2e Pelgrimstocht in Israël 2010 – 1

Wat in het vat zit, verzuurt niet.
Sinds eind mei vorig jaar, staan er stukken over onze 2e Pelgrimstocht in Israël 2010, (bijna) klaar op de plank. Door verschillende redenen, had ik ze (nog) niet kunnen plaatsen. Maar nu, nu moet het toch gebeuren, immers: ‘Wat in het vat zit, verzuurt niet’.

Van 3 mei tot en met 13 mei 2010 waren we met een groep van 41 pelgrimgangers naar Israël gegaan.
Dit is de 2e Pelgrimsreis, die vanuit de Nederlands Hervormde wijkgemeente Ontmoetingskerk uit de wijk Schollevaar in Capelle aan den IJssel  i.s.m. Drietour Reizen Driebergen organiseert.
10 dagenlang trokken we samen door het Heilige Land Israël.
Lief en leed, (persoonlijke) ervaringen, emoties met elkaar gedeeld, de heilige en minder heilige plaatsen bezocht. Zo, groeide je in een korte tijd naar elkaar, dat het een hechte familie-gevoel gaf.

Terugkomavond
Terwijl de dames van de organisatie koffie, thee en alle andere lekkere hapjes klaarzetten, waren Aad en Onno hard bezig met het avondprogramma. Aad en Onno zijn de organisatoren van de Ontmoetingskerk, die samen met de reisorganisatie deze reis, voor ons mogelijk hebben gemaakt.
Op deze terugkomavond, op 27 augustus 2010, hebben we een compilatie van de gemaakte foto’s en een film-impressie van de reis gezien.
En geloof me, Onno heeft dagen nodig om uit meer dan 7000 foto’s deze compilatie samen te stellen.
De film die we zagen kwam uit handen van Peter. Peter is een echte vogelspotter. Naast de mooie beelden van Israël, werden we ook ingewijd in het rijk der vogelen. De laatste stond niet in onze reisgids, maar die krijgen we er gratis bij.
Deze mooie foto’s en film brachten ons terug naar het begin van deze onvergetelijke Pelgrimsreis, die op 3 mei 2010 al heel vroeg begon in de Ontmoetingskerk in Capelle aan den IJssel.



Het vertrek
In de kerkruimte zaten we met ongeveer 50 reizigers en wegbrengers samen. En het was nog maar 06.00 uur. Zoals bij elke Pelgrimsreis hoort, komen de reizigers voor het vertrek bij elkaar om God te danken, loven en bidden om Zijn leiding tijdens de reis. Onze predikant en ‘geestelijke’ reisleider René van Loon las uit Psalm 121.

“Ik sla mijn ogen op naar de bergen, van waar komt mijn hulp? Mijn hulp komt van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft. Hij zal je voet niet laten wankelen, hij zal niet sluimeren, je wachter. Nee, hij sluimert niet, hij slaapt niet, de wachter van Israël. De Heer is je wachter, de Heer is de schaduw aan je rechterhand: overdag kan de zon je niet steken, bij nacht de maan je niet schaden. De Heer behoedt je voor alle kwaad, hij waakt over je leven, de Heer houdt de wacht over je gaan en je komen van nu tot in eeuwigheid”. (De Nieuwe Bijbelvertaling, NBV)

Psalm 121 is een pelgrimslied.
De dichter van deze psalm is onderweg naar Jeruzalem. Hij is op weg naar Jeruzalem om God te ontmoeten. De pelgrim heeft een lange voet-reis voor de boeg.
Hij is op weg van Jericho, dat in het diepe Jordaandal ligt, naar Jeruzalem, dat op de berg Sion ligt.
Op heel deze lange weg, ziet hij Jeruzalem niet. Pas op het laatste moment van de reis, als hij die laatste bergtop over is gegaan, als hij de Olijfberg is overgegaan, pas dan….. dan ziet hij Jeruzalem. De weg van Jericho naar Jeruzalem is niet alleen erg lang, maar het is ook een onveilige weg.

Gelukkig voor ons is dit géén voet-reis naar Jeruzalem. De bus bracht ons naar de luchthaven Amsterdam Schiphol, vanwaar we met de vliegmaatschappij ELAL naar luchthaven Tel Aviv Ben Gurion vlogen. In Tel Aviv stond onze gidse Danja Saidel-Keesing te popelen om ons te ontmoeten. 3 jaren geleden hadden we Danja ook als gidse en sindsdien is er meer dan zakelijke relatie ontstaan tussen Danja en de pelgrimsgroep uit Capelle aan den IJssel.
De busrit van Tel Aviv Ben Gurion naar Leonardo Hotel in Tiberias duurde ongeveer 2 uren. Het was al tegen de avond toen we daar aankwamen. De rest van de dag of liever gezegd van de avond gebruikten we om uit te rusten na zo’n lange reis. Sommigen waren gaan zwemmen, anderen gingen wandelen naar het centrum van de stad.

Foto’s © Ahiolo
Vertrek – Hotel Leonardo in Tiberias

Naar startpagina

2e Pelgrimstocht in Israël 2010 – 2

Dag 2. 4 mei 2010 – Rondom Tiberias. Heel vroeg waren we van ons hotel in Tiberias vertrokken. We reden in de Noordelijke richting langs de Westelijke oever van het meer van Galilea. Onze eerste bestemming was de berg der zaligsprekingen. Net buiten Tiberias reden we langs een voor mij, nietszeggend dorpje El-Mejdel, totdat René ons attendeerde dat Maria Magdalena in dit dorpje werd geboren.

De berg der zaligsprekingen
Het was daar erg druk toen we aankwamen. Dat was duidelijk te merken op het parkeerterrein, nauwelijks een plekje vrij voor onze bus.
Honderden pelgrimgangers, individueel of in groepen zochten een plekje in de schaduw, waar ze rustig konden zitten om te lezen en of luisteren naar het evangelie over de bergrede uit Lucas 6:17-49.
Jezus begon Zijn onsterfelijke woorden van de acht zaligsprekingen met de prachtige spreuk: “Gelukkig jullie die arm zijn, want van jullie is het koninkrijk van God.”

Later ging ik op een bankje zitten, in de achthoekige “Kerk der Zaligsprekingen”, die in 1937 door de Franciscanen werd gebouwd.
Ik sloot mijn ogen en probeerde al de menigte en drukte om me heen weg te denken. Visualiseer het uitzicht over het Meer, de heuvels er om heen, de lucht en de zon, de bomen en de weiden, de bloemen en het zingen van de vogels.
Een stil moment, dan, dan hoor ik de evangelie over de bergrede in mijn gedachten.
Ja… dit is het wat ik met deze pelgrimsreis wil ervaren. De bijbel tot leven brengen.

Uniek was de wandeling er na, vanaf de berg der zaligsprekingen naar de bus, die beneden onder aan de heuvel op ons wachtte. Wat een heerlijke ervaring… de warmte van de zon, de wind op je bezwete lichaam, het geweldig mooi uitzicht op het spiegelgladde Meer.
Met de bus van de berg der zaligsprekingen naar Cafarnachum of Kapernaüm duurt maar enkele minuten.

Uitzicht op het spiegelgladde Meer

Cafarnachum of Kapernaüm.
Hier in Cafarnachum of Kapernaüm bevinden zich o.a. de resten van Synagoge en het huis van Petrus.
‘Boven’ de resten van het huis van Petrus was een achthoekige kerk gebouwd. Deze kerk ‘Primaat van Petrus’ herinnert ons aan de woorden die de Heer Jezus tot Petrus sprak: “En ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen”.
Op dit fundament is volgens de katholieke kerk de paus de rechtmatige opvolger van Petrus.
Binnen in de kerk kan men door een achthoekige ‘glazen’ vloer, de resten zien van het huis van Petrus.
Dat het hier het huis van Petrus moest zijn, hadden de archeologen vastgesteld. Ze vonden in het huis veel vishaken en munten uit de tijd Christus. Wat aangeeft dat er een visser gewoond moest hebben. Inscripties uit de eerste eeuw, waaruit vroeg christelijk respect blijkt voor deze locatie als de woning van Petrus, lijken deze veronderstelling te staven.

Boottocht op het meer van Galilea.
Van Kapernaüm reden we naar kibboets Ginosar, vanwaar we een boottocht maakten op het meer van Galilea.
In de winter van 1986 bereikte het waterniveau van het Meer van Galilea het laagste peil, dat ooit werd gemeten.
Toen vond men een gaaf bewaard overblijfsel van een boot uit de tijd van Jezus. Naar dit model werden de replicaten gebouwd, alleen vele malen groter, en werden Jezus-boot genoemd. Lees meer over Jezus-boot.

Aan de kade van de Yigal Allon Museum in Ginosar, lagen enkele Jezus boten klaar. We stapten in één van deze boten.
Langzaam lieten we de kibboets Ginosar achter ons liggen en voeren richting Tiberias. Aan boord werd de Nederlandse vlag ten top gehesen, terwijl iedereen opstond en uit volle borst het Wilhelmus zong.
Het water was erg rustig, maar in de middag wil het wel eens spoken op het meer. Het meer ligt immers 200 meter onder de zeespiegel.
En soms komen er valwinden uit het Westen over de heuvels van het Meer en ‘vallen’ op het meer. Zodoende kan het hier flink spoken.

Hotel Leonardo in Tiberias

Halverwege onze boottocht, midden op het Meer, werd de motor van de boot afgezet. Het Meer was nog steeds rustig, geen zuchtje wind te bekennen. Geen geronk van de motor.
Een stil moment ….. ieder in zijn of haar eigen gedachten verzonken.
Met het uitzicht op de groene heuvels van de berg der Zaligsprekingen dacht ik aan het verhaal uit Marcus 4: 35-41 over geloof en ongeloof.

In de verte zagen we de haven van Tiberias. In het restaurant, dat op enkele meters van de kade staat, gebruikten we onze lunch. Voor sommigen stond ‘Petrus-vis’ op het menu. Deze zoetwatervis is uniek voor het meer van Galilea en wordt hier veel gegeten.
Al in de bijbel wordt over deze vis gesproken, zoals o.a. in het verhaal van de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van de broden en de vissen in Tabcha.

De berg Tabor
Na de lunch reden we in de Zuid Westelijke richting, naar de berg Tabor. De berg Tabor verheft zich 488 meter boven de vlakte van Zuid-Galilea en ligt 570 m. boven de zeespiegel. Het is de meest schilderachtige en in het oog vallende berg in Galilea.
Van de top van de berg hebben we een schitterend uitzicht over het Jizreëldal. In het zuiden liggen de bergen van Samaria, die zich uitstrekken van Karmel tot Gilboa. In het noorden, de bergen van Galilea, de Golanhoogte en boven alles uit verrijst in de verte de besneeuwde top van de berg Hermon.
In de Psalmen werden deze bergen reeds bezongen: “Tabor en Hermon juichen in Uw Naam!” (Psalm 89:13)

Voor Israël is de berg Tabor een heilige plaats. Hier versloeg Barak, geinspireerd door de profetes Debora, het sterke Kanaänietische leger van Sisera. (Rechters 4:6-23)
Het Arabische dorp “Daburieh” is genoemd naar profetes Debora.
Voor de christenen is de Tabor de “berg der verheerlijking”. Jezus met zijn dicipelen Jacobus, Johannes en Petrus beklommen de berg Tabor om te bidden. Terwijl Hij aan het bidden was, veranderde de aanblik van zijn gezicht en werd zijn kleding stralend wit.
Lees verder Lucas 9:28-36.

De Basiliek der verheerlijking

De Basiliek der verheerlijking.
Op de top van de berg werd in het jaar 1924 door de Franciscanen De Basiliek der verheerlijking gebouwd op de ruïnes van vroegere kerken, een Byzantijnse en een Kruisvaarderskerk.

De oude delen zijn nu een deel van de nieuwe bouwstructuur. De Grieks-orthodoxe kerk staat dichtbij de basiliek van de Franciscanen.
Hij werd gebouwd bij de grot van Melchizedek. In het bijbel-verhaal ontmoette Abraham hier, bij zijn terugkeer uit de oorlog Melchizedek, de koning van Salem. (Genesis 14:18).
De Griekse kerk is toegewijd aan de profeet Elia.

De rit naar de top.
De rit naar de top van de berg is op zich een avontuur. De weg is erg smal, stijl en zit vol met haarpin bochten. Het lijkt wel een zwarte slang, die kronkelend naar de top van de berg kruipt. Daardoor kunnen de grote bussen niet naar boven rijden.
De kombi-bussen transporteren de bezoekers vanaf het busstation op en af. Voor de chauffeurs die de hele dag de berg op en af rijden, zijn deze ritten: routineklussen.
Daarom komt hun rijstijl zo nonchalant over bij de passagiers, vooral als zij naar buiten in de diepte kijken.

Foto’s © Ahiolo
Berg der Zaligsprekingen
Kapernaüm – Boottocht op het meer van Galilea
Berg Tabor

Naar startpagina

2e Pelgrimstocht in Israël 2010 – 3

Dag 3. 5 mei 2010 – Akko en klooster Muhraqa.
Akko in de Bijbel
Akko is één van de oudste steden ter wereld en is voor het eerst in de Bijbel vermeld als de hoofdstad van de stam Aser. (Rechters 1:31).
Het was een Kananietische en later Phoenisische haven, die de toegang van de zee naar de vlakte van Jizreël beheerste. In de 3de eeuw voor Chr. hernoemden de Grieken de stad Ptolemaeus, en dat was de naam, toen Paulus haar op weg naar Jeruzalem bezocht. (Handelingen 21:7).

Grepen uit het geschiedenis van Akko
Gedurende haar lange geschiedenis is Akko door verschillende volkeren bewoond, maar het hoogtepunt van haar roemrijk verleden is ongetwijfeld de tijd van de Kruistochten.
In het jaar 1104 veroverde Boudewijn de Eerste de stad, om zich van de zeehaven meester te maken. Hij versterkte haar en zij werd tot één van de belangrijkste steunpunten van het Latijnse Koninkrijk in Palestina.

Een nieuwe periode van welvaart brak aan. Akko was de haven voor alle Europeanen die naar het Heilige Land kwamen om het te bezoeken en daar te bidden of om er te vechten.
Na de slag bij Hittin gaf de stad zich over aan Saladin. Twee jaar later belegerden de christenen de stad en heroverden haar na zware gevechten. Daar de Kruisvaarders niet in staat waren Jeruzalem opnieuw te veroveren, maakten zij Akko tot hun hoofdstad, waardoor Akko honderd jaar lang een periode van grote bloei doormaakte tot het jaar 1291.
In dat jaar belegerde Sultan El Ashraf de stad met een leger van 200.000 man en kreeg de stad in handen. Het leger van de Sultan stak haar in brand en doodde bijna alle inwoners zonder genade. De val van Akko betekende het einde van het 200-jarige Kruisvaardersrijk in Palestina (1099-1291).
Akko werd verwoest om het voor westelijke machten onmogelijk te maken ooit voet aan wal te zetten in Palestina.

Onderaardse kruisvaardersstad
Bezoekje aan Akko bracht ons terug in de rijke geschiedenis van deze Kruisvaardersstad.
De belangrijkste bezienswaardigheid hier, ligt onder de grond: de vestingstad der kruisvaarders. De Johannieters hebben Akko tot de militaire hoofdstad van het rijk van de kruisvaarders en tot een onneembare vesting gemaakt.
Onder de geweldig grote en van ver zichtbare citadel, die in de 18de eeuw door Achmed el Jezzar werd gebouwd, ligt het centrum, de zogeheten crypte.
Deze onderste verdieping diende als eet- en ceremoniezaal. Van hieruit lopen er vrij grote gangen naar verschillende vestingsruimten en een 65 m lange tunnel naar het pelgrimsziekenhuis.
Toen Israël onder Brits mandaat viel, was de vesting een gevangenis. In de citadel is het Museum van het Heldendom gevestigd.

Lunchen in de kibboets Nes Ammim
Voor de lunch reden we naar een Christelijke woon- en werkgemeenschap in Nes Ammim.
Na de lunch kregen we een rondleiding door de kibboets. De Zwitserse Bus is het eerste ‘gebouw’ van Nes Ammim., doet nu dienst als een museum.

Nes Ammim is een dorp in het noorden van Israël. Opgericht in 1963 door een christen arts en een Joodse voortrekker als internationale woon- en werkgemeenschap.
Tegenwoordig kun je in Nes Ammim wonen, werken, studeren, congresseren en vakantie houden.
Nes Ammim biedt een inspirerende kennismaking met de religies en culturen die in Israël naast elkaar leven.
Om hier een Christelijke woon- en werkgemeenschap te mogen beginnen, moesten de oprichters een verklaring tekenen, dat zij niet zullen gaan evangeliseren. Ook namen we een kijkje in het ‘gebedshuis’. Het gebedshuis is zo ingericht dat niet alleen de Christenen maar ook de Joden en de Islamieten bijeen kunnen komen.

De guesthouse is hier de primaire bron van inkomsten. Naast de guesthouse, voerde men tot voor kort ook een rozenkwekerij, een avocadoplantage en een timmerbedrijf.
Het dorp-bedrijf is vanaf het begin bemand door vrijwilligers uit West-Europa. De kwekerij en de plantage boden werk aan maar liefst 200 seizoensarbeiders; de guesthouse biedt werk aan circa 30 vrijwilligers.
‘Nes Ammim’ is Hebreeuws voor “een teken voor de volken”.

De confrontatie van profeet Elia met de Baälpriesters.

Klooster Muhraqa
Op de terugweg naar Tiberias, reden we door de vlakte Jizreël naar de berg Karmel (Karem El), betekent de wijngaard van God, om een bezoekje te brengen aan het klooster van Muhraqa.
Het standbeeld van profeet Elia, op de binnenplaats van het klooster, herinnerde de confrontatie van profeet Elia met de Baälpriesters.
Het ging om wiens God vuur van de hemel zou zenden om het offervuur te ontsteken. De Baälpriesters lukten het niet, maar op het gebed van Elia kwam het vuur van de hemel en verteerde het gehele offer.
De aanwezige volk riep: De Heer is God en de Baälpriesters werden bij de Kison gedood (1 Koningen 18).

Op het dak van het klooster genoten we van een schitterend uitzicht op Jizreël vallei, waar koning Saul gevochten heeft tegen de Filistijnen.

Foto’s © Ahiolo
Akko
Nes Ammim – Klooster Muhraga

Naar startpagina

2e Pelgrimstocht in Israël 2010 – 4

Dag 4. 6 mei 2010Het Nationaal Park van Beit She’an
We lieten Galilea achter ons om via de Dode Zee naar Jeruzalem te gaan. Maar niet, zonder eerst een bezoek te brengen aan Beit She’an.
Deze stad dateert van minstens 5000 jaar terug en is vele malen herbouwd. Beit She’an is behalve één van de oudste steden van Israël ook archeologische vindplaats met indrukwekkende ruïnes. Het Nationaal Park van Beit She’an.
Pilaren met prachtig beeldhouwwerk, straten van ver voor de jaartelling, een mooi amfitheater en vele, vele brokken van al dan niet bewerkt puin.

Op de heuvel bij de opgravingen, staat een dode maar heel beroemde boom. Voor de filmopname van Jesus Christ Superstar heeft Judas zich aan deze boom opgehangen.
Na onze koffie, waren we met enkele sportievelingen de Tel Beit She’an opgegaan om de ‘dode’ boom van dichtbij te bekijken.

Beit She’an heeft geleden onder vele veroveringen, zoals ongeveer 3500 jaar geleden door de Egyptenaren. Een paar honderd jaar later werd het veroverd door de Filistijnen (zij waren het die het lichaam van Saul vastmaakten aan de muur van Beit She’an na de beroemde slag op de berg Gilbo’a: 1 Samuel 31:8-11.
Beit She’an werd een deel van de koninkrijken van David en Salomo, en werd uiteindelijk door brand verwoest, naar men aanneemt veroorzaakt door de koning van Assyrië (in 732 voor onze jaartelling).

Het Nationaal Park van Beit She’an – Palladiusstraat

Drijven op de Dode Zee
Via de Jordaandal reden we naar onze volgende bestemming de Dode Zee. Hier gaan we natuurlijke wetten doorbreken: ‘op het water drijven’.
We reden van Noord naar Zuid met de woestijn aan onze rechter- en aan de linkerkant de rivier Jordaan. Halverwege onze busreis passeerden we de traditionele doopplaats in de Jordaan, waar Jezus door Johannes de Dooper gedoopt werd.

De Dode zee ligt tussen de Jordaanvallei in het noorden, de bergen van Moab in het oosten, de Arava-vallei in het zuiden, en de bergen van Judea in het westen.
Het meer kreeg waarschijnlijk de naam Dode Zee omdat door de hoge concentratie van mineralen er geen direct zichtbare levende organismen in voorkomen (wel microscopisch).

Bij Neve Medbar aan de Dode Zee stopte de bus. We konden hier op het water drijven.
Het was heel gezellig op het terrein. Onder de parasols zaten enkele jongens muziek te maken en de anderen dansten er om heen. Toen ik voorbij kwam, haalden ze mij erbij om mee te dansen, wat tot grote vreugde leidde.

Wat een bijzonder ervaring was dat om te merken dat je op het water dreef. Voor velen was dit het hoogtepunt van de dag.
Alleen, uit het water komen zorgde voor enige problemen, zachte bodem in combinatie met gladde zwarte zwavel waren verantwoordelijk voor deze uitglijpartijen.

Neve Medbar – de Dode Zee

Ons einddoel voor vandaag is het Hotel Caesar in Jeruzalem. Onderweg stopten we bij een uitzichtspunt om het St. George-klooster, die beneden ons ligt te bewonderen. Toen we Jeruzalem in de verte zagen zette de chauffeur een cd op, waarop iedereen spontaan mee zongen.

Yerushalayim Shel Zahav” voor sommigen van ons was dit een emotioneel moment…
Ieder in eigen gedachten verzonken, zo reden we de Olijfberg op om te genieten van een prachtig uitzicht over de stad.

Foto’s © Ahiolo
Beit She’an
Lunchen in de woestijn – Drijven op de Dodezee
Op naar Jeruzalem

Naar startpagina

2e Pelgrimstocht in Israël 2010 – 5

Dag 5. 7 mei 2010 – Omdat de bezienswaardigheden, die we gaan bezoeken op loop-afstand van elkaar zijn, doen we alles lopend. Het wordt vandaag, een wandeling door de geschiedenis.
De bus bracht ons naar ons eerste adres de Stad van David, op enkele honderden meters van de klaagmuur.

Stad van David
In het jaar 1004 voor onze jaartelling veroverde Koning David de stad op de Jebusieten en vestigde er zijn hoofdstad. Het Volk van Israël werd hier verenigd onder het bewind van koning David. Hier werd de Heilige Ark heen gebracht en de Eerste Tempel gebouwd door koning Salomo, de zoon van koning David.

De Stad van David is de geboorteplaats van de stad Jeruzalem, de plaats waar koning David zijn koninkrijk vestigde en waar de geschiedenis van het Volk van Israël werd geschreven. Het ligt op loopafstand van de Oude Stad van Jeruzalem en de Klaagmuur.

Tegenwoordig is de Stad van David een archeologisch park dat het verhaal vertelt van de vestiging van Jeruzalem, over haar oorlogen en ontberingen, haar profeten en koningen, en de geschiedenis van de Joden in de tijd van de Bijbel.
Een stukje van de geschiedenis van deze Oude Stad zagen we op een 3D-film in de filmruimte.
De overblijfselen van de stad troffen we in het oude gesteente en de duizenden brokstukken die de paden tussen de gebouwen bedekken. Tussen de archeologische overblijfselen staan grote, ruim opgezette huizen die getuigen van de hoge sociale status van de inwoners van de stad, en men vindt een schacht, die uitkomt in de watertunnel die gebruikt werd om water te transporteren vanaf de buiten de stad gelegen Gichon bron. Ook vindt men de overblijfselen van één van de torens, die gebruikt werden om de bron te verdedigen. Lees ook 2 Samuel 5, de inname van Jeruzalem.
Men gaat ervan uit, dat Koning Salomo op deze plek gezalfd en tot koning van Israël gekroond werd. Tussen de ruïnes in de stad zijn persoonlijke zegels voor het ondertekenen van brieven en documenten gevonden met de namen van hun eigenaren, mensen die worden genoemd in de Bijbel.

Opgravingen bij de King David City

St. Peter in Gallicantu
Vanuit het jaar 1004 voor Christus stapten we in ongeveer 5 minuten, het jaar 33 na Christus binnen: de kerk van St. Peter in Gallicantu. Galli-cantu betekent hanengekraai in Latijn en vandaag puilt een gouden haan opvallend van het kerkdak uit.
Op deze plaats zou het huis van Caiaphas gestaan hebben, waarnaar Jezus na zijn arrestatie werd genomen (Marcus14:53) en waar Petrus hem verloochende (Marcus 14:66-72).

De naam van de kerk herinnert aan de ontkenning van Petrus, zoals die in het Evangelie staat: “Daarop begon hij te vloeken en hij bezwoer hun: ‘Ik ken die man niet!’ En meteen kraaide er een haan. Toen herinnerde Petrus zich wat Jezus gezegd had: ‘Voordat er een haan gekraaid heeft, zul je mij driemaal verloochenen’. Hij ging naar buiten en huilde bitter (Matheus 26:74-75).
Een beeldengroep van Petrus en wat bewakers bij het kolenvuurtje gaf aan waar het verraad van Petrus plaats vond.

Enkele meters van de kerk vandaan had men een weg, van ca.2000 jaar oud, blootgelegd. Had de Heer Jezus daar gelopen? Had men de Heer Jezus over deze weg naar boven gesleurd…… Heel goed mogelijk.


Graf van Oscar Schindler
Enkele wandelminuten later belandden we in de 2e wereldoorlog. We stonden boven op een heuvel en keken op een goed onderhouden Joodse begraafplaats.
Steentje leggen op de grafsteen. Boven op de grafstenen liggen steentjes, die door de bezoekers hadden achtergelaten. Steentje leggen op een grafsteen is een eeuwenoude gebaar waarmee de Joden hun doden eren en ze de herinnering aan hun dierbaren levend houden.
Het gebruik om stenen op graven te leggen, gaat vermoedelijk terug tot de tijd dat de Joden nog een woestijnvolk waren. Mensen werden in die tijd daar waar ze stierven begraven.

Om het graf in de woestijn te markeren en om te voorkomen dat de overledene door aasetende dieren werd opgegraven, legden ze er stenen op. Nomaden op doortocht vulden uit respect voor de dode vaak de stenen weer aan.

Door de eeuwen heen kreeg het leggen van de stenen op de graven een symbolische waarde.
Stenen vergaan niet zoals bloemen. Ze hebben eeuwigheidswaarde, die je terugvindt in het eeuwigdurend grafrecht van joodse graven, die volgens de geloofstraditie niet geruimd mogen worden. De onvergankelijkheid van de stenen staat ook voor eeuwige liefde en geloof, altijd durend respect, een herinnering aan en verbondenheid met de dode.
Om het graf te vinden, waarvoor wij hier gekomen waren was niet zo moeilijk. We hoefden alleen maar te zoeken naar een graf waar boven op de grafsteen veel steentjes liggen. Het graf van Oskar Schindler.


Wie is Oskar Schindler ?
Oskar Schindler, een Duitser, redde tijdens de Tweede Wereldoorlog ruim 1200 Joden uit handen van de Nazi-Duitsers.
De bekendheid van Oskar Schindler komt grotendeels door de verfilming van zijn heldendaden door de Amerikaanse regisseur Steven Spielberg, zelf ook van Joods komaf: Schindler’s List.
Oskar Schindler is de enige niet Joods, die hier begraven ligt en geëerd wordt met een boom bij Yad Vashem.
Op 1 mei 1962 mocht Schindler een Johannesboom planten aan de Laan van de Rechtvaardigen bij Yad Vashem, maar na een onderzoek door een speciale commissie werd het besluit genomen dat hem de erkenning als Rechtvaardige onthouden werd en hem geen getuigschrift en een medaille toegekend werd.
Voor de buitenwereld maakte dit geen verschil, want de boom die hij had geplant bleef staan en in de praktijk werd hij ondanks alles beschouwd als Rechtvaardige.
Op 24 juni 1993, na zijn overlijden, volgde alsnog de officiële erkenning.

Armeense St.Jacobus-kathedraal.
Nadat we steentjes hadden gelegd op het graf van Oskar Schindler wandelden we Het Oude stad van Jeruzalem binnen.
In de Armeense wijk zagen een Armeense kathedraal. De deur stond uitnodigend open. We gingen naar binnen en kwamen uit op een soort binnenhof. Hier bevindt de echte ingang tot de kerk. In de kerk was het donker, onze ogen moesten nog er aan wennen. De kerk rook naar verbrande kaarsen en wierook.
We vonden enkele banken, waarop we konden zitten en de gebeurtenissen volgen. Door de lichten van de kaarsen zagen we de priesters heen en weer lopen en de dienst verzorgden. De dienst was in volle gang.
Toen we na de dienst in het binnenhof stonden, kwam één van de priester naar René om te informeren waar we vandaag komen enz. De priester had toegezegd, dat bij ons volgend bezoek een complete rondleiding zullen krijgen in de kerk.

Onze lange wandeling eindigde bij de Klaagmuur. Veel Joden zijn gekomen om de Sabbat te beginnen, door bij de Klaagmuur te bidden.

Foto’s ©Ahiolo
King David City – Sion
St Peter in Gallicantu – Graf van Oscar Schindler
Oude Stad Jeruzalem – Klaagmuur

Naar startpagina