Mijn herinneringen aan Merauke [1] (Voormalige Ned. Nieuw Guinea – nu Papua)

Uit: Een noken vol herinneringen

Dit is één van mijn vele herinneringen aan Merauke… mijn verhaal hieronder gaat over de eerste jaren, toen we van Ahiolo (Seram) in Merauke kwamen, mijn Openbare Lagere School B periode en de tijd op de Experiment RK Mulo.

Verhuizing
Na de 2e WO in 1948 werd mijn vader overgeplaatst van Ahiolo (binnenland van Seram) naar het binnenland van Zuid Nieuw Guinea. Hij zou daar zijn werk als zendeling voortzetten. Merauke, de hoofdplaats bestond toen slechts uit een tiental huizen omringd door moerassen.
De hoofdbewoners van dit vlakke deel van Nieuw-Guinea waren de malariamuggen.
Hier kwamen we te wonen, samen met de duizenden malariamuggen, die heel erg blij waren met onze komst.
Verder hadden hier verschillende bevolkingsgroepen uit de Molukken o.a. Timorezen, Keiezen, Tanimbarezen, Ambonezen en Chinezen hun thuis gevonden.

De overplaatsing van mijn vader, betekende voor het hele gezin een complete verhuizing. Vier dagen hadden we nodig om van Ahiolo naar Piru (kustplaats in West Seram) te komen. 4 dagen lang lopend door het tropische regenwoud. De kleine kinderen, o.a. ik, werden op de schouders gedragen door de sterke mannen van Ahiolo. En dan nog de koffers! en houten kisten met huishoudelijke benodigheden. Hoe het allemaal toen ging, hoorde ik later in Huku Kecil toen we in 1994 naar Ahiolo gingen.
Vanuit Piru gingen we per boot naar Ambon.
De bootreis van Ambon naar Merauke, de hoofdplaats van Zuid Nw-Guinea duurde enkele dagen.

Mijn vader was ons vooruit gereisd om een huis te regelen, immers hij moest verder het binnenland in. Zo vertrok mijn moeder een maand later met haar 4 kinderen vanuit Ambon via Banda naar Merauke. Dat ze deze bootreis zonder mijn vader moest ondernemen, was voor haar geen probleem. Zij was al heel ‘vroeg’ zelfstandig en wist wat ze wou. Toen zij nog maar 17 jaar jong was, werd zij al uitgezonden naar Seram om als onderwijzeres te gaan werken.
De eerste paar maanden in Merauke, woonden we bij een familie in. Gelukkig was het maar voor een korte duur want al gauw konden we een huis (later bewoond door familie Sialatua) huren in Kampong Ambon.

Herinneringen over mijn schooljaren in Merauke

De klas van mijn moeder en juf. Jenny Tehupuring. Op de muren hangen de tekeningen van dhr. Jansen aan de Weg.

Openbare Lagere School B (OLS-B)
Op deze school kwam mijn moeder te werken als onderwijzeres. Enkele jaren later werd zij tot schoolhoofd benoemd. De voertaal op de Openbare Lagere School B is Maleis.
De school staat niet ver van ons huis vandaan.

Ik was toen pas 4 1/2 jaar jong en mocht nog niet naar school. Kleuterschool en kinderdagverblijf waren er niet. Tot dat ik officieel naar school mocht, ging (moest) ik elke dag met mijn moeder mee. In de klas waar ze les gaf, was ik er ook. De meisjes van de hogere klassen verwenden me regelmatig met snoepjes (Lonka).

Een griffel en een lei waren mijn school attributen. En als ik er genoeg kreeg van tekenen, ging ik op het schoolplein spelen of op de koude vloer van de lange galerij slapen. De koude vloer voelde zo lekker aan, vooral op het heetste deel van de dag.
Op het schoolplein groeiden grote mango bomen en als rijpe mango’s van de bomen vielen, was ik altijd als eerste erbij om ze op te rapen. In de pauze liep ik altijd achter mijn moeder aan, waar ze ook naar toe ging.
Soms, soms deed ik ook mee met de lessen.

Toen ik dan officieel naar school mocht, kon ik al lezen, schrijven en rekenen als de beste. In de eerste 3 klassen van de Lagere School, hoefde ik nauwelijks wat te leren.
Met als gevolg, dat ik erg lui werd. De 4e klas moest ik daarom nog maar een jaartje overdoen.

Enkele leerkrachten van de Openbare L.S – B. onder de mangobomen.
(v.l.n.r. dhr. Kalanit, mw. Jacguard, mw. Lekransy (mijn moeder), dhr Geertsema, dhr. Jansen aan de Weg en mw. Pelamonia.)

Nederlandse leerkrachten
In deze klas maakte ik kennis met de Nederlandse taal. Halverwege jaren 50, kwamen veel Nederlands sprekenden in Merauke wonen. Samen met hun ook Nederlandse onderwijzers, waardoor mijn moeder de leiding van onze school moest afstaan aan een Nederlandse leerkracht. (Immers Nederlandse leerkrachten mochten niet onder een inlandse onderwijzeres werken !)

Met de komst van de Nederlandse leerkrachten, kregen we een nieuwe vak erbij: de Nederlandse taal, daarnaast werd er meer aandacht besteed aan tekenen en sport.
Er werden zelfs schoolvoetbaltoernooien georganiseerd, waar onze school er aan meedeed.
Ik zat ook in het schoolvoetbalteam, dat goed was voor een 2e plaats. Meester Jansen aan de Weg, die in zijn vrije tijd een begenadigde amateur tekenaar (-schilder) was, stimuleerde de kinderen voor zijn hobby. De klaslokalen hingen vol met grote tekeningen van de heer Jansen aan de Weg. Op enkele muren van sommige klassen, tekenden de kinderen van de hogere klassen de bijzondere fauna van Ned. Nieuw-Guinea: paradijsvogels, kroonduiven en kasuarissen.

Het schoolvoetbalteam (second best of 1958)

(v.l.n.r. achterste rij: Atus Hitijahubessy, Annis Lekransy, Mardjani Wagimin, Willem…, Pieter …. Melianus. Voorste rij: Ais Reawaruw, Willem Lekahena, Derek Pelamonia , Sjaak Boera, Untung Raba , Chris Tehupuring. Liggend: Piet Tohata.)

Schoolmelk
In de 5e en 6e klas kregen we schoolmelk. De school kreeg poedermelk toegestuurd van Unicef (United Nations International Childeren’s Emergency Fund)**. De grote kinderen uit de hogere klassen moesten de poedermelk in grote teilen met water aanlengen. We moesten ieder een eigen beker of een pindakaaspotje van huis meenemen waaruit je de melk kon drinken. De bekers werden altijd rijkelijk gevuld en onder toezicht moest je ter plekke je beker leegdrinken, voordat je weg mocht.
Voor sommige kinderen was dat een ware ramp, immers bijna niemand dronk thuis melk. Er was zelfs een meisje dat flauw viel.

** Unicef is opgericht na de Tweede wereldoorlog als organisatie die het welzijn van kinderen probeert te verbeteren. Dit ‘schoolmelk’ project was één van de vele Unicef-projecten.

Mijn laatste jaren op de Lagere School verliep voorspoedig.
Wat nu, na de Lagere school?  In Merauke had men toen geen andere vervolgopleiding. Je kon na je Lagere school gaan werken. Op je 13e of 14e jaar gaan werken ? De baantjes lagen niet voor het oprapen…
Sommige kinderen gingen naar Fak Fak op de OVVO. (Opleiding Voor Volks Onderwijzer) om opgeleid te worden tot Volksonderwijzer. Anderen weer, naar de Primaire Middelbare School in Hollandia (Kota Radja).

Experiment RK-MULO
In 1958 startte de Rooms Katholieke-Missie in Merauke een experiment RK-MULO. (Meer Uitgebreid Lager Onderwijs). De leerlingen werden geselecteerd uit de kinderen van de Openbare LS A (Europese LS), Openbare LS B(Maleise LS) en Rooms Katholieke LS.

Om toegelaten te worden, kregen we (de leerlingen van de 6e klas OLS B -) een jaar lang extra Nederlandse les. Het niveau van deze MULO moest gelijk zijn aan die in Nederland.
De lessen begonnen pas in de middaguren, daar de leerkrachten eerst les moesten geven op de Lagere Scholen.

V.l.n.r. staand: Evie Tatipikalawan, Lena Hitijahubessy, Jang Jing Oe (Suzy), Juffrouw F.M.Sleegers, Donny van der Waarden, Frans Yosef Effruan, Bram Reawaruw, Chris Fofied, Annis Lekransy, Gerard Meteray, Pascalis Fau’ubun, Marsidi Sukir.
Voorste rij: Maria Maturbongs, Johanna Lefaan, Elly van de Weyer, Angeline Ngarbingan, Jack Johan, Chris Tehupuring en Jack Werediti.
Niet op de foto: Eddy Moorrees, Peter (schreef linkshandig) en Vitalis Futunanembun.

Het was een unieke klas, de leerlingen kwamen uit verschillende Lagere Scholen met verschillende achtergronden. Europese-, Ambonese-, Keiese-, Javaanse-, Chinese-, Protestantse- en Rooms Katholieke kinderen samen in een klas. Immers in de koloniale tijd waren de onderlinge verschillen extra aangedikt.
Over een jaar werd dan bekeken of de MULO haar voortgang kon krijgen.
Helaas een jaartje later kregen we te horen dat de school geen subsidie en toestemming kreeg om door te gaan.

Hiermee eindigde dit experiment maar het begin van een unieke vriendschapsband tussen deze leerlingen. Anno 2014 (na 55 jaren) hebben deze klasgenoten nog regelmatig contact met elkaar ook met hen, die in 1962 niet naar Nederland waren gekomen.

Naar startpagina

3 Reacties op “Mijn herinneringen aan Merauke [1] (Voormalige Ned. Nieuw Guinea – nu Papua)

  1. Hallo Annis,

    zegt de naam Frits Manuputty jou wat? Hij schijnt in Merauke of omgeving gewoond te hebben. Als je iets weet, kan je het mij mailen? Bij voorbaat dank!

    John

  2. Goedemiddag John,
    de naam Frits Manuputty zegt mij wel wat. Ik kende hem uit Merauke. In 1962 was hij, samen met heel veel mensen uit Merauke, naar Nederland gekomen. Hier in Nederland trouwde hij met een Nederlandse vrouw. Samen hebben zij 2 dochters. Helaas was Frits in 1992 overleden. Zelf heb ik in NL geen contact gehad met Frits.

  3. Hi John & Annis,

    Ik ben de dochter van Frits. Ik ben zelf op zoek naar onze familie geschiedenis en kwam ik deze site tegen, hoe toevallig. John zijn wij familie? Kan ik je misschien ergens mee helpen? Het klopt dat Frits in 1994 is overleden te amsterdam en ik hij was inderdaad met een Nl vrouw getrouwd. mijn zusje en ik zijn eigenlijk opgegroeid in de veronderstelling dat wij geen familie meer hadden van zijn kant maar sinds ik op zoek ben gegaan kom ik (uiteraard) steeds meer en meer te weten.

    Hoop graag wat van jullie te horen,

    Groet Naomi Manuputty

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s