Happy New Year

1001Krabbels.nl - Happy New Year

Dank U, Vader, voor de dingen die ik zie, nu ik, aan het eind van
alweer een jaar, terugblik op de weg die achter me ligt.
Ik zie zegeningen en mislukkingen. Vandaag laat ik de nare en remmende
herinneringen aan fouten uit het verleden los. Ik klamp me vast aan
de belofte van de geweldige nieuwe dingen die U voor mij in petto heeft.
Ik draag mijn toekomst aan U op, Heer, en hou mijn ogen open
voor alle nieuwe dingen die U in het nieuwe jaar in mijn leven wil
doen. Amen.

Naar Startpagina

3e Q-Santa-Run 2009

Twee dagen voor de Kerst, zag het marktplein aan de Binnenrotte in Rotterdam er vuurrood uit.
Het leek wel op, alsof de kerstmannen- en vrouwen uit de hele wereld bij elkaar zijn om van hier vandaan hun kerstpakketten te verspreiden.
Dat kan natuurlijk ook weer niet, want de arresleeën waren nergens te bekennen. Wonder boven wonder, ze hadden een overeenkomst. Ze hadden allemaal hun hardloopschoenen aan.
Daar stonden ze dan, meer dan drieduizend in rood geklede kerstmannen en -vrouwen, wachtend op ……. het startschot……. Radio Q-music organiseerde dit jaar op 23 december 2009, voor de 3e keer een hardloop wedstrijd over een afstand van 5 km.
De start en finsh vond plaats op, deze inmiddels omgedoopt tot, het ‘Rode plein’, dat tussen de bijzondere mooie moderne architectonische gebouwen van Rotterdam op de Blaak ligt.
Bijzonder mooi decor voor dit even bijzonder evenement.

BN-ers
Een kwartiertje voor de start, klonk uit de luidsprekers de stem van niemand minder dan nummer één dj van de wereld Armin van Buuren.
Op het ritme van bijpassende muziek zweepte hij de kerstmannen en -vrouwen op, tijdens de gezamenlijke warming up.
Tussen deze duizenden kerstmannen en -vrouwen liepen o.a. de BN-ers Lange Frans en Leontine van Moorsel mee.
“Ik heb al veel meegemaakt en over de hele wereld voor massa’s mensen staan draaien, maar nog nooit voor duizenden kerstmannen en -vrouwen. Dat is toch wel echt uniek, aldus Armin over Q-Santa-run.

Het Funrunners team

De Funrunners
Naast deze BN-ers, liepen ook enkele kerstmannen- en vrouwen van de Funrunners mee.
Eén van hun was Ineke, mijn vrouw. De 3e Q-Santa Run werd haar 3e
officiële prestatieloop. Ongeveer 6 maanden geleden maakte ze kennis met haar ‘nieuwe’ liefde: hardlopen.
Gelukkig was sporten voor haar niet vreemd. Ineke was goed voor 13 keren Nijmeegse Wandel 4-Daagse. De overgang van wandelen naar hardlopen was voor haar daarom geen probleem.
Onder goede begeleiding van de trainers Marjolijn en Ron, was het haar gelukt om tot deze prestatie te komen. Ook haar trainers waren trouwe lopers van de Q-Santa Run.

De start
Echt uniek was de start van de 3e Q-Santa Run. Het afgezette ‘Rodeplein’ had namelijk twee ingangen /uitgangen aan het N- en Z-zijde. De kerstmannen en -vrouwen stonden startklaar bij de beide poorten. Toen eindelijk het startschot klonk, renden de kerstmannen en -vrouwen massaal uit de beide
poorten. Eén groep in de Noordelijke richting naar de Meent en de andere in de Zuidelijke richting naar Station Blaak.
U raadt het al … dit is beslist niet de bedoeling. Het goede parcour ging in de Noordelijke richting.
De kerstmannen en -vrouwen, die in de Zuidelijke richting liepen hadden hierdoor ca. 1 km van het parcour afgesneden. De poging om de hardlopende kerstmannen en -vrouwen, die verkeerd gingen, terug te roepen had geen resultaat.
De organisatie had dit kunnen voorkomen door de ‘Zuidelijke’ poort dicht te houden.

Omgeving van de Oude Haven
Het was een heel leuk gezicht, een ‘lange rode slang’ slingerend onder de kubuswoningen door, over de besneeuwde
weg om de Oude Haven, waar boten onder de sneeuw lagen…. Op de voorgrond de ‘rode slang’ de achtergrond de mooie rode Willemsbrug en het Witte Huis…

Oude Haven op de achtergrond Willemsbrug en Witte Huis

Het Witte Huis was de eerste wolkenkrabber van Europa. Het 43 meter hoge gebouw is gebouwd in 1898 en was vele jaren het hoogste kantoorgebouw van Europa. Het Witte Huis is geïnspireerd door de wolkenkrabbers in Manhattan toen één van de ontwikkelaars een bezoek aan New York bracht en is gebouwd in Art Nouveau stijl.

Verwarring
De kerstmannen en -vrouwen, die in de Zuidelijke richting liepen waren na slechts 8 minuten weer terug bij hun startpunt. Wat nu ?…..verwarring alom….welke kant te lopen ? ….. De auto, die voor de lopers uit (die het echte parcour namen ) reed, was inmiddels ook op dit punt aangekomen….. Vragen werden op de mannen afgevuurd…. snelle overleg met de leiding gepleegd …. en eindelijk konden de kerstmannen en -vrouwen hun weg vervolgen.

Nu, achter de organisatie wagen aan, de Hoogstraat op naar het centrum van Rotterdam.
Op naar de Coolsingel, die wereldwijd bekend werd door de Rotterdamse Marathon. Via het Hofplein door de binnenplaats van het Rotterdamse Stadhuis en over de Meent renden de kerstmannen- en vrouwen terug naar het ‘Rode plein’.

Na afloop trad Miss Montreal op voor de inmiddels overvol gelopen ‘Rode plein’. Uiteraard zong ze haar kersthit ‘Being Alone at Christmas‘.
Het was een bijzondere ervaring om aan de 3e Q-Santa-Run deel te nemen…. tot volgend jaar.

Bekijk hier de foto’s     Foto’s © Ahiolo

Naar Startpagina

Kerstfeest in Muli (Merauke) anno 1956

Uit: Een noken vol herinneringen

Dit is één van mijn vele herinneringen aan Merauke…het stukje hieronder gaat over de bezigheden rondom het Kerstfeest in Muli. Muli is een dorpje, dat op ongeveer 5 km van Merauke ligt.

Mijn vader werkte in Muli als zendeling; op door-de-weekse-dagen was hij hoofd van 3 klassen basisschool en ‘s-zondags leidde hij de kerkdienst. De rest van zijn tijd gebruikte hij om zijn gemeente te dienen.
Mijn moeder werkte als onderwijzeres op de Openbare Lagere School B in Merauke.

Voorbereidingen in en om het huis
Tegen de kerst, was het altijd druk bij ons thuis. Voorbereidingen voor het kerstfeest..  Mijn moeder bakte cakes en we moesten haar daarbij helpen. Broer Paul (RIP) klopte eieren om later gemengd te worden met meel, suiker en andere ingrediënten tot cake-beslag. Ik smeerde ik de bakvormen met boter (Blue Band), zodat de cakes niet aan de bakvormen plakken.
Elektrische- of gasoven hadden we niet, immers we kookten op houtvuur. Van een vierkante olie blik maakte mijn vader een oventje. De cakevorm met beslag werd in de oven gelegd, die van onderen en boven verwarmd werd met houtskool. Soms kon de houtskool te heet zijn, dan gebruikten we het zachte schil van cocosnoot. Dit brandt korter en minder heet.

Het huis moest helemaal opgeruimd worden. Het erf schoongevegen, soms moest nog een muur gewit worden, m.a.w. alles moest weer pico bello uitzien.
Mijn moeder had hierin de leiding.
Dan kwam mijn vader binnen, keek rond …. keek mijn moeder aan…. schudde slechts zijn hoofd en zei: “Marta, Marta….” en liep weer naar buiten.
Ik vond wel vreemd… waarom zei hij “Marta” zo heet mijn moeder helemaal niet en ook niet haar 2e naam.

Voorbereidingen op school en in de kerk
In de maanden november en december zagen we mijn vader minder dan anders.
Als de school uit was, bleef hij nog na om zich voor te bereiden op de kerst. Elk jaar werd op de kerstavond een ‘kerst-stukje‘ uitgevoerd. Uren besteedde hij aan script schrijven, rollen verdelen, mensen ervoor benaderen, daarna dagenlang met ze repeteren. Repetities met het fluitorkest en het kinderkoor.. Hij had de hele regie in eigen handen.
Tegen de tijd dat de kerst naderde merkte ik dat de spanning in hem opkwam.
Dan pakte hij zijn dubbelloops geweer … ging het bos in om te jagen.
Als hij later terugkwam, met of zonder buit, was de rust in hem weer teruggekeerd.

De dochter van Herodias danste terwijl haar moeder in de deuropening stond te kijken

Kerstversieringen en kerstboom
Een paar dagen voor de kerst werd de kerstboom in de kerk opgetuigd. Kerstballen en kerstversieringen waren toen nog nergens in de winkels te verkrijgen.
Van crèpepapier maakten wij, (kinderen) slingers. De ronde vruchten van bintangorboom of (buah bintangor) van ca. 5 cm diameter, verfden we met felle kleuren om in de boom te hangen als kerstballen.
Omgewikkeld in aluminium papier werden deze bintangorvrucht mooie glinsterende kerstballen. Natuurlijk moesten we eerst een gaatje maken in de vrucht en het vruchtvlees eruit halen, wat er over bleef was het harde schil (te vergelijken met een kalebas).

Als kerstverlichting gebruikten we echte kaarsen, die in zelfgemaakte bamboe standaard in de boom werden bevestigd. Het kostte ons uren om deze kerst-versieringen te maken. En geloof me…. dat waren echt leuke creatieve uren.
Een mooie boom (geen den of spar) van 3 meter, kapte men in het bos en dan… in actie allemaal…. versieren maar…
Onder de kerstboom stonden in plaats van cadeaus, twee emmers met water erin. Het gebeurde wel eens dat de kerstboom tijdens de viering in brand vloog, vandaar deze 2 emmers.
De hele kerk werd versierd. Slingers hingen overal, de boom stond statig naast de kansel.

De kerstviering
De kerk was tot aan de nok toe gevuld. Niet alleen met mensen uit ons dorp Muli, maar ook uit Merauke.
Ook de moslimkinderen, die bij mijn vader op school zaten, en hun ouders en familie waren er allemaal.
Meer dan 30 procent van de leerlingen van deze Christelijke Dorpsschool waren moslim-kinderen. Enkelen van hun deden zelfs mee in dit kerststukje.
Waauw… wat bijzonder, dat kon allemaal zo maar, 55 jaren geleden. Ik, ik kreeg een heel bescheiden rolletje in deze kerstuitvoering. Een rolletje als ‘kindsoldaat’ van Herodes. Twee keren mocht ik opkomen. Een keer om Johannes de Doper op te halen uit de gevangenis en de andere keer aan het einde.

Het hoofd werd op een schaal binnengebracht aan het meisje gegeven, en zij bracht het naar haar moeder.

De dood van Johannes de Doper
Het stuk ging over de dood van Johannes de Doper (Mattheüs 14 1:12). Herodes had Johannes de Doper destijds laten arresteren en in de boeien geslagen en hem in de gevangenis geworpen om Herodias, de vrouw van Filippus, de broer van Herodes.
Johannes had namelijk tegen Herodes gezegd: “U mag haar niet tot vrouw nemen“.
En hoewel Herodes Johannes de Doper wilde doden, deed hij dat niet uit vrees voor het volk, dat Johannes voor een profeet hield.
Toen Herodes een feest gaf ter gelegenheid van zijn verjaardag, danste de dochter van Herodias te midden van de aanwezigen, en dat viel bij Herodes in de smaak. Daarom zei hij dat ze zou krijgen wat ze maar zou vragen, en hij bezegelde die belofte met een eed.
Door haar moeder daartoe aangezet zei ze: “Breng me dan op een schaal het hoofd van Johannes de Doper.” Deze vraag bedroefde de koning, maar omdat hij in het bijzijn van zijn tafelgasten een eed gezworen had, beval hij dat men het haar zou brengen, en hij gaf opdracht Johannes in de gevangenis te onthoofden. Het hoofd werd op een schaal binnengebracht aan het meisje gegeven, en zij bracht het naar haar moeder. (Matheus 14: 3-12)
De kerstuitvoering was een groot succes. Dagenlang was de kerstviering in Muli het gesprek van de dag. Niet alleen in Muli maar ook in Merauke.

Het finale lied. Het kindsoldaat rechts voor u op de foto…..c’est moi.

Het verhaal van Marta en Maria
Vele, vele jaren later, begreep ik pas waarom mijn vader op een van die drukke dagen in december zijn hoofd schudde en “Marta, Marta..” tegen mijn moeder zei.
In Lucas 10 : 38-42 las ik het verhaal van Marta en Maria: Toen ze (Jezus en zijn leerlingen) verder trokken ging hij een dorp in, waar hij gastvrij werd ontvangen door een vrouw die Marta heette. Haar zuster, Maria, ging aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar Jezus toe en zei: “Heer, kan het u niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen”.
Jezus zei tegen haar: “Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen”.

Vandaag de dag, is het nog niet veel veranderd, Marta’s kom je nog steeds tegen. Marta’s zijn alleen maar bezig met hun eigen ‘ding’. Zoals, wat voor kleren doen we aan met kerst!
Waar gaan we met de 1e Kerstdag naar toe?.
Wat moeten we klaarmaken voor de gasten?. De kerstbomen moeten opgetuigd worden, andere kerstversieringen…. huizen, tuinen worden voorzien van vele kleurrijke lichten.
Hoe meer lichten hoe mooier enz..

Het Licht
Lichten…. ja…Kerstfeest is natuurlijk het feest van Het Licht. Het Licht dat de andere lichten doet vervagen.
Jezus Christus is Het licht in de nacht. De herders op de velden van Efrata hadden het gezien. De wijzen uit het Oosten hadden het gevolgd naar Bethlehem en Maria had voor het gekozen.
Wat..wat is uw keuze?…..  “Wens u een Kerst vol licht, rust en vrede”

Naar Startpagina

Mijn herinneringen aan Merauke [1] (Voormalige Ned. Nieuw Guinea – nu Papua)

Uit: Een noken vol herinneringen

Dit is één van mijn vele herinneringen aan Merauke… mijn verhaal hieronder gaat over de eerste jaren, toen we van Ahiolo (Seram) in Merauke kwamen, mijn Openbare Lagere School B periode en de tijd op de Experiment RK Mulo.

Verhuizing
Na de 2e WO in 1948 werd mijn vader overgeplaatst van Ahiolo (binnenland van Seram) naar het binnenland van Zuid Nieuw Guinea. Hij zou daar zijn werk als zendeling voortzetten. Merauke, de hoofdplaats bestond toen slechts uit een tiental huizen omringd door moerassen.
De hoofdbewoners van dit vlakke deel van Nieuw-Guinea waren de malariamuggen.
Hier kwamen we te wonen, samen met de duizenden malariamuggen, die heel erg blij waren met onze komst.
Verder hadden hier verschillende bevolkingsgroepen uit de Molukken o.a. Timorezen, Keiezen, Tanimbarezen, Ambonezen en Chinezen hun thuis gevonden.

De overplaatsing van mijn vader, betekende voor het hele gezin een complete verhuizing. Vier dagen hadden we nodig om van Ahiolo naar Piru (kustplaats in West Seram) te komen. 4 dagen lang lopend door het tropische regenwoud. De kleine kinderen, o.a. ik, werden op de schouders gedragen door de sterke mannen van Ahiolo. En dan nog de koffers! en houten kisten met huishoudelijke benodigheden. Hoe het allemaal toen ging, hoorde ik later in Huku Kecil toen we in 1994 naar Ahiolo gingen.
Vanuit Piru gingen we per boot naar Ambon.
De bootreis van Ambon naar Merauke, de hoofdplaats van Zuid Nw-Guinea duurde enkele dagen.

Mijn vader was ons vooruit gereisd om een huis te regelen, immers hij moest verder het binnenland in. Zo vertrok mijn moeder een maand later met haar 4 kinderen vanuit Ambon via Banda naar Merauke. Dat ze deze bootreis zonder mijn vader moest ondernemen, was voor haar geen probleem. Zij was al heel ‘vroeg’ zelfstandig en wist wat ze wou. Toen zij nog maar 17 jaar jong was, werd zij al uitgezonden naar Seram om als onderwijzeres te gaan werken.
De eerste paar maanden in Merauke, woonden we bij een familie in. Gelukkig was het maar voor een korte duur want al gauw konden we een huis (later bewoond door familie Sialatua) huren in Kampong Ambon.

Herinneringen over mijn schooljaren in Merauke

De klas van mijn moeder en juf. Jenny Tehupuring. Op de muren hangen de tekeningen van dhr. Jansen aan de Weg.

Openbare Lagere School B (OLS-B)
Op deze school kwam mijn moeder te werken als onderwijzeres. Enkele jaren later werd zij tot schoolhoofd benoemd. De voertaal op de Openbare Lagere School B is Maleis.
De school staat niet ver van ons huis vandaan.

Ik was toen pas 4 1/2 jaar jong en mocht nog niet naar school. Kleuterschool en kinderdagverblijf waren er niet. Tot dat ik officieel naar school mocht, ging (moest) ik elke dag met mijn moeder mee. In de klas waar ze les gaf, was ik er ook. De meisjes van de hogere klassen verwenden me regelmatig met snoepjes (Lonka).

Een griffel en een lei waren mijn school attributen. En als ik er genoeg kreeg van tekenen, ging ik op het schoolplein spelen of op de koude vloer van de lange galerij slapen. De koude vloer voelde zo lekker aan, vooral op het heetste deel van de dag.
Op het schoolplein groeiden grote mango bomen en als rijpe mango’s van de bomen vielen, was ik altijd als eerste erbij om ze op te rapen. In de pauze liep ik altijd achter mijn moeder aan, waar ze ook naar toe ging.
Soms, soms deed ik ook mee met de lessen.

Toen ik dan officieel naar school mocht, kon ik al lezen, schrijven en rekenen als de beste. In de eerste 3 klassen van de Lagere School, hoefde ik nauwelijks wat te leren.
Met als gevolg, dat ik erg lui werd. De 4e klas moest ik daarom nog maar een jaartje overdoen.

Enkele leerkrachten van de Openbare L.S – B. onder de mangobomen.
(v.l.n.r. dhr. Kalanit, mw. Jacguard, mw. Lekransy (mijn moeder), dhr Geertsema, dhr. Jansen aan de Weg en mw. Pelamonia.)

Nederlandse leerkrachten
In deze klas maakte ik kennis met de Nederlandse taal. Halverwege jaren 50, kwamen veel Nederlands sprekenden in Merauke wonen. Samen met hun ook Nederlandse onderwijzers, waardoor mijn moeder de leiding van onze school moest afstaan aan een Nederlandse leerkracht. (Immers Nederlandse leerkrachten mochten niet onder een inlandse onderwijzeres werken !)

Met de komst van de Nederlandse leerkrachten, kregen we een nieuwe vak erbij: de Nederlandse taal, daarnaast werd er meer aandacht besteed aan tekenen en sport.
Er werden zelfs schoolvoetbaltoernooien georganiseerd, waar onze school er aan meedeed.
Ik zat ook in het schoolvoetbalteam, dat goed was voor een 2e plaats. Meester Jansen aan de Weg, die in zijn vrije tijd een begenadigde amateur tekenaar (-schilder) was, stimuleerde de kinderen voor zijn hobby. De klaslokalen hingen vol met grote tekeningen van de heer Jansen aan de Weg. Op enkele muren van sommige klassen, tekenden de kinderen van de hogere klassen de bijzondere fauna van Ned. Nieuw-Guinea: paradijsvogels, kroonduiven en kasuarissen.

Het schoolvoetbalteam (second best of 1958)

(v.l.n.r. achterste rij: Atus Hitijahubessy, Annis Lekransy, Mardjani Wagimin, Willem…, Pieter …. Melianus. Voorste rij: Ais Reawaruw, Willem Lekahena, Derek Pelamonia , Sjaak Boera, Untung Raba , Chris Tehupuring. Liggend: Piet Tohata.)

Schoolmelk
In de 5e en 6e klas kregen we schoolmelk. De school kreeg poedermelk toegestuurd van Unicef (United Nations International Childeren’s Emergency Fund)**. De grote kinderen uit de hogere klassen moesten de poedermelk in grote teilen met water aanlengen. We moesten ieder een eigen beker of een pindakaaspotje van huis meenemen waaruit je de melk kon drinken. De bekers werden altijd rijkelijk gevuld en onder toezicht moest je ter plekke je beker leegdrinken, voordat je weg mocht.
Voor sommige kinderen was dat een ware ramp, immers bijna niemand dronk thuis melk. Er was zelfs een meisje dat flauw viel.

** Unicef is opgericht na de Tweede wereldoorlog als organisatie die het welzijn van kinderen probeert te verbeteren. Dit ‘schoolmelk’ project was één van de vele Unicef-projecten.

Mijn laatste jaren op de Lagere School verliep voorspoedig.
Wat nu, na de Lagere school?  In Merauke had men toen geen andere vervolgopleiding. Je kon na je Lagere school gaan werken. Op je 13e of 14e jaar gaan werken ? De baantjes lagen niet voor het oprapen…
Sommige kinderen gingen naar Fak Fak op de OVVO. (Opleiding Voor Volks Onderwijzer) om opgeleid te worden tot Volksonderwijzer. Anderen weer, naar de Primaire Middelbare School in Hollandia (Kota Radja).

Experiment RK-MULO
In 1958 startte de Rooms Katholieke-Missie in Merauke een experiment RK-MULO. (Meer Uitgebreid Lager Onderwijs). De leerlingen werden geselecteerd uit de kinderen van de Openbare LS A (Europese LS), Openbare LS B(Maleise LS) en Rooms Katholieke LS.

Om toegelaten te worden, kregen we (de leerlingen van de 6e klas OLS B -) een jaar lang extra Nederlandse les. Het niveau van deze MULO moest gelijk zijn aan die in Nederland.
De lessen begonnen pas in de middaguren, daar de leerkrachten eerst les moesten geven op de Lagere Scholen.

V.l.n.r. staand: Evie Tatipikalawan, Lena Hitijahubessy, Jang Jing Oe (Suzy), Juffrouw F.M.Sleegers, Donny van der Waarden, Frans Yosef Effruan, Bram Reawaruw, Chris Fofied, Annis Lekransy, Gerard Meteray, Pascalis Fau’ubun, Marsidi Sukir.
Voorste rij: Maria Maturbongs, Johanna Lefaan, Elly van de Weyer, Angeline Ngarbingan, Jack Johan, Chris Tehupuring en Jack Werediti.
Niet op de foto: Eddy Moorrees, Peter (schreef linkshandig) en Vitalis Futunanembun.

Het was een unieke klas, de leerlingen kwamen uit verschillende Lagere Scholen met verschillende achtergronden. Europese-, Ambonese-, Keiese-, Javaanse-, Chinese-, Protestantse- en Rooms Katholieke kinderen samen in een klas. Immers in de koloniale tijd waren de onderlinge verschillen extra aangedikt.
Over een jaar werd dan bekeken of de MULO haar voortgang kon krijgen.
Helaas een jaartje later kregen we te horen dat de school geen subsidie en toestemming kreeg om door te gaan.

Hiermee eindigde dit experiment maar het begin van een unieke vriendschapsband tussen deze leerlingen. Anno 2014 (na 55 jaren) hebben deze klasgenoten nog regelmatig contact met elkaar ook met hen, die in 1962 niet naar Nederland waren gekomen.

Naar startpagina

Mijn herinneringen aan Merauke [2] (Voormalige Ned. Nw-Guinea – nu Papua)

Uit: Een noken vol herinneringen

Dit is één van mijn vele herinneringen aan Merauke… het stuk hieronder gaat over hoe we in Muli woonden. Muli is een dorpje, dat op ongeveer 5 km van Merauke ligt.

Hereniging van het gezin.
Toen we in 1948 vanuit Ambon in Merauke kwamen, werkte mijn vader als zendeling in het binnenland van Zuid Ned. Nieuw-Guinea. In het begin van de vijftiger jaren werd hij overgeplaatst naar het dorpje Muli. Muli ligt op ongeveer 5 km van Merauke. Tot die tijd woonden we in een huurhuis in de wijk Kampong Ambon in Merauke.

Wat waren we toen blij dat hij weer thuis kwam, het gezin werd herenigd. Het nadeel van deze verhuizing was, dat we elke dag naar school moesten lopen (5 km). Openbaar vervoer bestond toen niet. Zo nu en dan konden we mee rijden achter in de lege bak van een zandwagen. Misschien was hier mijn liefde voor de wandelsport begonnen

Wonen in Muli – het diensthuis
In Muli stelde de MPK (Molukse Protestantse Kerk) ons een ‘diensthuis’ ter beschikking. Het huis was nog niet helemaal afgebouwd toen we al introkken. Op een betonnen vloer van een afgebroken loods uit de 2e wereldoorlog, werd het huis opgezet. De muren waren van gaba-gaba (bladnerven van sagopalm) en het dak van atap (bladeren van sagopalm). Heel eenvoudig, maar effectief in het huis was overdag erg koel.

Fluitorkest vervolgschool Muli startklaar om de koninginnedag te vieren.
Daarachter, het diensthuis in aanbouw. De jongen vooraan, die zijn linker hand
op de fietswiel legt, ben ik. Mijn vader in zijn witte pak, mijn moeder met haar witte kebaja onder de vlag.

Ongenodigde gasten
Achter het huis was een moerasgebied, het territorium van de oer-bewoners van Zuid Nieuw-Guinea : de muskieten. Zodra het donker werd trok het leger er op uit om ons met hun komst te verblijden. Hoe hielden we ze buiten het huis, de kleinste kier, was voor hun een poort naar het paradijs. Om ze niet al te gemakkelijk te maken, zetten we voor de deuren vuurkorven, die voor veel rook moesten zorgen. Daarvoor legden we bepaald soort plant op het vuur. Letterlijk een rookgordijn voor de deuren plaatsen. De veiligste plaats in het huis was onder de klamboe in bed. Zelfs het nakijken van huiswerk door mijn moeder, gebeurde in bed onder de klamboe in het licht van een ‘visserslamp’. Elektriciteit-licht was er immers niet. Daarom gingen we altijd samen met de kippen op stok..

Nieuw huis
Een paar jaren later kocht mijn vader ‘stuk’ land (ook in Muli). Op dat land stond reeds een huis. Het was een traditioneel huis, de muren waren van gaba-gaba gemaakt en het dak van atap. Dat huis hadden we later beschikbaar gesteld aan de RMS (Republik Maluku Selatan)- missie-militairen, toen ze uit Seram in Merauke kwamen.
Totdat ze in 1962 naar Nederland vertrokken, woonden ze in dat huis..

Een fragment uit het boek Andere verhalen over de militaire missie van 1956: “Toen we uit de kazerne kwamen, waren we helemaal vrij. We moesten zelf een huis zoeken, dat was moeilijk. We hebben met z’n vijven geslapen in het huis van dominee Lekransy. Daar hebben we gezeten tot we hier (Nederland) kwamen.

Mijn moeder en ik voor het diensthuis.

Voor mij een heel leuke en leerzame tijd. Als ik van school kwam, hielp ik mee met de bouw van ons huis. Ik leerde timmeren, beton storten, bakstenen maken enz. daarnaast hielp ik met allerlei klusjes rondom het huis.

(Huis-) dieren rondom het huis
We hadden een ren vol kippen en hanen, die elke dag gevoederd moesten worden. Zij zorgden dat we regelmatig verse eieren in huis hadden. Niet te vergeten onze vijf paarden. De paarden liepen vrij rond op het terrein. Op een terrein van ongeveer 50 meter breed en 1 kilometer lang, konden de paarden overal grazen. Mijn taak was ze één keer per dag naar de waterput te drijven om ze te drenken.

Soms leek het bij ons op een dierentuin… huisdieren genoeg 2 katten en drie honden, een kangoeroe, die in de tuin rond huppelden en hertje, die we gevangen hadden toen de moeder bij het jagen gedood was en …. mijn witte muizen…ik had er ongeveer zestig van. Voor de witte muizen timmerde ik een mooie grote hok, waarin ze genoeg ruimte hadden om te kunnen rennen …

Nog meer dieren
En dat was nog niet alles, we hielden naast al deze dieren, ook varkens en koeien.De varkens, eigenlijk zwijnen, leefden in een stal, die regelmatig schoongemaakt moest worden. Het moest ook niet al te schoon zijn, want immers, vieze varkens worden vet en dat wilden we ook. De varkens, kippen waren bestemd voor onze consumptie. Twee keren per dag moesten ze gevoederd worden. Dat deed mijn vader en ik samen. Restant eten kookten we samen met wilde caladium (knolgewas – Ind. keladi) voorde varkens. Daarnaast wroetten ze met hun slagtanden en hun wroetschijf in de grond op zoek naar wortels, wormen eigenlijk naar alles wat voor hun eetbaar was.

En als een van de varkens jongen, werden de jonge reuen gecastreerd, zodat ze snel groot en vet werden. De castratie (verwijderen van de teelballen), zal ik maar niet beschrijven, het wordt anders bloedig verhaal.

Ons nieuw huis

Baba Anam Tjong
Onze koeien (15) werden gelukkig uit besteed, wat betekende dat ze met de kudde vaneen Chinees (Baba Anam Tjong) meegraasden en door hem worden verzorgd.
Hij had hiervoor iemand in dienst genomen om zijn kudde te hoeden.
Note: ‘De kinderen uit de huwelijken van Maleiers met Chinezen worden Baba’s (m) en Nyonya’s (v)genoemd.
Bij deze Baba, die ook een winkel had, waren we vaste klant. Alles wat we nodig hadden, kochten we op de pof bij hem. ‘Kopen op de pof wilt zeggen, dat alles wat je meeneemt, genoteerd wordt en aan het einde van de maand pas betaald wordt’.
Op de pof kopen was toen gebruikelijk in Azië. Wederzijdse vertrouwen speelden hierbij een belangrijke rol. Met onze koeien als onderpand was dat natuurlijk geen probleem. Daarnaast gaf mijn vader zijn kinderen extra Maleise les. Toen we in 1962 naar Nederland vertrokken, had de Baba de koeien ‘voor een appel en een ei’ overgenomen.

In 1959 ging ik naar Hollandia (nu Jayapura) om naar school te gaan en kwam alleen thuis tijdens de grote-vakantie. Hiermee kwam een einde aan mijn mooie tijd thuis in Muli.

Naar startpagina

Oud en Nieuw op Scheveningen 1954-1955

Herinneringen van Ton Knoester.
Ton ken ik al meer dan 40 jaar. Ik zou hem tekort doen als ik hem als een kennis of een vriend betitel. Ton is beslist meer dan da
t. Ton is een van ons: een familielid. Vanaf 1965 was Ton min of meer kind in huis in de familie. Samen monopoly spelen, muziek maken en dan, dan moet hij altijd iets hebben om op te trommelen. Op de trommel slaan, ja, dat is zijn passie (nog steeds).

Tons herinnering over Oud en Nieuw speelt zich af in de Badhuisstraat in Scheveningen, waar hij en zijn familie toen woonden.

Op de radio Wim Kan en een spelletje Mens Erger Je Niet met tante Ies en oom Willem.
Mamma had weer heerlijke oliebollen gebakken met speciale mix van Frisia en slaolie van Calvé.
Twaalf uur, het dankgebed, kussen en knuffels. Dan sterretjes afsteken in keuken of portiek. Tante Ies nam nog een glaasje advocaat en oom Willem een sigaar en een jonge jenever.Bij Joosse gingen dozen vuurwerk de lucht in.
Zevenklappers en gillende keukenmeiden schoten over straat richting de Lammers Stichting of naar de Vijzelstraat en Lamers Herenkleding.

Geld in kinderhanden op Nieuwjaarsdag.
Teunen kregen iets meer van oma en tante Mien, maar lispelde oma Knoester: je ..oud je ..oofd ..oor.
Mijn broertje telde twee gulden minder en dacht: “een tante, oom gemist, wat jammer”, maar ik zweeg met oma’s stem nog in mijn oor.
Het geld werd omgezet in nieuwe Dinky Toys.
We speelden dagenlang met Jan van tante Sien in straten van blokken, de echte wereld na.
Totdat de school ontwaakte uit haar Kerst slaap en we na “In mensen een Welbehagen” weer leerden hoe oorlogen de geschiedenis bepaalden.
Ons trof geen blaam, volgens de meester, maar ‘het mocht nooit meer gebeuren’, zeiden de Koningin, de minister en zelfs de generaal.

Vanuit liefde, respect en compassie voor elkaar en Duitsers dan, dacht ik of Jappen en de Russen, kun je daar ook van houden?
‘Laat alle mensen de boodschap van Kerst beleven, zoals een kleine jongen van acht’. vroeg ik het Kerstkind in mijn avondgebedje.

Naar startpagina