Een brief uit Abio Ahiolo (*)

(*) Lees eerst :
Ahiolo ➢ Abio Ahiolo

Bron: LITINDO
Reisverslag van ds J. Groen over zijn bezoek aan Abio (Ahiolo)

Brief-3. 26 november 2006
Het is alsof het beeld plotseling bevriest als wij vroeg in de morgen het dorp binnen lopen. Iedereen staat opeens stil en staart ons aan.
De mannen die op de weg liepen te praten; de spelende peuters, de vrouwen met de was. Bij de school schuift een gordijntje een beetje opzij en gluurt één van de kinderen nieuwsgierig naar buiten.

@ Ahiolo - 1993 onderweg naar Abio (Ahiolo)

@ Ahiolo – 1993 onderweg naar Ahiolo

Abio, hoog in de bergen in het binnenland van Seram, 50 km van de kust, alleen lopend te bereiken. Alleen het eerste stuk is eventueel met een motor te doen – als je daar tenminste niet al te zuinig op bent – 15 km hotsen over een sterk geërodeerd karrespoor vol stenen, met steile hellingen. Daarna is het verder lopen. Een paar jaar geleden heeft een bulldozer deze weg aangelegd, helemaal tot Abio.
Toen kwamen hier zelfs trucks. Maar de regen maakte al gauw korte metten met de weg: het water sleet diepe goten, er verschenen scheuren in de kleigrond, en hier en daar brokkelden hele stukken weg af en zakten weg in de diepe ravijnen. Alleen in de droge tijd is het voor waaghalzen nog mogelijk om met een motor verder te komen.

Geen wonder dat iedereen staat te kijken: hier komt praktisch nooit iemand. En een blanke is al helemaal een grote uitzondering – er is een keer een Amerikaan geweest die kwam kijken of hier een vliegstrip aangelegd kon worden, en later nog eens een Duitse taalkundige.
Verder niemand. En dit is het eind van de weg, hoger op is niets meer, alleen bos, maar geen andere dorpen.

Wie hier aan komt lopen, moet kennelijk hier zijn. Ik moet hier inderdaad zijn. Het is de laatste en meest geïsoleerde van de vier gemeenten van de Molukse kerk die ik hier op Seram bezoek, om een beeld te krijgen van het kerkelijk leven hier. In Litindo noemen we dat “field-tasting”: ‘proeven’ hoe het leven van de christenen is in Indonesië, wat hun levensomstandigheden zijn, de moeiten waar ze mee te maken hebben, hoe de gemeenten er voor staan.
Als je voor Indonesische christenen schrijft, moet je je lezerspubliek wel kennen! En dan ben je er niet als je je alleen oriënteert in de verstedelijkte gebieden, waar allerlei moderne voorzieningen zijn.

In de dorpen ver weg van de stad is het leven totaal anders. Hier in Abio is geen elektriciteit, geen televisie, geen verkeer.
In de regentijd, als de rivieren buiten hun oevers treden, is het zelfs niet mogelijk om lopend naar de kust te komen. De mensen van het dorp kunnen goed in hun dagelijkse levensbehoeften voorzien: de tuinen leveren genoeg op, en in het bos stikt het van de herten en wilde varkens.
Maar producten verkopen gaat lastig als je alles naar de kust moet dragen; dat doe je niet met een tros pisang, en met een lading durian – en juist die laatste vrucht groeit hier in overvloed, en is in Indonesië erg gewild.

Grotefoto-V3OI7G8U (1)

@ Ahiolo – 1993 Kerk in aanbouw

Onderwijzers en andere mensen van buiten kunnen het hier maar moeilijk volhouden. De school draait dan ook op een paar onderwijzers die uit het gebied zelf afkomstig zijn. Maar medische voorzieningen zijn totaal afwezig – de dichtstbijzijnde polikliniek is aan de kust, 50 km ver.
Dus als je ziek wordt gebruik je de traditionele ‘medicijnen’: geneeskrachtige kruiden, waar ze het vroeger ook mee deden. En verder moet je er dan maar het beste van hopen.
En bidden natuurlijk. Want ze zijn hier allemaal lid van de kerk.
De Molukse kerk. Andere kerken zijn hier niet. Het evangelie is hier in 1923 voor het eerst gebracht. Toen kwamen hier op uitnodiging van de plaatselijke vorst, die een school wilde hebben. Dat was dus ruim 300 jaar nadat in 1604 op Ambon de eerste protestantse kerkdienst was gehouden.

Nauwelijks 100 km verderop. Zo heel erg hard werd er in de tijd van de VOC en het koloniale bestuur daarna niet aan zending gewerkt. Vorige week was ik daar in de stad aan het werk. Lesgeven aan de theologische faculteit van de christelijke universiteit. Over Paulus, net als eerder op Bali.
Op een grotendeels braakliggende campus. Bij de onlusten tussen Christenen en Islamieten is het hele complex in brand gestoken. Daarbij ging ook de bibliotheek met veel oude boeken over de Molukse geschiedenis in vlammen op. Uit wraak werd toen ook de aangrenzende Islamitische school in de as gelegd. En het postkantoor aan de overkant moest het ook ontgelden. Zoals zoveel andere gebouwen en kerken, in Ambon stad, en op tal van andere plaatsen.
Wie je hier ook maar ontmoet, je krijgt het al gauw over wat er de afgelopen jaren allemaal is gebeurd. Dat is ook een diep ingrijpende traumatische ervaring geweest! Je zult maar op zondag in kerk zitten, en gesommeerd worden de kerk te verlaten, waarna het gebouw in de fik gestoken wordt! Dat gebeurde hier in Ambon-stad op 2e kerstdag.

De kerk nu....

De kerk nu….

De mensen hebben me overal veel te vertellen.Ik hen ook.
Een seminar over het werk van Litindo voor de studenten van de universiteit. Later nog een keer een bijeenkomst met de voornaamste docenten. Er is belangstelling, ook al is men zich er heel goed van bewust dat de kerk hier een lange geschiedenis heeft. Maar er is veel in beweging. Vanouds heeft de kerk hier een ver doorgevoerde synodale structuur.
Vanuit de kantoren van synode en classis worden de gemeenten bestuurd op een manier, die sterk doet denken aan het systeem van de regering.
Geen wonder, want beide hebben hun werkwijze overgenomen van het koloniale bestuur, en van de VOC daarvóór. Die bemoeide zich niet alleen met de handel, maar regeerde ook de kerk. Maar vorig jaar heeft de synode besloten om het roer radicaal om te gooien. Men wil af van heel dat geldverslindende systeem, en terug naar een presbyteriaal stelsel volgens de ons bekende Dordtse KO. In feite nog een stukje kerkelijke dekolonisatie. Dat zal nog heel wat voeten in aarde hebben.

De predikanten die ik in het binnenland van Seram spreek zijn er allemaal hard voor. Wat nu door de synode opgestuurd wordt is vaak helemaal niet bruikbaar in deze dorpsgemeenten. En het is dodelijk voor het eigen verantwoordelijkheidsbesef. Hier in Abio heeft men van de recente onlusten met de islamieten geen last gehad.
Maar wel in het sterk aan hen verwante Ahiolo, waar ik op weg hier naar toe een bezoek bracht. Dat dorp werd op een zondagmiddag overvallen toen iedereen in kerk zat, en helemaal platgebrand. Sommigen verzetten zich.
Er vielen 5 slachtoffers. Een meisje van een jaar of 17 werd meegenomen, en niemand heeft ooit meer iets van haar gehoord; volgens de geruchten zou ze naar Java zijn gebracht.

Vlak voor ik uit Abio vertrek laten ze me de nieuwe kerk zien. Boven op de gaanderij liggen de bamboe-fluiten waarop de gemeentezang begeleid wordt. Ze laten me nog even horen hoe het klinkt. Pas later hoor ik de woorden van het lied, dat juist in de jaren van de onlusten in omloop kwam en geliefd werd:

@ Ahiolo - 1993 Water halen

@ Ahiolo – 1993 Water halen

di tengah kesukaran
sebabnya dosaku
terbitlah pengharapan
tolongan Tuhanku
kendati jalanku di susah perang
Yesus, Pedoman hidupku
beri aku menang
selalu aku sembayang
ya Tuhan pimpinlah

midden in de moeiten
veroorzaakt door mijn zonden
daagt er hoop
de hulp van mijn Heer
ook al loopt mijn weg door de moeite van oorlog
Jezus, leidsman van mijn leven,
geef mij de overwinning
ik zal altijd (U) aanbidden
ja Heer, leidt (mij)

Hier klikken om het lied te beluisteren

Naar Startpagina

Ahiolo ➢ Abio Ahiolo

Dorp: Abio Ahiolo subdistrict: Elpaputih – West Seram

In Indonesië worden de plaatsnamen wel eens veranderd of terugveranderd zoals de hoofdplaats van Sulawesi (Celebes): Makassar ➢ Ujung Pandang ➢ Makassar. Een ander voorbeeld is de hoofdplaats van Papua. De naam wordt veranderd van Hollandia ➢ Kota Baru ➢ Sukarnopura ➢ Jayapura ➢ Fort Numbai enz…
Hetzelfde gebeurt ook met de naam van het dorpje Ahiolo in het binnenland van het eiland Seram. Ahiolo heet nu Abio.
De ‘originele’ naam voor Ahiolo was Kotanunu. Sinds de Nederlandse koloniale tijd werd het dorpje Ahiolo genoemd.

Enkele kilometers van Ahiolo het binnenland in, aan de voet van gunung (berg) Abio was een gehucht dat Abio heette. In Abio stonden slechts enkele huizen. Tijdens de 2e WO, vluchtten de mensen uit Ahiolo naar Abio als de Japanse soldaten dichterbij dreigden te komen.
Dat gebeude ook in maart 1944…. mijn moeder, die hoogzwanger was vluchtte met haar kinderen naar Abio. Daar in Abio beviel ze van een flinke jongen en noemde hem Annis … dat was ik.
Mijn vader was er niet bij, hij bleef in Ahiolo achter, immers als een ‘goede herder’ mag hij zijn kudde niet verlaten.

Op de kaart klikken om te vergroten.

Op de kaart klikken om te vergroten.

In de vijftiger jaren, vorige eeuw, was Ahiolo het Centrum van verzet tegen Indonesië.
In Ahiolo zetelde namelijk de Regering van RMS (Republik Maluku Selatan).

In 1951 verhuisde de regeringszetel van Walamoit naar Ahiolo omdat bij natte moesson de WaiTala (rivier Tala) buiten haar oevers treedt en Walamoit geïsoleerd zou komen te liggen.

Vlak voordat de president van de RMS mr. dr. Chris Soumokil gevangen genomen werd, moesten de bewoners van Ahiolo en Abio op bevel van de Siliwangidevisie (elitedivisie van het Indonesische leger) naar de kust verhuizen. Immers, deze bergbewoners hebben sympathie voor de RMS beweging.
Ze vestigden zich in en in de buurt van het dorp Tala aan de kust.

Gedwongen massale-volksverhuizing vond ook plaats op de TNS-eilanden in 1978.
(TNS=Teon, Nila, Serua). Lees: Geschiedenis van Nila-TNS eilanden 3

Later toen het rustiger was in het binnenland mochten ze terugkeren naar hun dorpen.
Echter de meeste mensen uit Ahiolo gaven de voorkeur om in de buurt van de zijrivier van Wai Tala, de Wai Kiabatu te wonen. Voor hen bouwde de regering houten huizen met zinken daken.
Het nieuwe dorp werd Ahiolo Baru (Baru =nieuw) genoemd ook wel Kiabatu.
De mensen uit Abio daarentegen, gingen terug naar Ahiolo en Abio (in het binnenland)
Ahiolo werd toen ook genoemd Ahiolo Lama (Lama=oud).
In 1993 waren de namen nog zo..
In welk jaar Ahiolo Lama tot Abio Ahiolo wordt veranderd is mij helaas niet bekend.

(met dank aan Arcelo Maspaitella Latekay Haikutty)

Naar Startpagina

Herenigd (In het spoor van spoorloos)

Uit Primero Plus magazine editie 20 – 2014

ANNIS LEKRANSY (70) VOND IN DE JUNGLE HET PETEKIND VAN ZIJN VADER

Tekst: Onno Lakeman    

Foto’s: privé-archief Annis Lekransy

Tot zijn vierde leefde Annis Lekransy (70) samen met zijn vader en moeder, een predikantenechtpaar, in het gehucht Ahiolo, verscholen diep in de jungle van de Molukken. Hij voelde altijd al de drang om zijn geboorteplaats en het petekind van zijn vader op te zoeken. Uiteindelijk heeft hij de stap gezet. Letterlijk, want het laatste deel van de lange reis kon alleen te voet door het dichte oerwoud worden afgelegd. Hier klikken om verder te lezen

Grotefoto-L74VVVIUGrotefoto-BKLPZUFPGrotefoto-XNNV6Y74 Foto’s © Ahiolo

Naar Startpagina

Salamate – Welkom – Welcome – Selamat datang – Willkommen

Hartelijk welkom op Ahiolo.weblog. Ahiolo. (nu Abio Ahiolo) is een bergdorpje in het binnenland van het eiland Seram op de Molukken (Indonesia).
In dit dorpje wonen er nu ongeveer 200 gezinnen, een deel van de dorpsbewoners is verhuisd naar Ahiolo-Baru (Kiabatu). Men leeft van land- en tuinbouw, en beoefent deze op de traditionele productie – methode.

In dit mooi bergdorpje Ahiolo, hebben mijn vader Hanoch Lekransy en mijn moeder Jacoba de Lima meer dan tien jaar gewerkt als zendelingen. Ahiolo is ook de geboorteplaats van al hun kinderen.
Ter nagedachtenis aan hun draagt deze weblog de naam Ahioloweblog. Ik wens u veel lees- en kijkplezier……

Lees ook:
Ahiolo ➢ Abio Ahiolo

Naar Startpagina

Back to the roots 1

Terug naar mijn geboorteplaats Ahiolo.

Amboina, op het eiland Ambon is de hoofdstad van provincie Molukken in Indonesia.
Het was 1948 toen mijn vader vanuit Ahiolo (Seram) naar Ned. Nieuw Guinea (nu Papua) werd uitgezonden.
Als zendeling zou hij in dorpen in het zuidelijk deel van Ned. Nw-Guinea gaan werken.
Hij was ons vooruit gegaan, om een onderkomen voor ons te regelen. Een paar maanden later reisden wij hem per boot na naar Merauke (Papua).  Nu anno december 1993, zitten wij in een super modern vliegtuig met eindbestemming Ambon. Hoe dichter wij Ambon naderen, hoe rumoeriger het in het vliegtuig wordt. Een zwoele Indonesische vrouwenstem uit de speakers verzoekt ons om de veiligheidsriemen vast te maken. Het vliegtuig begint te dalen, Ambon is in zicht.

Kijkend uit het raam, vraag ik mij af waarom ik niet eerder denk om terug te gaan….
Allerlei gedachten schieten door mijn hoofd… Ik weet het niet. Nu Ambon zo heel dichtbij is, word ik toch zenuwachtig, het gevoel, alsof je voor het eerst naar school gaat. Ik zag voor mij de Amboina-baai, de dorpen Liliboi, Hatu en Leke.
De landingsbaan van Pattimura Airport (Laha) verschijnt achter de wuivende klapperbomen, wauw, wat een gevoel….het is niet te beschrijven…ja, ik kom thuis. Ongeduldig staan de passagiers te trappelen om uit te stappen.

Als wij de ruimte binnenlopen, waar de koffers opgehaald kunnen worden en ik daar de kruiers hoor praten, weet ik het zeker:“ik ben….ik ben hier thuis!”
Het dialect dat ze spreken, het Ambonees, zo praatten wij thuis immers ook, en dan de bekende geuren, die heb ik er in géén jaren geroken ….. waauw … wat een thuiskomst!. Waarom, waarom had ik deze reis niet eerder gemaakt !

We worden door de familie opgehaald en verblijven in een luxe huis van nicht Mila.
De dagen,die erop volgen, gebruiken wij om bij de families langs te gaan.
Bij sommigen, staan wij onverwachts voor de deur. Een blik van verwondering, herkenning en het ijs is gebroken (een rare uitdrukking voor in de tropen eigenlijk).
Herkenning?, ja dat is niet moeilijk, een jaar eerder was mijn vader en broer Paul hier geweest. Zij hebben immers onze foto’s laten zien en samen met enkele neven hebben zij onze stamboom (silsila) op papier gezet. Gewapend met een “silsila” en adressen kost ons geen moeite om de families te verrassen.

Batu Capeu (steen, die de vorm heeft van een omgekeerde hoed of chapeau)

Bij één van de familiebijeenkomsten, wordt mij gevraagd of wij plannen hebben. Spontaan zeg ik: “als het mogelijk is, willen wij naar Ahiolo gaan. Ahiolo is mijn geboorteplaats”. Ze keken ons vreemd aan “helemaal uit Nederland en naar het binnenland van Seram gaan? Geen openbare weg /-vervoer, helemaal lopend?” Oosterse beleefdheid gebiedt hun niets te zeggen, maar ik weet zeker, dat zij ons heel erg “gek” vinden.

Naar startpagina

Back to the roots 2

Terug naar mijn geboorteplaats Ahiolo.

De dag na de 1e kerstdag (hier kennen zij géén 2e kerstdag) haalt Menas, onze gids, ons op om 05.00 uur en zo start onze expeditie naar Ahiolo. Menas komt zelf uit Ahiolo en is geparenteerd met de Lekransy. Hij heeft op de Universiteit van Ambon geschiedenis en Indonesisch Recht gestudeerd. Helaas kan hij daarna geen werk vinden. Menas: “Bij een bedrijf ben ik al aangenomen, maar ik moet eerst “entree” geld betalen om te mogen werken. Hiervoor moet ik eerst een lening sluiten en dat kan ik niet doen” Het gaat hier n.l. om bedragen van ongeveer zes maal je maandsalaris.

Eerst nemen wij de angkot (angkatan kota = stadsvervoer) naar pasar Mardika. Het vertrekpunt van de bussen, die naar de plaatsen buiten Ambon rijden. We nemen de bus die naar Liang gaat, want daar ligt de ferry klaar voor de oversteek naar Seram. De minibus  is bijna vol als we instappen. Duf zitten en staren de passagiers voor zich uit. Het is immers nog donker. We passeren verschillende dorpen: Galala, Paso, Suli, Tulehu en Waai.

De oude kerk van Waai (helaas nu afgebrand)

Het dorpje Waai is voor Ineke en mij een heel bijzonder dorp, onze moeders komen uit Waai. Voor de toeristen is Waai het dorp met de beroemde heilige alen.

Met de ferry Masnait steken we over naar Kairatu op het eiland Seram. Het is een belevenis om met een ferry te gaan, de oversteek duurt ongeveer anderhalf uur ? Aan boord in de lounge kan men overal zitten. Er staan enkele tv toestellen opgesteld, dus vervelen hoeft men hier niet. Er wordt zelfs karaoke afgespeeld en de microfoon, gaat van de ene passagier naar de andere. Dat de Molukkers zingen kunnen, wordt hier bewezen.

De aankomst-haven op Seram is Kairatu. Van Kairatu nemen wij de bus naar Tala. De bus gaat pas rijden als alle plaatsen bezet zijn. Aangezien dat nog niet het geval is en wij niet te lang willen wachten, hebben wij voor de onbezette plaatsen betaald, zodat onze tocht voortgezet kan worden.

Paalwoning in Talla

De busrit naar Tala duurt ongeveer twee uren. Enkele bruggen waarover wij moeten rijden, waren, door de zware regenval en daardoor sterke stroming van het rivierwater, vernield. De bus is daardoor genoodzaakt om over geïmproviseerde bruggen, gemaakt van stammen van klapperboom, te rijden. Soms rijdt de bus in plaats van over de brug, op de rivierbodem naar de andere kant. De banden van de bus verdwijnen bijna geheel in het water. Hoe vindingrijk de mensen hier zijn, blijkt uit het volgende: omdat de bus door de rivier moet rijden en de kans groot is dat de benzinetank kapot raakt, heeft men in de bus achter de bestuurdersstoel een plastic jerrycan gevuld met benzine geplaatst. Met een slangetje wordt de benzine hiervandaan naar de motor geleid. Wel slim natuurlijk, maar dit komt beslist niet door de APK-keuring.

Wij rijden hier door de mooie dorpen van Zuidwest Seram zoals Seruawan, Kamarian, Tihulale, Rumahkai. Rumahkai staat bekend om haar mooie waterval.

Het bericht dat wij naar Ahiolo komen is ons voor geweest. In Tala stopt de bus voor het huis van de Kepala Desa (dorpshoofd).
Wij worden gevraagd binnen te komen en moeten in het gastenboek tekenen. De vrouw des huizes heeft intussen de tafel gedekt en het zit voor ons niet anders op dan  aanschuiven voor de lunch. Zoals in Indonesië gebruikelijk is, is dat een complete rijsttafel.

Uitrusten na een dubbele lunch

Wij brengen nog een bezoek aan een familie waarvan hun kind vanmorgen gedoopt werd. Natuurlijk nodigen ze ons uit om mee te eten. Het zou een belediging zijn, als we de uitnodiging afslaan. De maaltijd is eenvoudig maar heerlijk. Hier heb ik voor het eerst van mijn leven hondenvlees gegeten.
Lekker pittig klaargemaakt, gegeten met cassave en groenten. Hondenvlees of RW (rintek wuuk) staat tegenwoordig bij sommige restaurants in Indonesië op het menu. In Manado (Sulawesi) kan men op de markt,hondenvlees kopen. Na 2 maaltijden binnen twee uren moeten wij eerst tijd nemen om goed uit te rusten.

Immers van af hier gaan we verder te voet. Voordat wij het dorpje Tala uitlopen, passeren wij een mooie kerk, die op een heuvel is gebouwd.

Naar startpagina

Back to the roots 3

Terug naar mijn geboorteplaats Ahiolo.

Het is al 13.00 uur maar toch nog veel te warm om verder te gaan. Een uurtje later nemen wij afscheid van deze lieve familie en lopen bepakt met rugzak en filmcamera Tala uit. Na een kilometer lopen op de Trans-Seram highway (deze weg gaat door, om de Elpaputih baai naar Amahai en verder…), slaan wij het bospad in, dat ons langs de Wai Tala (rivier Tala) leidt.

Trans Seram highway

We lopen aan de westelijke zijde, over nog gemakkelijk te belopen bospad begeleid door het geluid van snel stromend rivierwater en vogel gekrijs. Het lopen gaat ons gemakkelijk af, we hebben immers in juli nog de Nijmeegse wandel 4-daagse gelopen.

Sumeit Pasinaro
Twee uren na ons vertrek uit Tala zien we aan de overkant van de Wai Tala het dorp Sumeit Pasinaro liggen.
Om in het dorp te komen moeten wij eerst door de rivier waden, gelukkig is de stroming nu niet zo hard en het waterniveau niet hoog, alhoewel op sommige gedeelte wel één meter diep is. In de regentijd zal dit voor ons een probleem zijn.

Dorp Sumeit Pasinaro

In Sumeit Pasinaro woonde Oom Tjalo Lekransy (neef van mijn vader) met zijn vrouw. Oom Tjalo was vorig jaar overleden en zijn vrouw mama Jos of Sina is bij haar dochter Ietje in Kairatu. We hebben daarom in het huis van de domina uitgerust. Voordat wij verder gaan moeten wij eerst thee drinken en pisgor (pisang goreng = gebakken bananen) eten. Overal waar we komen worden we met open armen ontvangen… Wat een gastvrijheid !

Wij kunnen hier helaas niet lang blijven omdat we ongeveer nog  twee uren moeten lopen naar ons overnachtingsadres. Voordat de avond valt moeten wij al daar zijn, want “het licht” wordt hier n.l. om zes uur uitgedraaid en dan, dan is het lopen in het donker zeker niet prettig.

Het eerste uur lopen wij door de “dusun” van Oom Tjalo. Door het huwelijk met mama Sina heeft hij een heel groot stuk land gekregen, waarop klapper-, duriaan-, nanka- en sagopalmen groeien (=dusun). Mama Sina komt uit Ahiolo en is een familielid van onze gids.
Na nog twee keren de rivier doorwaden te hebben komen wij aan in Kiabatu (Ahiolo Baru=nieuw).

Het huis van Oom Tjalo Lekransy

Kiabatu (Ahiolo Baru=nieuw)
Dit dorp is door de Indonesische regering gebouwd, om de mensen uit Ahiolo dichter bij de “bewoonde wereld” te laten wonen. Een andere versie is: om ze beter controleerbaar te maken voor de regering. Immers, in de vijftiger jaren, vorige eeuw was Ahiolo het centrum van het verzet tegen Indonesië geweest. In Ahiolo zetelde namelijk de regering van RMS (Republik Maluku Selatan = Republiek der Zuid Molukken).
De muren van de huizen in dit dorp zijn van planken gemaakt en het dak van zink, in tegenstelling tot de traditionele huizen. Traditionele huizen hebben muren van gaba-gaba (bladnerven van sagopalmen) of pelupu (bamboe-matten m.a.w. platgemaakte bamboes) en dak van atap (dakbedekking gemaakt van de bladeren van sagopalm).

Speelkameraad van mijn broer Paul
Hier logeren wij bij de familie Ateng Latu. Bu Ateng speelde als kleine jongen altijd samen met mijn broer Paul. Bu Ateng en zijn vrouw doen er alles aan, om ons zo comfortabel mogelijk te maken. Ze hebben water gekookt en in grote teil gedaan, zodat wij met warm water kunnen baden. Baden, doen de mensen hier in de rivier. Van de buren hebben zij voor ons een matras geleend. De volgende dag worden wij wakker gemaakt door het gekraai van de hanen en geblaf van de honden. Voor het ochtend-toilet gaan we naar de rivier, die op ongeveer 300 meter van het huis vandaan stroomt. Na het ontbijt, pisgor en thee, maken we ons klaar voor onze tocht door het centrale bergland van Seram.

Tandenpoetsen voor het ontbijt

Bekijk hier de foto’s

Naar startpagina