Het verleden beleven 1.2 (terug in Merauke na 52 jaar)

IMG_1514 a klNa een geweldige ontmoetingen (reünie) in Jayapura, waren we (Ineke en ik) naar Merauke gegaan. Het was een bliksembezoek van 3 dagen en nachten.
Ineke was geboren in deze hoofdstad van de Zuidelijke Provincie van Papua, waar ik mijn jeugdjaren had doorgebracht. Hier in Merauke willen we ons verleden beleven.

Beelden uit mijn jeugdjaren schieten door mijn hoofd, als de Merpati 737 Merauke nadert en de piloot het landingsteken geeft.
De wuivende klapperbomen verwelkomen ons, na meer dan 50 jaren verblijf in de andere plaatsen in de voormalige Ned. Nieuw Guinea en Nederland.
Zouden we de ‘oude’ Merauke nog  kunnen terugvinden?
Omdat ik als kleine jongen elke dag van Muli naar school moet lopen, herinner ik me elk huis en elk erf aan de Mopahweg (nu Jalan Raya Mandala).
En natuurlijk ook de oude waringinboom, die in Bambu Pemali staat.
Voor Ineke is het vinden van de plek waar ze geboren was heel belangrijk.
Enkele jaren geleden hoorden we dat haar geboortehuis reeds was afgebroken.
…

Het ritje met de taxi van het vliegveld Mopah naar Hotel Swiss-Belhotel in Bambu Pemali duurt nog geen 10 minuten.  Naar mijn schatting moet het niet meer dan 4 km zijn. We rijden door Mopah, Spadem en Muli tot ons hotel in Bambu Pemali.

Het hotel staat schuin tegenover het huis van familie Reawaruw, ongeveer waar vroeger het huis van familie Jaquard stond.
Vanuit de taxi kan ik niets en niets herkenbaars ontdekken ook de oude statige waringinboom, waarvan de luchtwortels dreigend over de weg hingen.

Speurtocht naar het verleden
We laten onze koffers in de kamer en beginnen met onze speurtocht naar het verleden. Lopend….ja lopend zullen we in deze 3 dagen door Merauke of Maroke gaan.
Er zijn nog enkele gebouwen uit de Nederlandse periode, die nu er nog zijn.

We lopen vanaf ons hotel in Bampel (Bambu Pemali) over de Jalan Raya Mandala richting de haven. Aan de rechterkant van de weg bij een afslag naar Kelapa Lima herken ik enkele huizen, die veel lijken op de huizen van oom Bas.
Daar tegenover staat een school, die overeenkomt met de Chinese School.

De oude  Militaire kazerne, enigszins verbouwd, heeft nu nog dezelfde functie.
Het voetbalveld tegenover, heet nu lapangan Mandala. Lapangan Mandala is een (recreatie-)stadspark met een publieke podium en sportmogelijkheden zoals basketbal, zaalvoetbal.
Sommige huizen van toen,  die achter het voetbalveld stonden, zijn er nog steeds. Wel lijken ze in mijn herinneringen vele, vele malen groter dan nu.

Openbare Lagere School B
En dan …. tegenover Toko Dua, voor velen uit Maroke, beginnen hier hun educatieve vorming, de Openbare Lagere School B (B staat voor Maleistalige Lagere School. A, Nederlandstalige Lagere School).
De waterput onder de manggaboom, bijna een symbool voor de school geworden .
De put is weer in gebruik genomen. Zij levert nu drinkwater aan honderden gezinnen in de omgeving.

Het is niet alleen de bron waaruit water wordt geput, maar heeft een sterke symbolische betekenis voor de school. Bij deze school behoort deze bron, de bron van inspiratie en kennis is voor bijna alle kinderen uit Maroke.
Het doet me heel erg zeer te zien hoe vervallen de school is geworden. Twee van de zes klaslokalen hebben nauwelijks meer een dak. In één van de lokalen, die omgebouwd is tot een woning, woont een gepensioneerde leerkracht van de SMP (Sekolah Menengah Pertama) met zijn gezin.
“”Na de Nederlandse tijd is deze school gebruikt als  SMP. Ik was toen directeur van de school. Toen de SMP naar een andere locatie wordt verhuisd, hebben ze deze school omgebouwd tot woningen voor de leerkrachten. Nu ben ik gepensioneerd en woon nog steeds hier”” aldus de ex-directeur, die ons een kleine rondleiding gaf.
Achter de school-lokalen zie ik dat van de grote ronde betonnen regenwater opvangbak, alleen de bodem nog overblijft.


De lange stoffige, smerige veranda, die vroeger altijd zo glinsterde…

De lange stoffige, smerige veranda, die vroeger altijd zo glinsterde brengt me weer terug naar mijn kleuterperiode. Ik was toen pas 4 1/2 jaar jong en mocht nog niet naar school. Kleuterschool en kinderdagverblijf waren er niet. Totdat ik officieel naar school mocht, ging (moest) ik elke dag met mijn moeder mee. In de klas waar ze les gaf, was ik er ook.
En als ik er genoeg kreeg van tekenen, ging ik op het schoolplein spelen of op de koude vloer van deze lange veranda slapen. De koude vloer voelde zo lekker aan, vooral op het heetste deel van de dag.

De oude toiletten doen nog steeds haar dienst.
Dat hoeft niet aangekondigd te worden…, al van ver komt het ‘aroma’ ons tegemoet…. Onvoorstelbaar… na meer dan 50 jaar…… weer hier te lopen over de voetafdrukken van vele en vele kinderen, die je bij name kent…..

Kantin Mesran
Op de plaats waar toen de Shell benzinestation was, staat nu het eethuis Kantin Mesran van Ata Lekahena. Een herinnering aan het benzinestation is de ‘paal’ waarop Shell embleem stond, echter nu met het embleem van voor mij onbekend benzine merk.

De ontmoeting met Ata is zeer hartelijk. Ata’’s vader en mijn vader waren collega’s en ze zat bij mijn moeder op school. We nemen de kans waar om in haar Kantin Mesran onze middagmaaltijd te gebruiken.


….zie je een hele lange laan met grote bomen….

Ine’’s herinnering over Merauke
Als men over Merauke heeft, komt bij Ineke de volgende herinnering op:
“Als je in de haven van Merauke uit de boot stapt, zie je een hele lange laan met grote bomen, rechts aan het einde van de laan woont tante Beth en oom Piet. Tante Beth (tante van Ineke) runt een pasanggrahan *”.

We willen natuurlijk deze herinneringen toetsen. We lopen over de weg waar het Gouvernementshotel en het residentshuis stonden. Het Gouvernementshotel draagt nu de naam Hotel Asmat en heeft een facelift gekregen. Het residentshuis staat niet meer.

Aan het einde van deze straat stond toen links de pasanggrahan*, rechts de Europese begraafplaats.
Kijken we links de straat in dan zien we in de verte de haven.
“Dit is dus de hele lange laan met grote bomen”. Het is nog steeds een mooie laan met grote bomen alleen de afstand tot de haven is vele vele malen korter dan in Ine’s herinneringen.

* pasanggrahan is een logeeradres of tijdelijk verblijf van gouvernementsambtenaren op doorreis.

Sumur bor
Vanaf de haven lopen we door de vroeger zo statige straat met mooie huizen op palen. Huizen op palen, omdat de rivier Maro regelmatig buiten haar oevers treedt.
In deze huizen woonden over het algemeen (Indische) Nederlanders of Molukse hoge ambtenaren.
Aan het einde van de straat zou dan de Sumur bor zijn. Sumur bor is een warm water-zwavelbron. Als kleine jongen was ik hier regelmatig te vinden.

Nu behoort Sumur bor tot een toeristisch object, ‘Wisata Sumber Air Panas Merauke’. Vanaf de bron werd een waterleiding aangelegd onder de weg door, naar de overkant  waar een ‘dames’ bad is ingericht.

De Palmenlaan
De Protestantse ‘Elim’ kerk en het ziekenhuis daar tegenover staan nog steeds. Hoewel beide gebouwen in de loop der jaren enkele faceliften hebben gehad, zijn ze nog goed te herkennen.
Toch moet ik wennen aan de tropenkleur (felle, harde kleuren) van de kerk.
Zo ook met de Europese Lagere School achter de protestantse Elim kerk.


Rumah tua van familie Wenno….

Kampong Ambon (Ine’’s geboorteplek)
De naam Kampong Ambon duidt aan dat hier zowel vroeger als nu alleen maar Ambonezen wonen.
We komen Kampong Ambon binnen aan de kant waar familie Tatipikalawan woonde en lopen over een smalle geasfalteerde weg. Slechts voetgangers en brommers zijn toegestaan.
Dan op het derde erf aan de rechterkant van de weg, stond vroeger het huis, waarin Ineke, mijn vrouw was geboren…..  helaas staat het huis er niet meer.
Het was een huis speciaal voor  bestuursambtenaren, die voor enkele jaren in Merauke overgeplaatst waren.
We stoppen voor het erf om wat foto’s te maken. Enkele minuten staan we stil, kijkend naar het ‘plekje’, ieders in eigen gedachten …. Een speciaal moment, een heel speciaal moment voor Ineke….

Ineke: ““Een bijzonder, apart gevoel dat ik niet in woorden kan beschrijven……met toch een beetje brok in mijn keel. Ik vind toch jammer dat het huis niet meer staat….het zij zo”.”

De huizen die aan deze weg staan, zijn in al die jaren niet veel veranderd. Sommige zijn gerenoveerd of erbij gebouwd.
Het huis, bijna aan het eind van de weg is nog steeds in de ‘oude stijl’.
Muur van gaba gaba (bladnerven van sagopalm) opgetrokken en het dak van zink.
Heel goed onderhouden, echter in zeer opvallende oranjekleur geverfd.

Tevreden liepen we terug naar Bambu Pemali waar ons hotel staat.
Terug naar het hotel, dat van alle comfort is voorzien, die helemaal in deze tijd past. Morgen gaan we naar Muli. Muli, mijn Muli het decor van mijn jeugd….

Foto’s © Ahiolo
MAROKE Album 1

Naar Startpagina

Het verleden beleven 2.2 (terug in Merauke na 52 jaar)

IMG_1514 a klNa een geweldige ontmoetingen (reünie) in Jayapura, waren we (Ineke en ik) naar Merauke gegaan. Het was een bliksembezoek van 3 dagen en nachten.
Ineke was geboren in deze hoofdstad van de Zuidelijke Provincie van Papua, waar ik mijn jeugdjaren had doorgebracht. Hier in Merauke willen we ons verleden beleven.

In Muli …amatoo kunt u lezen hoe moeilijk het voor mij was om afscheid van Muli te nemen. Het woord amatoo is een Ambonees woord voor o.a. vaarwel en tot ziens, is voor mij werkelijkheid geworden.  Ik ben weer terug in Muli ….. na 52 jaren.

Enkele, voor mij heel belangrijke plekken willen we proberen terug te vinden. Het zal zeker niet meevallen omdat vele herkenningspunten voor mij er niet meer zijn.
De sjabloon van de ‘oude’ Muli en omgeving, die in mijn herinneringen is, liet ik los op de huidige. Gelukkig zijn er nog enige herkenbare aanknopingspunten, waardoor het zoektocht meevalt.


Als we het land kunnen vinden waar onze 2 huizen toen op stonden, kan ik vandaar uit mijn herinneringen-sjabloon op los laten.
Van bekenden hoor ik dat op ‘ons’ land men bezig is met een groot bouwproject.
Naar schatting is de afstand van Swiss Belhotel (in Bambu Pemali) naar ons huis ongeveer 2 km.

Wandelen door Merauke is een groot verschil met wandelen in Jayapura en Kuta.
Langs de hoofdweg van Merauke, Jalan Raya Mandala (vroeger: Mopahweg) zijn trottoirs aangelegd voor de wandelaars. De trottoirs zijn mooi, zonder gaten en opstakels, je hoeft niet bang voor te zijn dat je in de open riool valt. Het is ook minder druk dan de bovengenoemde plaatsen.

‘Ons land’ en ontmoeting met tante Unawekla
Na een kwartier lopen zien we aan de linkerkant van de weg een groot terrein, met zinken platen omheind, daarachter zien we een groot bouwwerk staan.
De eerste mall van Merauke wordt hier gebouwd.
Dit moet ‘ons’ land zijn. Natuurlijk weet ik het zeker….. toch , toch willen we graag hierin bevestigd worden.


Tante Unawekla met haar klein- en achterkleindochter

We staan aan de overkant van de weg ….. willen naar een winkeltje lopen om e.e.a. te vragen, als Ineke in een gangetje een oud vrouwtje ziet. Ze is bezig sago-meel te drogen.
Alleen iemand van zo’n leeftijd, die altijd hier heeft gewoond kan ons die bevestiging geven.
We lopen naar haar toe, begroeten haar en vragen haar of we haar e.e.a. kan vragen over het land aan de overkant van de weg.
Helaas verstaat ze ons niet zo goed. Haar kleindochter die op de veranda zit en een kindje in haar arm draagt zegt: “Om, nene su tuli, om bicara keras sedikit”” (oom, oma is een beetje doof, wilt u wat harder praten).
Samen met haar en haar kleinkind komen we tot  een geweldig gesprek. Ze vertelt dat het land door een rijke Chinees is gekocht. Het land was van haar man Jonathan Unawekla geweest.
Al pratende komen de herinneringen bij haar terug.
En opeens zegt ze: “”Yang pertama beli tanah ini, itu bapa Lekransy, beta pung laki yang jual buat bapa Lekransy””. (Die het eerst het land kocht, was bapa Lekransy, mijn man had het land aan hem verkocht). Dit is de bevestiging die ik wil horen …waauw.

Als ik zeg dat ik een zoon ben van bapa Lekransy, kijkt ze heel blij en met veel bewondering naar mij en zegt dat zij geweldig vindt dat ik na zo’n lange tijd terug kom om naar het land te zoeken in Muli.
Ze kent ons, immers ze waren allemaal gemeenteleden van de Molukse Protestantse Kerk (MPK) in Muli, de kerk waarvoor mijn vader als predikant werkte.
Ze weet nog te vertellen dat toen mijn vader naar Nederland vertrok, hij het land aan de zorg van bung Menase (ouderling) achterliet enz…


“Ons land”

Een bijzondere ontmoeting
Op circa 300 meter van ons huis vandaan, aan de rechterkant van de weg, woonde familie Futunanembun. Een van kinderen Futunanembun, Vitalis, zat bij mij in de klas , vanaf de Lagere School tot en met de 1 jarige MULO in Merauke.

Als we langs lopen zien we een wat ‘oude’ huis, dat in typisch Indonesische bonte kleur is geverfd.
“Volgens mij moet hier het huis van Vitalis zijn” zeg ik tegen Ineke. “Om zeker van te zijn, denk ik dat we maar moeten vragen”.
Ik klop op de deur, de hond achter in de tuin begint te blaffen. Na een tijdje beweegt de gordijn aan de binnenkant.
Langzaam gaat de deur open en uit eindelijk stapt een man van mijn leeftijd naar buiten. Hij kijkt een beetje nieuwsgierig naar deze twee onbekende mensen.
Ik zeg dat ik op zoek ben naar bapa Vitalis…. Hij kijkt me aan en zegt: ““ik ben bapa Vitalis””, waarop ik gelijk antwoord: ““ik ben Annis,… Annis Lekransy””.

Ik weet niet meer precies wat er dan gebeurt… ik denk dat we elkaar omhelzen van blijdschap…na 53 jaren je ‘oude’ klasgenoot ontmoeten.
De gesprekken daarna lijken voor mij alsof ik nooit weg was geweest van Merauke.
Wat een ontmoeting….


Samen met mijn oude kameraad Vitalis

Molukse Protestantse Kerk (MPK) in Muli
De Molukse Protestantse Kerk (MPK) in Muli, de kerk waarvoor mijn vader als predikant werkte, werd van maandag tot en met zaterdag gebruikt voor de 3 klassige Christelijke Dorpsschool.
In de Dorpsscholen werden onderwijs gegeven tot en met 1e 3 klassen van de basisschool, daarna kan je naar de vervolgschool voor de klassen 4 tot en met 6, of naar de reguliere basisschool. In deze dorpsschool in Muli was mijn vader ook onderwijzer samen met een ‘hulponderwijzer.

Het kerkgebouw stond 50 meter van de weg vandaan. Het is niet zo moeilijk het plekje terug te vinden. Men vertelt me dat de kerk nu een basisschool is geworden.
Het oude kerk van zinken platen zie ik nergens staan.
Op de fundering van de kerk stond is nu een school gebouwd.
De onderwijzeres heeft ons dat bevestigd en was blij met ons bezoek. Met een groepsfoto van haar met de kinderen besluiten we ons bezoek aan de ‘kerk’ van toen, voor zover wat over is gebleven. De sporen van mijn vader is hier niet vergeten….

Het graf van mijn broer Piet
‘Pieter Daniël Lekransy’ nauwelijks meer te lezen op zijn grafsteen.
We hebben zijn graf gevonden, het staat dichterbij de straat dan vroeger was. Dat komt omdat in de afgelopen jaren de straat breder is geworden. De graven, die dichtbij de straat stonden moesten wijken voor het verkeer.

Het is zo lang geleden, dat hij niet meer bij ons is. Piet was 16 jaar toen hij in maart 1951 stierf. Ik was pas 7 jaar, ik kan wel herinneren dat bij de begrafenis ons huis, de grote tuin vol was met mensen. Van overal kwamen ze, kinderen van Nederlandse- als de Maleise Lagere scholen en hun ouders uit Merauke. (De Nederlandse-  Maleise Lagere school, de Dorpsschool Muli en enkele kantoren waren op deze dag dicht ). Kinderen uit Muli, Spadem en Mopah, kinderen die bij mijn vader op school zaten, hun ouders en zijn gemeenteleden.… Wat een medeleven en liefde hadden we ervaren,… ik beleefde dit alles alsof het een droom was.

Hoe ik toen voelde weet ik het nog steeds niet. Nu 61 jaar later ervaar ik het verleden opnieuw… echter emotioneler. De tranen rollen over mijn wangen. Ik kan het niet bedwingen,,,, en dat doe ik het ook niet….
Vele dingen begrijp ik nu nog steeds niet. Hoe mijn ouders uit deze verschrikkelijke situatie waren uitgekomen, kan ik met zekerheid toeschrijven aan hun vast geloof in de Schepper.
Stil, gedachteloos, sta ik met betraande ogen naar het verwaarloosd graf te staren .…
‘Pieter Daniël Lekransy’ …. nauwelijks meer te lezen op zijn grafsteen.
“”Een mens is pas echt vergeten, als zijn naam vergeten is”.”

Dankbaar dat ik samen met Ineke een klein stukje uit ons verleden mogen beleven.

Foto’s © Ahiolo
MAROKE Album 2

Naar Startpagina

Te voet naar Lampu Satu en Buti

IMG_1514 a klNa een geweldige ontmoetingen (reünie) in Jayapura, waren we (Ineke en ik) naar Merauke gegaan. Het was een bliksembezoek van 3 dagen en nachten.
Ineke was geboren in deze hoofdstad van de Zuidelijke Provincie van Papua, waar ik mijn jeugdjaren had doorgebracht. Hier in Merauke willen we ons verleden beleven.

Onze laatste dag in Merauke. Deze dag willen we benutten om toch nog een wandeltraining te doen als voorbereiding op de Wandel 4-Daagse in Nijmegen. In de afgelopen 3 weken in Indonesia, hebben we nog steeds geen lange wandeling kunnen maken.
Een wandeling van ons hotel via Lampu Satu* naar het vissersdorpje Buti en terug is naar mijn schatting ongeveer 15 km.
Voor 12.00 uur moeten we terug zijn in Bambu Pemali, omdat we uitgenodigd zijn  voor een gezamenlijke middagmaaltijd met bu Daan Reawaruw.

* Lampu betekent in het Maleis lamp en satu betekent één en is één van de enkele exotische stranden, die Merauke bezit.
Lampu Satu heeft haar naam te danken aan de grote vuurtoren die daar staat.


Militaire Kazerne

Een goed ontbijt in het hotel moet dan genoeg energie geven voor de komende uren.
De afstand van Swiss-Belhotel tot onze Openbare Lagere School B, is het ongeveer twee kilometer.  Deze weg heet nu Jalan Raya Mandala (vroeger Mopah weg).
Inmiddels is zij veranderd tot een brede geasfalteerde straat met zelfs enkele  verkeerslichten.

Bekende herkenningspunten voor mij aan deze straat zijn de ‘oude’ Chinese School nu SMA, militaire kazerne, die nog steeds als kazerne wordt gebruikt.
Daar tegenover het ‘oude’ voetbalveld, nu Lapangan Mandala, de politie kazerne en tegenover de moskee (Mesjit)….  de RK kerk en het missie-terrein.
Al pratend wandelen we deze herkenningspunten voorbij en komen we bij de jalan Lampu Satu.
Hier slaan we linksaf en wandelen door een klein stukje van Kampong Ambon heen.
Wat vroeger een zandweg was, is nu geheel geasfalteerd. Woningen zijn aan beide kanten van de weg gebouwd, het verkeer hier is minder druk, dat maakt het wandelen  aangenamer.

Aan onze manier van lopen, weet men dat we ‘niet van hier’ zijn. We maken namelijk te grote stappen en de tempo is aardig hoog.
Elke keer als er een angkot (angkatan kota = stadsvervoer) voorbij komt wordt er naar ons getoeterd of we willen meerijden.

Dat de meeste bewoners in Merauke Christenen zijn is te merken aan het aantal kerken, dat we in het afgelopen half uurtje tegenkomen. Maar liefst 4 kerken, de ene mooier en groter dan de andere.
Als we aan een toilet-stop toe zijn, is het natuurlijk een pastorie het gewezen plek.

Hoe verder we richting Lampu Satu lopen, hoe minder de behuizingen zijn, echter op bepaalde strategische punten zijn militaire posten gevestigd.


Paalhuizen van planken en zink

Gelukzoekers
Zoals bij vele grote plaatsen in Papua, trekt ook Merauke veel mensen uit de dorpjes omheen aan, die hier hun geluk zoeken.
Op een moerasachtige stuk land bouwen ze hun paalhuizen van planken en zink, die ze bij elkaar hebben verzameld. Geen waterleiding, geen elektriciteit.
In een modderig riviertje aan de overkant van de weg wassen ze hun kleren. Drinkwater wordt elders in jerrycans  gehaald of gekocht.
Deze Marind anim leven heel erg primitief, als 2e-rangsburger in hun eigen land.

Jachtinstinct
Aan hun kinderen is dat echter niet te merken, ze leven in hun eigen ‘kinder-wereld’.
Op blote voeten, sommigen zelfs naakt, bootsen ze de jacht na, zoals ik vroeger ook  deed.
Een stuk land, dat met alang-alang (Australisch gras) is begroeid, wordt dan in brand gestoken.
Droge alang alang brandt erg snel en binnen enkele minuten kan het veld afgebrand zijn. De rook stijgt omhoog. De kinderen gewapend met pijl en boog of stokken verspreiden zich om dat stuk land en wachten totdat de biawak (grote hagedis),tuban (grote veldrat) of soms ook saham (kangoeroe), die daar zijn op de vlucht gaan.
Door veel kabaal te maken, laten ze hun prooi schrikken om zo in verwarring te brengen.
Rennen dan achter ze aan en proberen ze met hun pijl te raken, te vangen of met hun knuppel te doden. Als ze wat gevangen of gedood hebben, dan … dan is het feest.


Gewapend met pijl en boog of stokken……

Main karet gelang
Voordat we in Lampu Satu zijn, lopen we langs een huis waar kinderen aan het spelen zijn.  Ze spelen een wat minder ‘bloeddorstig’ spelletje, dat ze hier ‘main karet gelang’ (elastieken spel) noemen.
Dit spelletje kan je met meerdere personen spelen. Tussen 2 stokken van ongeveer 30 cm, die in de grond zijn geslagen, span je een elastiek. Hierop leggen de spelers hun inzet (afgesproken aantal elastieken).
De spelers proberen dan van een afstand van ca. 5 meter, met een bundel elastieken de ‘gespannen’ elastiek met inzet eraf te schieten. Is het je gelukt, dan is de inzet van jou.

Hoe dichter we bij Lampu Satu komen, nemen de behuizingen weer toe. Dit heeft te maken met de komst van de vele nieuwkomers uit Java. Deze nieuwkomers zijn over het algemeen vissers en vestigen zich in de dorpen Buti, Nasem, Dalir en Tomer.

Vluchtelingen in eigen land
Een andere groep nieuwkomers, die ook in de genoemde dorpen moeten vestigen zijn de
spijtoptanten uit Papua New Guinea (PNG).
Hun ouders wilden na de overdracht van Nederlands Nieuw-Guinea in 1962 niet onder Indonesisch bestuur leven en vluchten naar PNG.
In PNG konden ze zich echter niet thuis voelen omdat ze niet ‘geaccepteerd’ werden.

In 2003 en 2004 keerden 63 gezinnen in twee groepen terug uit buurland PNG, naar het land van hun voorouders in de regio Merauke.
Deze vluchtelingen kenden het land van hun voorouders alleen uit de verhalen, maar keerden toch terug.
Onder toezicht van de militairen uit de nabijgelegen militaire posten mogen ze in deze 4 dorpen wonen en de omringende land bewerken.
Hun aanspraken op het land van hun voorouders, worden niet erkend.

Lampu Satu en haar mooie strand
Aangekomen bij de Lampu Satu stoppen we om de, voor mensen uit Merauke, zo beroemde vuurtoren te bewonderen. Door haar bekendheid draagt deze hele omgeving de naam Lampu Satu.
Helaas is er geen mogelijkheid om deze toren te beklimmen zoals bij de meeste vuurtorens in Nederland.

Tussen de huizen door lopen we over een smalle zandweg, die ons naar het strand brengt.
Waauuw, voor ons ligt een bijzonder mooi breed wit zandstrand echter de zee is nergens te bekennen. Het is nu eb en bij eb kan het water dan soms 2 km lang de zee terugtrekken.

De vele houten vissersboten lijken op gestrande boten. De vissers kunnen echter pas uitvaren als het weer vloed is.
Dit brede strand wordt tijdens de vakantieperiode vaak gebruikt als racebaan of voetbalveld.
De kilometers lange kust met vriendelijke, wuivende klapperbomen, biedt een unieke plaats om te picknicken. De zonsondergang in Lampu Satu is daarom erg uniek.

Langs het strand heerst veel bedrijvigheid, houten vissersboten ondergaan onderhoudsbeurt. Nieuwe boten worden gebouwd en dat alles gebeurt met mankracht.
Op het strand zelf, was nauwelijks mensen te bekennen….

Het  aangename ochtend-temperatuur, de koele zachte bries in ons gezicht verleiden ons voor een lange wandeling.
Helaas…..  helaas we moeten op tijd terug zijn in Bambu Pemali.

We vervolgen onze wandeling tot het dorpje Buti.
In Buti verruilen we het mooie palmenstrand voor een geasfalteerde weg, die ons naar Swiss-Belhotel in Bambu Pemali leidt.

Foto’s © Ahiolo
MAROKE Album 3

Naar Startpagina

Joop Supit op Radio 5

Lees eerst: Ambon is mijn missie

Live-interview met Joop Supit over Ambon op Radio 5  of  via de korte golf AM 747
vrijdag 31 augustus 2012
Programma: Dichtbij Nederland van NTR
Tussen 23.00 en 24.00 uur

Naast dit interview zal Joop in dit programma ook een lied zingen.
Joop: “Jullie zullen mij het lied Negri Waai horen zingen dat ik op de lagere school in Waai heb gezongen met kinderen en nu heb gerearrangeerd”

Uitzending gemist ? HIER KLIKKEN

Naar Startpagina

Terug in de tijd

Het was nog erg vroeg, 07.30 uur. Ondanks dat de zon begon te schijnen was het nog fris vanmorgen.
Ik had aangeboden om samen met Ineke naar haar werk te fietsen.
Dat is ongeveer 45 minuten trappen van huis. Omdat het nu vakantie tijd is, was het niet zo druk op de weg en daar ze ook de binnenwegen nam, leek het fietsen naar haar werk in Rotterdam op een toertocht.

Vanaf Ine’s werk aan de Laan op Zuid, fietste ik naar het Zuidplein, door het mooie Zuiderpark  in Rotterdam Zuid.
Een kwartiertje later kwam ik langs het tankstation aan de Vaanweg-Rotterdam.
Voor mij is dit tankstation niet zo maar een station, zoals u op de foto ziet.

Om te weten wat hier gebeurde, neem ik u mee naar donderdagavond 25 november 1993 om ongeveer 23.20 uur ……
Op deze link klikken om het verhaal te lezen.

Naar Startpagina

Ambon is mijn missie

Lees eerst:  Doden op Ambon door regen

 DVHN –  Gepubliceerd op 10 augustus 2012

GRONINGEN – Hij moest het met eigen ogen zien. De in Groningen geboren Molukker Joop Supit kon niet thuis blijven zitten toen hij hoorde van de overstromingen en aardverschuivingen op Ambon. De berichtgeving in Nederland noemt hij ‘zeer slecht’, de berichten van familie niet altijd betrouwbaar.

‘In tijd van nood kunnen mensen niet helder denken en dan gaan gebeurtenissen heel vaak een eigen leven leiden’, schrijft hij per mail vanuit het plaatsje Waai op Ambon.

Supit heeft zijn spullen gepakt en is gegaan. Om familie te bezoeken, om de berichten te checken, om te kijken wat hij kan doen. ‘Ik had Ambon als ‘missie’ op mijn lijst van things to do (before I’ll die) staan.’

Alleen in Ambon-stad zijn zesduizend mensen geëvacueerd, tweeduizend huizen verwoest, wegen vernietigd. ‘Er zijn wonderbaarlijk genoeg tien mensen overleden, zeven mensen zijn gewond. Het is een chaos! Honderden mensen bij elkaar gepropt. Niet hygiënisch. Niet genoeg eten, drinken. In en in triest.’

Zaterdag gaat hij terug naar Groningen. Hij hoopt dit jaar nog een keer terug te gaan om de hulp op gang te krijgen. Tot die tijd zal hij hier kleinschalige acties ondernemen.

 Foto: Joop Supit bij een weggevaagde weg als gevolg van de aardverschuiving bij Manga Dua op Ambon.

Naar Startpagina