helpen instappen, de trossen inhalen enz…

“”We hebben nu Zuidoosten wind, en daarom veel hoge golven”” zegt de ‘kapitein,’ ““maar jullie hoeven niet bang voor te zijn, wij zijn er aan gewend”” stelt hij ons gerust.
En terecht, bang hoeven wij inderdaad niet te zijn, de ‘kapitein’ weet zijn ‘speed’ zo te manoeuvreren, dat de ‘speed’ tegen de golven op vaart. De speed danst over het water als een dolfijn, die uit het water omhoog schiet en dan weer op het water neerploft.
Het water spettert omhoog dat, als je achterin zit, nat van kan worden.
Zo snellen wij langs het eiland Haruku en na een uurtje zien wij  het eiland Saparua in de verte liggen.

Oude baeleo

Saparua is een koraal eiland, en vanuit de lucht heeft het een vorm van een vlinder.
Het is klein en rustig, de grootste plaats is Saparua. Haria daarentegen is de belangrijkste haven van het eiland. Voor ons ligt ons doel….dorpje Haria.

Bij het zien van het dorpje, wordt Sharon stiller en stiller, dat zijn wij niet van haar gewend, de spanning is van haar gezicht af te lezen.
Aan de steiger ligt een boot klaar voor de afvaart naar Tulehu. In een rij staan de passagiers om in te stappen. (eigenlijk geen rij, in de rij staan ?? onbekend in Indonesië)
Langzaam naderen wij de kade. Achter de kade staan huizen, waarvan de bewoners zijn uitgelopen, om de vertrekkende mensen en de nieuwkomers te bekijken. Het is immers niet zoveel te beleven in Haria. We stappen uit de ‘speed’ en zien om ons heen de nieuwsgierige blikken. ‘Een blanke man en de rest, die lijken op ons, waar zullen zij vandaan komen ?’ alsof zij zich dat afvragen. Glimlachend, kijken ze naar ons. Mijn zwaai, wordt gelijk uitbundig beantwoord.

Wij lopen het havenkwartier uit en komen langs de ‘oude’ baeleo. Baeleo is een gemeenschapshuis waar de dorpsbijeenkomsten worden gehouden. In de baeleo van Haria, werd in 1817 een belangrijke vergadering gehouden door de dorpshoofden en het volk van Saparua. De dorpshoofden beraadslagen over de aanvalsstrategie tegen het Fort Duurstede op Saparua, dat beheerst werd door de Nederlanders. Thomas Matulessy, van het dorp Haria, werd toen benoemd tot kapitang (kapitein). Bij deze aanval van het volk op Fort Duurstede, overleefde geen enkele Nederlandse soldaat. Ook de Nederlandse resident Van den Berg en zijn gezin werden gedood.

De enige overlevende, was het vijf jaar oude zoontje van resident Van den Berg. Hij werd door kapitein Thomas Matulessy gespaard. Hierdoor krijgt kapitein Matulessy de bijnaam ‘Pattimura’, wat ‘groot van hart’ betekent (Ind.: murah hati). De geredde jongen, noemde zichzelf later ‘Van den Berg van Saparua’ en zijn nakomelingen hebben nog steeds dezelfde familie naam.

Inmiddels is Donald ons vooruit gelopen om voor vervoer te regelen.
‘”Nyong (=Ambonees woord voor jongen), weet je misschien de buurt waar de Souhoka clans wonen ?” ’vraagt Donald. ‘”Natuurlijk, dat is geen probleem, de Souhoka clans wonen allemaal dicht bij elkaar en ik zal jullie naar toe rijden’” antwoordt de chauffeur.

Vijf minuten later stopt de bus in een straat waar ongeveer acht huizen staan.
De kinderen die op straat aan het spelen zijn houden op, als wij uit de bus stappen. Weer die nieuwsgierige blikken. Ik loop naar hun toe en vraag: “wonen hier familie Souhoka ?””. Een van de kinderen stapt naar voren en zegt: “‘Om, in deze huizen wonen allemaal familie Souhoka’s”. Een vrouw, die vanuit haar deuropening dit alles gade slaat, komt naar ons toe.

We maken  kennis met haar en vertellen haar dat Sharons wens is om  hier te komen en water te drinken uit de familie-put. Vertederend, vol bewondering kijkt zij Sharon aan en commandeert één van de kinderen om een paar glazen te halen.
De vrouw loopt ons voor naar de familie-put, gevolgd door  een schare nieuwsgierige kinderen.
In deze paar minuten wordt er weinig gesproken. Voor haar doen is Sharon heel erg stil. Wat zij denkt en wat haar gevoel op dat moment is, moet voor haar héél, héél erg bijzonder zijn.

Met een emmer aan een lange touw, wordt het water uit de put geschept. Sharon vult haar glas met water uit de familieput van de Souhoka’s, brengt het glas naar haar lippen en neemt een flinke slok uit.
Haar ogen stralen, een glimlach op haar lippen, dan, dan kijkt ze omhoog en zegt: “‘Yes… Yes”…’

Sharon is er helaas niet meer, één jaar geleden is zij ons ontnomen.
Slechts herinneringen aan haar blijven achter, maar ‘Herinnering is Leven’

Naar Startpagina

Nieuwe Categorie in Ahioloweblog

Een nieuwe Categorie in Ahiolo:
“Een noken vol herinneringen”
 
Noken is een traditioneel Papoease, meestal van touwen gevlochten, draagtas.
De noken wordt door de vrouwen gedragen, de lange band van de noken wordt om het voorhoofd geplaatst. Door het tegengewicht van de waar, die de vrouwen meenemen in de noken, hangt deze als het ware op het voorhoofd.
Noken is een woord uit Marind-taal. De originele bewoners van het zuidelijk deel van de voormalige Ned. Nw-Guinea, nu Papua, behoren tot de stam Marind.
 
De Marind anim (anim=mens) spreekt de Marind-taal. Het verschil van de Marind-anim en de andere stammen van Papua is niet alleen de taal, maar dat een Marind-anim over het algemeen groter is dan de andere Papoeaas.
 
In deze categorie komen herinneringen te staan, in willekeurige volgorde.
 
Tijdslijn wordt hier niet toegepast. De herinneringen, die bij mij opkomen ga ik erover schrijven. Het kan alledaagse- maar ook bijzondere herinneringen zijn.
 
“Herinneringen zijn immers de mooiste erfenis, die een mens krijgt”
 

Naar Startpagina

Vierdaagselopers krijgen herinnering

NIJMEGEN – De ruim 45.000 wandelaars die in juli gestart zijn op de eerste dag van de Vierdaagse van Nijmegen, krijgen een herinnering aan deze tocht, die na één dag werd afgelast.
De herinnering heeft de vorm van een draagspeldje. Dat schrijft voorzitter Wim Jansen van stichting De 4Daagse in een brief die de lopers dinsdag ontvangen.

De wandelaars van 2006 hoeven bovendien volgend jaar niet te loten voor een startbewijs. Zij zijn gegarandeerd van deelname, aldus Jansen. Het bestuur heeft overwogen het inschrijfgeld voor dit jaar terug te storten, maar uiteindelijk besloten dat niet te doen.

Moeilijke beslissing
Het besluit de Vierdaagse af te gelasten, was “een zeer moeilijke beslissing”, schrijft Jansen aan de wandelaars. De ervaringen van de eerste dag, in combinatie met de wetenschap dat de grenzen van de capaciteit van de hulpverlening waren bereikt en het vooruitzicht dat de weersomstandigheden de volgende dagen nog ongunstiger zouden worden, hebben de doorslag gegeven.

Op de eerste, extreem warme wandeldag kwamen twee lopers om het leven, terwijl tientallen mensen opgenomen moesten worden in ziekenhuizen. Hoewel de Vierdaagse daarna stopte, waren alle kosten al gemaakt. Jansen: “Dat financieren we voor een belangrijk deel uit de inschrijfgelden en daarom is besloten niet te restitueren.
Degenen die extra hebben betaald voor een certificaat, krijgen dat geld wel terug.” Volgens Jansen zijn allerlei andere maatregelen, zoals inkorten van de routes, eerder starten of een dag niet lopen, overwogen. “Maar geen enkele oplossing kon het bestuur de zekerheid geven dat de veiligheid van de wandelaars gegarandeerd was.”.

Steun
Veel wandelaars hebben achteraf hun steun betuigd aan het bestuur. Ook op allerlei fora op internet blijkt dat de meeste wandelaars het Vierdaagsebestuur steunen. Daarentegen is er wel veel kritiek op de beslissing de Vierdaagsefeesten in de stad gewoon door te laten gaan. “Dat is een verantwoordelijkheid die ligt bij het Actief Comité Binnenstad Nijmegen en de burgemeester”, aldus Jansen.

Foto’s van 4-Daagse Nijmegen 2006

Naar Startpagina