Gospelfestival 2008 – Leerdam

Op de flyer klikken om te vergroten 

Geef de kinderen een kans !!
De opbrengst  van het Gospelfestival 2008, is bestemd voor het project LPM-Onderwijs. Door de kinderen te ondersteunen met de benodigde faciliteiten kunnen zij onbezorgd naar school gaan. Wanneer kinderen naar school kunnen, krijgen ze waar ieder kind recht op heeft: een eerlijke kans om zich te ontwikkelen…

Lees meer hierover in de site van de   Jajasan Pemadjuan dan Penguatan Hubungan   (Stichting ter Bevordering en Versteviging van Kontakten).

U kunt hier klikken om de foto’s van de 2e Gospelfestival 2008 in Leerdam te bekijken.

Naar Startpagina

Aegon gepensioneerden “liggen voor Pampus”

Eens per jaar organiseert de Aegon personeelsvereniging van de gepensioneerden een contactdag. Zo’n dag is dan ook bedoeld om elkaar te ontmoeten onder het genot van koffie met gebak, samen te lunchen en aan het einde van de dag besluiten met een diner. Een activiteit er tussendoor mag dan wel erbij, maar het moet vooral niet te  inspannend zijn.
Op de uitnodigingsbrief staat: “we gaan voor Pampus liggen”. Dit vraagt natuurlijk naar een nader onderzoek.

Pampus
Pampus is een woord dat tegenwoordig niet meer wordt gebruikt en betekent ‘dikke brij’.  Het duidt op de slappe, pulpachtige stoffen van de ondiepte. Uit geomorfologisch(*) onderzoek komt naar voren dat het Pampus oorspronkelijk geen bank (en zeker geen zandbank!) maar een stroomgeul, later vaargeul, was die door aanslibbing in een voor de scheepvaart hinderlijke ondiepte is veranderd.

(*) Geomorfologie (vaak ook kortweg als morfologie aangeduid) is de wetenschap die de vormen van het landschap en de processen die daarbij een rol spelen of hebben gespeeld, bestudeert.

Gezegden
In de tijd van de koloniale wereldhandel door Nederland, de V.O.C., (Verenigde Oost-Indische Compagnie ) konden de schepen, zwaarbeladen door de handelswaar vanuit Nederlands-Indië als ze bijna thuis (Amsterdam) waren soms die ondiepe vaargeul niet makkelijk passeren en moesten dan wachten om de vaargeul door te komen. Bij vloed werden de schepen met spierkracht (mens en dier) of met scheepskamelen(**) doorheen getrokken. Zo konden de schepen de haven van Amsterdam binnenvaren. In die tijd was de Zuiderzee (nu IJsselmeer) een echte zee, met eb en vloed. Hieraan hebben we de uitdrukking “voor pampus liggen” te danken.

(**) Een scheepskameel is een drijver of een systeem van drijvers, dat aan een schip verbonden werd om de diepgang te verminderen.

Een andere betekenis voor de uitdrukking “voor pampus liggen” is, dat je totaal dronken bent. De relatie met het forteiland Pampus is als volgt: “Vroeger kwamen de schepen van de V.O.C. richting Amsterdam aan en moesten wachten bij Pampus op het juiste tij om de haven van Amsterdam binnen te varen. Daarna gingen de matrozen naar de haven, meerden af, kregen hun gage en verspilden deze in de dagen daarna aan drank en vrouwen. Dan gingen ze naar huis, net zo berooid als ze voor de reis waren.”

Het probleem was dat alle matrozen uit de provincie kwamen. Amsterdam was veel te klein om duizenden mensen als matrozen te leveren. Wanneer er weer een ronselaar van de V.O.C. in de dorpen kwam dan zeiden de moeders van de aanstaande matrozen: “Niet doen, dat brengt toch niets op.” Die ontmoediging was slecht voor de handel, want als er geen matrozen waren, dan konden de schepen niet bemand worden, wat verlies van laadruimte en winst betekende.

De Heren van de V.O.C. bedachten een truc. Als de schepen voor de rede van Pampus lagen, kregen ze water, eten en zeep. Vervolgens werd er een bordeel afgehuurd. De dames van het bordeel werden samen met een forse hoeveelheid drank aan boord gebracht. Na drie dagen waren de schepelingen totaal uitgeraasd en uitgeput. Daarna ging het schip naar de haven, meerde af, de matrozen kregen hun gage en gingen naar huis. Nu gingen ze met geld naar huis en met stoere verhalen. Hierdoor was het eenvoudiger om matrozen te werven. De term “voor pampus liggen” in de zin van dronken zijn, komt uit het hier beschreven gebruik vandaan.

Verrijkt met deze belangrijke  informaties, vertrokken we op donderdagochtend 22 mei 2008,  om 07.30 uur vanuit Rotterdam met de bus naar het verzamelpunt in De Haag. Twee bussen vol opgewonden gepensioneerden, alsof wij op schoolreis gingen, reden we naar Muiden.

Ondanks de ochtendfile, kwamen de beide bussen, met een kleine vertraging aan, bij de haven van Muiden. Op de kade stond de bemanning van ms de Jordaan klaar om ons te verwelkomen. Binnen stonden koffie en gebak op ons te wachten.  Voor sommige 010-aanhangers onder ons, was het even slikken. Een halve dag meevaren met ms de Jordaan …. Gelukkig verdween het ongeriefelijk gevoel snel na de eerste paar slokken koffie.

Het weer was schitterend, alle zitplaatsen op het bovendek waren bezet. Terwijl de boot rondvoer, genoten we met volle teugen van het weer en gezellig samen zijn.  Na ongeveer een uurtje varen meerde de Jordaan af, aan de steiger van het eiland Pampus. Het was redelijk druk op het eiland. Het terras van het restaurant was goed bevolkt. We werden opgewacht door Andre (met zijn vrouw, zijn ze de vaste bewoners van het eiland) en onze gids n.n…
Onze enthousiaste gids gaf ons een rondleiding in het fort op dit forteiland Pampus. Genoemd naar het aangrenzende Pampus.

Het forteiland Pampus, op de achtergrond het ronde dak van het fort.

Het fort Pampus.
Na de Frans-Duitse oorlog van 1870 was het Nederlands bestuur bang voor een aanval op Amsterdam. Men bouwde daarom rondom Amsterdam een vestingring, de Stelling van Amsterdam. Voor de monding van het IJ werd op een kunstmatig eiland op een hoger gelegen gedeelte van het Muiderzand, ten zuiden van de vaargeul, een forteiland Pampus gebouwd. De bouw  duurde van 1887 tot 1895. Het fort staat op 4000 heipalen van 11 meter lang. Fort Pampus was het sluitstuk van de 135 km lange stelling van Amsterdam, een kring van 42 forten en batterijen van de hoofdstad.

Voor zover bekend is er alleen tijdens de mobilisatie van de 1e Wereld oorlog (1914-1918) een volledig regiment militairen op het eiland gelegerd geweest. Vanaf het eiland is er in oorlogstijd nooit een schot gelost.

Tweede Wereldoorlog
In de Hongerwinter (de winter van 1944-1945) was het erg koud en vroor het hard, waardoor het eiland over het ijs bereikbaar was. In 1944 haalde de Amsterdamse bevolking het hout eruit om zich warm te stoken. Al eerder hadden de Duitsers het metaal van het eiland verwijderd voor hun industrie.

Na het gereedkomen van de afsluitdijk in 1932, verloor Pampus zijn militaire functie en liet de defensie het fort aan zijn lot over. Het fort raakte hierdoor in verval maar wordt tegenwoordig door vrijwilligers geconserveerd. Het Fort Pampus behoort, vanaf kort na de bouw, tot de gemeente Muiden.

Vol passie vertelde de gids ons hoe de militairen in het fort leefden. Hij leidde ons door de keukens van de soldaten en officieren, liet ons de privaten zien. We liepen door de smalle gangen naar de onderkomen van de kanonniers. In het fort waren vijf slaapverblijven voor 152 kanonniers. Aan beide zijden 2 rijen britsen (2 hoog) met strozakken. Er sliepen 30 man per verblijf. In het midden van de fort waren twee geschutskoepels, waaronder vier kanonnen stonden.

Trots liet hij ons het nieuwe dak van de fort zien. Het dak had altijd een heel belangrijke functie voor de fort. Immers het regenwater, dat op het dak viel, werd via de dakgoot opgevangen in de 9 kleine en 2 grote regenbakken doorgepompt naar het waterreservoir voor verdere distributie naar diverse afnamepunten. De waterreservoir-ruimte heeft een lengte van 14,80 meter en breedte van 2,60 meter. Hierin werd het waterreservoir gebouwd. Nu, had men boven het waterreservoir een zwevende vloer gemaakt en de ruimte daarboven kan men huren voor een trouwplechtigheid. Het 4-delige tv-programma: ‘Advies…train je vaardigheden’ van Teleac, dat in november en december 2006 werden uitgezonden, werden ook in deze ruimte opgenomen.

Een leerzame rondleiding, die door het enthousiasme van de gids langer duurde dan was gepland.

Gegevens over het eiland:
Lengte 205 m. Breedte: 164 m.  Oppervlakte: ca. 0,03 vierkante km. Hoogste punt: (lichtbaken) 13,3 m NAP.  Inwoners: 2.

Muiden
Terug aan boord gebruikten we onze lunch al varend naar haar thuishaven Muiden. In Muiden kregen we nog de gelegenheid om het vestingstadje Muiden te bezichtigen.
“Muiden is een schat van een”, zei een van de oude Muiers, die op een bank zaten.
En dat klopt. Aan de oevers van het Markermeer, tussen de snelwegen ingeklemd, ligt hier een oase van rust. De tijd heeft er stilgestaan. Vele gebouwen zijn de stille getuigen uit vervlogen tijden van de dynamiek rond de sluis.
De oude zeesluis, die nu elektrisch bediend wordt, de vele restaurants, leuke kleine winkeltjes… en terrassen..

De eerste, nog bekende melding van het plaatsje Muiden dateert uit 953. Het dorpje heette toen nog: AmudaA. Dit betekent  Monding van de A . De A is de oude naam van de rivier Vecht.

Na een mooie bustocht langs de Vecht stopten we bij het restaurant ‘De Olifant’ in Breukelen. Hier sloten we deze zeer geslaagde Contactdag af met een overheerlijke drie gangen diner….  ‘Onze dank en alle lof aan Aegon Evenementencommissie’

Foto’s © Ahiolo
Aegon Contactdag 2008 (1)
Aegon Contactdag 2008 (2)

Naar Startpagina

Het verdriet van Ambon (boek)

Een kroniek over de geschiedenis van de Molukken die leest als een spannend reisverslag. Geschreven door Tjitske Lingsma.
Tjitske Lingsma (1960) is freelancer. Vanaf 2000 bezocht ze vele malen de Molukken. Ze schreef artikelen en reportages voor o.a. Elsevier, VN, Trouw, AD, het FD, VNG en berichtte voor CNN.

‘Een grijs ochtendlicht hangt over het eiland als het passagiersschip de baai van Ambon binnen vaart. Het is 3 mei 2000. Ik ben op weg naar de Molukken voor reportages over de broederstrijd tussen christenen en moslims die bijna anderhalf jaar duurt. ‘Dit is de dodenweg’, zegt de militair, die mij na aankomst een lift geeft, als we door een gebied met karkassen van verwoeste huizen rijden. Welkom op Ambon. Op dat moment kan ik niet bevroeden dat dit het begin is van een avontuur dat acht jaar zal duren.

‘Nee, u kunt beter niet komen. Het is veel te gespannen’, zegt Abdullah Soulisa (80) via de telefoon. Ik dring aan. Een dag later ontmoet ik de moslimleider om de islamitische kant van het verhaal te horen. Hij en zijn vrouw sloegen al op de eerste dag van de burgeroorlog, 19 januari 1999, op de vlucht. Nu wonen ze in het islamitische deel van de stad, waar moslims en christenen sinds de religieuze zuiveringen volledig gescheiden van elkaar leven.

Aan de andere kant van de front-linie tref ik de christelijke Nelly Gaspersz (74). Als ze me meeneemt naar de plek waar ooit haar huis stond, zie ik een Davidster op een muur gekalkt. ‘Wij zijn Israël. De moslims zijn de Palestijnen. De weg die hier vlakbij loopt, is de Gazalijn’, proest ze.
Maar enkele dagen later barsten de gevechten in alle hevigheid los. Overal ontploffen bommen en ratelen machinegeweren. Alles wat ik zie roept vragen op: wie draait hier aan de knoppen, wie is slachtoffer, wie is dader. Zo begint mijn speurtocht naar de wortels van het conflict, die mij terugvoert naar het verre verleden. Ik ontdek hoe de VOC hele eilanden heeft uitgemoord om het monopolie op de specerijhandel te verkrijgen. Tot mijn verbijstering hoor ik premier Balkenende pleiten voor een terugkeer van de VOC-mentaliteit.

Op mijn ontdekkingsreis laat ik me gidsen door manuscripten, studies en vele Molukkers. De echtparen Soulisa en Gaspersz blijken perfect voor een hoofdrol. Mijn onderzoek wordt lastiger als de Indonesische autoriteiten in 2001 besluiten dat buitenlandse journalisten geen ambtenaren op de Molukken mogen interviewen. In 2002 wordt het gebied zelfs afgesloten. Als ik toch binnen weet te glippen, kan ik eindelijk de Molukse families opzoeken met wie ik vertrouwd ben geraakt. Opgelucht haalt Nelly adem als ik heelhuids terugkeer van helse glibbertochten door de bergen op zoek naar historische locaties.

Inmiddels tekent zich een broze vrede af. Als buitenstaander krijg ik van mensen te horen wat ze hebben uitgespookt tijdens de burgeroorlog. Maar onderling zwijgen moslims en christenen over hun daden. De toekomst zal uitwijzen of verzoening zonder waarheidsvinding mogelijk is.’

Tekst: Tjitske Lingsma

‘Het verdriet van Ambon’ verschijnt bij Balans (ISBN 9789050189286)

Lees ook:  Herinneringen Molukse Christenen zijn weggewist  (ook van Tjitske Lingsma)
Intervieuw met Tjitske Lingsma

Tjitske Lingsma wint Dick Scherpenzeel Prijs 2008
De Dick Scherpenzeel Prijs 2008 is gewonnen door Tjitske Lingsma met het boek Het verdriet
van Ambon – Een geschiedenis van de Molukken.
“Op de eerste bladzijde heb je het al in de gaten: hier is iemand aan het woord die kan schrijven. Zelden zien we zo’n gaaf voorbeeld van betekenis gevende reisjournalistiek,” oordeelde de jury. De Dick Scherpenzeel Prijs bedraagt 10.000 euro.
Tjitske Lingsma reageerde enthousiast: “Deze prijs betekent erkenning. Het is een soort super-
recensie. Geweldig om lof te krijgen van een vakjury van zeven deskundigen.”

Naar Startpagina