Papua Molukkers 45 jaar in Nederland

Bezoek van gouverneur dr. J van Baal aan Merauke in 1955

Zomer 2007, dan is het 45 jaar geleden dat een grote groep Molukkers uit de voormalige Nedelandse kolonie West Nieuw Guinea naar Nederland repatrieert.
Ja, repatriëren omdat zij sinds hun geboorte onder de Nederlandse vlag hebben gewoond en gewerkt.
Op hun paspoorten stonden toen als Nationaliteit: “Nederlandsch Onderdaan niet Nederlander” of “gelijk gesteld als Nederlander”. Op verzoek kan men als Nederlander gelijk gesteld worden, indien hij in een ‘hogere’ maatschappelijke positie bevindt of komt.

Al lang voor de Tweede Wereldoorlog hadden er Molukkers in Nieuw-Guinea gevestigd.
Op Java na, de grootste Molukse gemeenschap buiten de Molukken. De meeste Molukkers woonden in het Zuidelijk deel van Nieuw Guinea m.n. Merauke. Ze verdienen hun brood (rijst) als bestuursambtenaren, zendelingen, missionarissen, politie- of kantoorbeambten. In dit stuk richt ik mij vooral op deze groep, omdat ik zelf uit Merauke kom en één van hun ben.

Na de Tweede Wereldoorlog waren er Molukse politici, die zich sterk maakten voor meer autonomie ten opzichte van de centrale Indonesische regering. Sommigen wilden de bestuurseenheid Groot-Maluku vormen. Daar zou dan ook het Nederlandse, westelijke deel van Nieuw-Guinea deel van uitmaken.
Door de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië kwam van deze plannen niets terecht.

West Nieuw-Guinea bleef Nederlands. De Indonesische regering behield echter haar eigen aanspraken op Ned. Nieuw-Guinea. Daarbij speelde ze in op de gedachte van een Groot-Maluku. Zo hoopte de Indonesische regering de Molukkers op West Nieuw-Guinea aan zich te binden.
Maar dat was geen succes. Over het algemeen waren de Molukkers daar de RMS (vrije Republiek der Zuid Molukken) welgezind.

RMS-missies uit Seram konden rekenen op steun van hun landgenoten op West Nieuw-Guinea. In die periode waren er een politieke- en drie militaire missies vanuit Seram naar West Nieuw Guinea gezonden.
Een fragment uit het boek Andere verhalen over de militaire missie van 1956: “Toen we uit de kazerne kwamen, waren we helemaal vrij. We moesten zelf een huis zoeken, dat was moeilijk. We hebben met z’n vijven geslapen in het huis van dominee Lekransy. Daar hebben we gezeten tot we hier (Nederland) kwamen. De anderen van Tuankotta sliepen bij verschillende families. We moesten werk zoeken. Ik zat op de administratie van kantoor Waterstad. ik kreeg zeven gulden per dag”

Indonesische infiltraties
Vanaf 1960, voerde Indonesië infiltraties uit, op verschillende delen van Ned. Nieuw Guinea zowel vanuit de lucht als vanaf de zee.
De infiltranten werden verslagen en gevangen genomen door de Papoease Vrijwilligerskorps, Papoease bevolking en Nederlandse mariniers. Volgens de Volkskrant (5-6) waren op 5 juni, 60 infiltranten gesneuveld. Het aantal Indonesische gevangenen bedraagt volgens de NRC (7-6) meer dan 150. Geregeld wordt ook melding gemaakt van door honger uitgeputte infiltranten, die zich aan de Nederlandse strijdkrachten overgeven, daartoe aangespoord in door vliegtuigen uitgeworpen pamfletten.

Bekend onder de naam ‘Operasi Naga’ (draak), werd op 4 juni 1962 het elite korps van Indonesië onder leiding van majoor Leonardus Benjamin Moerdani, ten noorden van Merauke gedropt (Koembe rivier). De aanvoer van Ambon over ruwweg 1300 km, gebeurde met grote Amerikaanse Herculeskisten.

Steel Guitarist Bu Nelles Maloko and friends

Een stukje van een artikel uit Legerkoerier hierover: “Al spoedig was men op een groepje para’s gestoten, die de aanroep tot overgave negerend al schietend vluchtten.
Dat kostte hen 3 man. Op één van hen vond men een fluitje, dat al eerder was gehoord in het bos waarmee ze elkaar trachtten te vinden.
Al fluitend lokte sgt Geelhoed een 2e groepje in de val en opnieuw ontbrandde een kort vuurgevecht. Enkele para’s onder wie een aangeschotene, wisten nog te ontkomen. Een gewonde Ambonees werd gevangen meegevoerd. Russische (Kolasnikov) en Amerikaanse (Tompson) machinepistolen, uitrusting en voedsel vormden de buit”

Ter herinnering aan ‘Operasi Naga’, staat nu op 15 km van Merauke, het  Monumen Jenderal TNI (Purn) Leonardus Benyamin Moerdani

Echter, onder druk van de Verenigde Staten aanvaardde Nederland toen het plan-Bunker en ondertekenden Nederland en Indonesië het Verdrag van New York op 25 augustus 1962.
Dit voorzag in de overdracht van het Nederlandse deel van Nieuw-Guinea aan Indonesië. Die zou plaatsvinden na een tijdelijk bestuur door de Verenigde Naties…….

Een deel van de Molukse gemeenschap in Merauke

Het einde van Nederlands Nieuw Guinea……
Radio RONG (Radio Omroep Nieuw Guinea) zendt die dag de toespraak van ministerpresident De Quay uit, waarvan de slotwoorden: “Wie trouw zijn werk in het belang van eigen land en volk blijft verrichten behoeft niet te vrezen. Blijft gezamenlijk aan het welzijn van uw volk bouwen. De gedachten en de beste wensen van het Nederlandse volk zullen U hierbij vergezellen. Moge God u bewaren”.

Daar konden de Papoea’s het mee doen. En..de papoea Molukkers.?
Ze hebben hier hun plaats gevonden, sommigen wonen hier al van ver voor de 2e WO. Een hechte gemeenschap van islamitische en christelijke Molukkers, die broederlijk naast elkaar leven.
Zij hebben Nederland altijd trouw gediend en wat nu ? Om onder het Indonesische regiem te wonen voelen zij zich niet veilig.
Zij hebben zich immers ingezet voor een vrije Republik Maluku Selatan (RMS).
Paniek, onzekerheid, heersen onder de Molukse bevolking van Ned. Nieuw Guinea.
De Molukse voormannen ijveren zich bij de Nederlandse regering voor een oplossing.

Tot dat zij de bevestiging krijgen:
De Molukse bevolking van Ned. Nieuw Guinea.. zij, die voor het Nederlandse bestuur hebben gewerkt, krijgen de mogelijkheid om naar Nederland te gaan.
Veel commotie ontstaat over twijfelgevallen: Molukkers, die formeel niet in aanmerking komen voor transport naar Nederland, maar zich door hun RMS-activiteiten niet veilig voelen onder Indonesisch gezag.
Mobilisatie van de pers in Nederland en Kamervragen zorgen ervoor dat zij alsnog naar Nederland mogen komen.

Lekker chillen achter het huis

De uittocht
De grote uittocht wordt voorbereid. Huizen, huiswaar worden te koop aangeboden.
Bezittingen zoals landerijen, vee enz. worden voor een appel en een ei van de hand gedaan. En wat men niet kwijt kan, laat men ‘gewoon’ aan kennissen, vrienden of zelfs onbeheerd achter.
Officiële documenten moeten geregeld worden.
Heel veel mensen, vooral ouderen, bezitten géén attestatie de vita en zijn ook niet te verkrijgen bij het plaatselijk bestuur. Daarvoor zijn ze afhankelijk van de uittreksel uit de doopregisters. Het kerkelijk bureau van Geredja Protestant Maluku (Molukse Protestantse Kerk) maken overuren.

Meerdere vluchten uit Merauke zijn nodig om de honderden mensen naar Hollandia (nu Jayapura) en Biak te transporteren. Vanwaar zij verder reizen per vliegtuigen of met de boot naar Nederland (o.a. Zuiderkruis en Patris)

In Nederland
Aangekomen in Nederland, worden ze niet gehuisvest in woonoorden, zoals de Molukse KNIL militairen van 1951. Zij worden voor de eerste tijd opgevangen in de militaire kazerne’s (o.a. in Wezep en Rotterdam Zuid) of in contractpensions totdat zij huizen toegewezen krijgen.
Hun positie verschilt wezenlijk van hun KNIL landgenoten. Want anders dan de Molukkers, die in 1951 naar Nederland kwamen, kregen zij automatisch de Nederlandse nationaliteit.
Omdat de meesten in rijksbetrekking zijn, maken zij gebruik van hun recht op wachtregeling.
De Nederlandse regering hoeft daarom minder geld voor hun uit te geven.
Voor hun tijdelijk verblijf in contractpensions, staan zij 60 procent van hun inkomen af (bij twee verdieners, van allebeide inkomens). Ook hun overtocht kosten moeten zij tot de laatste centen nauwkeurig terug betalen.
Immers, zij hebben zelf gekozen om naar Nederland te komen.

Een briefkaart van m.s. Patris

Eigen keuze
Hun eigen keuze, versterkt de motivatie om in Nederland te overleven. Ondanks dat er genoeg begeleiding is in de Maleise taal, doen ze hun best om de Nederlandse taal zo vlug mogelijk te leren.
Ze realiseren zich terdege dat de taal heel belangrijk is voor een goede communicatie op hun werk, met hun kinderen, kleinkinderen en in de woonomgeving.
Reden om gefrustreerd te raken, zijn er legio. Bestuursambtenaren, die in de kolonie de leiding hebben over de politie en justitie, worden te werk gesteld in het archief.
Aannemers in huizenbouw als timmerlui in een timmerfabriek. Onderwijzers, meteorologische weerwaarnemers, radiotelegrafisten, predikanten mogen brieven sorteren in de postkamers, of in een fabriek werken enkel omdat zij de taal niet (goed) beheersen en geen Nederlandse diploma’s hebben.
Gelukkig hebben zij dit alles ten goede kunnen keren door geduld, volharding en het vertrouwen in God’s leiding naar een goede afloop.

2e en 3e generatie
De wat jongere Molukkers, de tweede generatie, die na de Lagere School in Ned. Nieuw Guinea zijn gaan werken, volgen avondscholen of bijscholingen zodat zij hun plaatsen kunnen veroveren in de Nederlandse maatschappij.
Hun kinderen, de 3e generatie grijpen hun kansen. Meer dan negentig procent van deze jongeren volgen of hebben een MBO, HBO, Academische- en / of Universitaire opleiding.
Het gaat goed, het gaat héél goed met de ‘Papoea Molukkers’ in Nederland.
Ik denk dat velen met mij, na 45 jaar mogen zeggen dat onze (groot)ouders toen een ‘goede keuze’ hebben gemaakt.

Het ‘ons-gevoel’
Het hechte gemeenschapsgevoel is heel belangrijk voor de ‘Papoea Molukkers’.
De ouderen onder de 2e generatie beseffen dit heel goed.  Zij hebben de koppen bij elkaar gestoken en organiseren uit eigen middelen eens in de twee jaar een reünie.
Het ‘ons-gevoel’ is mede daardoor gebleven en zelfs versterkt onder zowel de 2e als de 3e generatie.

No Ien, Bu Boer, Bu Loek, Zus Greet, Bu Wim +, Bu Jan +, Zus Ria, Bu Butje + en Els, Joop+ en Boja, Zus Paula+ bedankt (*)  Excuses, als ik iemand ben vergeten.
Helaas zijn vijf (+) van deze lieve Meraukezen niet meer bij ons.

Nu anno 2007, hebben zij het stokje doorgegeven aan de jongeren uit de 2e generatie.
Deze nieuwe groep, de M.W.G (=MERAUKE-Werk Groep), zal of gaat op haar eigen wijze het werk aanpakken.
In het teken van 45 jaar in Nederland, organiseert MWG op zaterdag 23 juni 2007 in Barneveld Merauke reünie.
…………………………………………………………………………………………………….
*) Molukse aanspreekvorm voor oudere personen van dezelfde generatie: Bu = Broer    Usi of zus = zus.
No betekent hier niet nee, maar een afkorting van het woord Nona (uit het portugees).
Dochters van belangrijke mensen worden met Nona aangesproken. Soms spreken  ouders hun dochters ook aan met Nona, de naam wordt dan niet genoemd.

De historische gegevens zijn ontleend aan het archief van MHM (Moluks Historisch Museum).
De foto’s waren gemaakt door Bu Ato Muskitta, de enige amateurfotograaf van Merauke.

Naar Startpagina