Te voet naar Lampu Satu en Buti

IMG_1514 a klNa een geweldige ontmoetingen (reünie) in Jayapura, waren we (Ineke en ik) naar Merauke gegaan. Het was een bliksembezoek van 3 dagen en nachten.
Ineke was geboren in deze hoofdstad van de Zuidelijke Provincie van Papua, waar ik mijn jeugdjaren had doorgebracht. Hier in Merauke willen we ons verleden beleven.

Onze laatste dag in Merauke. Deze dag willen we benutten om toch nog een wandeltraining te doen als voorbereiding op de Wandel 4-Daagse in Nijmegen. In de afgelopen 3 weken in Indonesia, hebben we nog steeds geen lange wandeling kunnen maken.
Een wandeling van ons hotel via Lampu Satu* naar het vissersdorpje Buti en terug is naar mijn schatting ongeveer 15 km.
Voor 12.00 uur moeten we terug zijn in Bambu Pemali, omdat we uitgenodigd zijn  voor een gezamenlijke middagmaaltijd met bu Daan Reawaruw.

* Lampu betekent in het Maleis lamp en satu betekent één en is één van de enkele exotische stranden, die Merauke bezit.
Lampu Satu heeft haar naam te danken aan de grote vuurtoren die daar staat.


Militaire Kazerne

Een goed ontbijt in het hotel moet dan genoeg energie geven voor de komende uren.
De afstand van Swiss-Belhotel tot onze Openbare Lagere School B, is het ongeveer twee kilometer.  Deze weg heet nu Jalan Raya Mandala (vroeger Mopah weg).
Inmiddels is zij veranderd tot een brede geasfalteerde straat met zelfs enkele  verkeerslichten.

Bekende herkenningspunten voor mij aan deze straat zijn de ‘oude’ Chinese School nu SMA, militaire kazerne, die nog steeds als kazerne wordt gebruikt.
Daar tegenover het ‘oude’ voetbalveld, nu Lapangan Mandala, de politie kazerne en tegenover de moskee (Mesjit)….  de RK kerk en het missie-terrein.
Al pratend wandelen we deze herkenningspunten voorbij en komen we bij de jalan Lampu Satu.
Hier slaan we linksaf en wandelen door een klein stukje van Kampong Ambon heen.
Wat vroeger een zandweg was, is nu geheel geasfalteerd. Woningen zijn aan beide kanten van de weg gebouwd, het verkeer hier is minder druk, dat maakt het wandelen  aangenamer.

Aan onze manier van lopen, weet men dat we ‘niet van hier’ zijn. We maken namelijk te grote stappen en de tempo is aardig hoog.
Elke keer als er een angkot (angkatan kota = stadsvervoer) voorbij komt wordt er naar ons getoeterd of we willen meerijden.

Dat de meeste bewoners in Merauke Christenen zijn is te merken aan het aantal kerken, dat we in het afgelopen half uurtje tegenkomen. Maar liefst 4 kerken, de ene mooier en groter dan de andere.
Als we aan een toilet-stop toe zijn, is het natuurlijk een pastorie het gewezen plek.

Hoe verder we richting Lampu Satu lopen, hoe minder de behuizingen zijn, echter op bepaalde strategische punten zijn militaire posten gevestigd.


Paalhuizen van planken en zink

Gelukzoekers
Zoals bij vele grote plaatsen in Papua, trekt ook Merauke veel mensen uit de dorpjes omheen aan, die hier hun geluk zoeken.
Op een moerasachtige stuk land bouwen ze hun paalhuizen van planken en zink, die ze bij elkaar hebben verzameld. Geen waterleiding, geen elektriciteit.
In een modderig riviertje aan de overkant van de weg wassen ze hun kleren. Drinkwater wordt elders in jerrycans  gehaald of gekocht.
Deze Marind anim leven heel erg primitief, als 2e-rangsburger in hun eigen land.

Jachtinstinct
Aan hun kinderen is dat echter niet te merken, ze leven in hun eigen ‘kinder-wereld’.
Op blote voeten, sommigen zelfs naakt, bootsen ze de jacht na, zoals ik vroeger ook  deed.
Een stuk land, dat met alang-alang (Australisch gras) is begroeid, wordt dan in brand gestoken.
Droge alang alang brandt erg snel en binnen enkele minuten kan het veld afgebrand zijn. De rook stijgt omhoog. De kinderen gewapend met pijl en boog of stokken verspreiden zich om dat stuk land en wachten totdat de biawak (grote hagedis),tuban (grote veldrat) of soms ook saham (kangoeroe), die daar zijn op de vlucht gaan.
Door veel kabaal te maken, laten ze hun prooi schrikken om zo in verwarring te brengen.
Rennen dan achter ze aan en proberen ze met hun pijl te raken, te vangen of met hun knuppel te doden. Als ze wat gevangen of gedood hebben, dan … dan is het feest.


Gewapend met pijl en boog of stokken……

Main karet gelang
Voordat we in Lampu Satu zijn, lopen we langs een huis waar kinderen aan het spelen zijn.  Ze spelen een wat minder ‘bloeddorstig’ spelletje, dat ze hier ‘main karet gelang’ (elastieken spel) noemen.
Dit spelletje kan je met meerdere personen spelen. Tussen 2 stokken van ongeveer 30 cm, die in de grond zijn geslagen, span je een elastiek. Hierop leggen de spelers hun inzet (afgesproken aantal elastieken).
De spelers proberen dan van een afstand van ca. 5 meter, met een bundel elastieken de ‘gespannen’ elastiek met inzet eraf te schieten. Is het je gelukt, dan is de inzet van jou.

Hoe dichter we bij Lampu Satu komen, nemen de behuizingen weer toe. Dit heeft te maken met de komst van de vele nieuwkomers uit Java. Deze nieuwkomers zijn over het algemeen vissers en vestigen zich in de dorpen Buti, Nasem, Dalir en Tomer.

Vluchtelingen in eigen land
Een andere groep nieuwkomers, die ook in de genoemde dorpen moeten vestigen zijn de
spijtoptanten uit Papua New Guinea (PNG).
Hun ouders wilden na de overdracht van Nederlands Nieuw-Guinea in 1962 niet onder Indonesisch bestuur leven en vluchten naar PNG.
In PNG konden ze zich echter niet thuis voelen omdat ze niet ‘geaccepteerd’ werden.

In 2003 en 2004 keerden 63 gezinnen in twee groepen terug uit buurland PNG, naar het land van hun voorouders in de regio Merauke.
Deze vluchtelingen kenden het land van hun voorouders alleen uit de verhalen, maar keerden toch terug.
Onder toezicht van de militairen uit de nabijgelegen militaire posten mogen ze in deze 4 dorpen wonen en de omringende land bewerken.
Hun aanspraken op het land van hun voorouders, worden niet erkend.

Lampu Satu en haar mooie strand
Aangekomen bij de Lampu Satu stoppen we om de, voor mensen uit Merauke, zo beroemde vuurtoren te bewonderen. Door haar bekendheid draagt deze hele omgeving de naam Lampu Satu.
Helaas is er geen mogelijkheid om deze toren te beklimmen zoals bij de meeste vuurtorens in Nederland.

Tussen de huizen door lopen we over een smalle zandweg, die ons naar het strand brengt.
Waauuw, voor ons ligt een bijzonder mooi breed wit zandstrand echter de zee is nergens te bekennen. Het is nu eb en bij eb kan het water dan soms 2 km lang de zee terugtrekken.

De vele houten vissersboten lijken op gestrande boten. De vissers kunnen echter pas uitvaren als het weer vloed is.
Dit brede strand wordt tijdens de vakantieperiode vaak gebruikt als racebaan of voetbalveld.
De kilometers lange kust met vriendelijke, wuivende klapperbomen, biedt een unieke plaats om te picknicken. De zonsondergang in Lampu Satu is daarom erg uniek.

Langs het strand heerst veel bedrijvigheid, houten vissersboten ondergaan onderhoudsbeurt. Nieuwe boten worden gebouwd en dat alles gebeurt met mankracht.
Op het strand zelf, was nauwelijks mensen te bekennen….

Het  aangename ochtend-temperatuur, de koele zachte bries in ons gezicht verleiden ons voor een lange wandeling.
Helaas…..  helaas we moeten op tijd terug zijn in Bambu Pemali.

We vervolgen onze wandeling tot het dorpje Buti.
In Buti verruilen we het mooie palmenstrand voor een geasfalteerde weg, die ons naar Swiss-Belhotel in Bambu Pemali leidt.

Foto’s © Ahiolo
MAROKE Album 3

Naar Startpagina

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s