Herinneringen achter deze foto’s

Ouder worden betekent ook dat je meer kijkt in het verleden, meer en meer interesse heb in ervaringen en herinneringen uit het verleden. Ervaringen delen geven mij veel plezier en krijg ik daardoor ook nieuwe contacten en dat geeft nieuwe energie. Maar bovenal helpt het mij om te blijven wie ik ben. Daarom bekijk ik regelmatig mijn oude foto’s, dan borrelen de herinneringen die bij de foto’s horen omhoog. Dat gebeurt ook bij het bekijken van deze bijzondere foto’s. Deze foto’s dateren uit de jaren 1949 en 1950. Ze komen uit de ‘oude familie-doos. Ze werden gemaakt op de Europese Lagere School in Merauke (voormalige Ned. Nw-Guinea, nu Papua). U ziet Nederlandse, Indisch-Nederlandse en Inlandse kinderen en hun ouders zo harmonieus bij elkaar, dat is heel bijzonder. Een ‘multiculti’ school in de koloniale tijd was natuurlijk ondenkbaar (Ned. Nw- Guinea behoorde toen tot de Nederlandse kolonie). Toch, toch was het mogelijk … zie hier het bewijs.
(Op de foto klikken om te vergroten)

49 6 49 5 50 1

Andere koers
Na de onafhankelijkheid van Republiek Indonesia in 1949, heeft Nederland een andere politieke koers genomen met betrekking tot Ned. Nw-Guinea, mede doordat Indonesië aanspraak maakt op dit land. Nederland wil er voor zorgen dat de Papua’s ‘klaargestoomd’ worden voor een eigen zelfstandige staat. Nederland vindt dit een ‘goede’ oplossing om de vele, vele Nederlanders, Indisch-Nederlanders en hun gezinnen, die uit Indonesië weg moeten naar Ned. Nw-Guinea te halen zodat ze het land ook kunnen helpen opbouwen. Bovendien wordt Nederland hiermee ontlast van de stroom Indische repatrianten.

Lagere scholen in Merauke
Voor 1949 zijn in Merauke slechts 2 lagere scholen, namelijk de Openbare – en Rooms Katholieke lagere school. Op beide scholen is Maleis de voertaal. Echter door de komst van vele Nederlands sprekenden en hun gezinnen rijst de behoefte aan een Nederlandse Lagere school ( ELS – Europese Lagere School). Slechts kinderen waarvan de ouders thuis Nederlands spreken worden op deze school toegelaten. Zo krijgt Merauke haar 3e lagere school, de ELS…. Maar dan, dan komt het meest belangrijke probleem om de hoek kijken: “hoe moet je de dure Nederlandse onderwijzers betalen ?”   De school krijgt namelijk geen Rijkssubsidie, geen rijkssubsidie omdat er te weinig leerlingen zijn om de quorum te halen.

49 2 49 1

De koppen worden bij elkaar gestoken…. Het schoolbestuur ziet een mogelijke oplossing: door ook de kinderen van de niet Nederlands sprekende ouders tot de school toe te laten, maar ze moeten wel uit een bepaald milieu komen. “Eén van de ouders moet werkzaam zijn bij het gouvernement, politie of als inlands onderwijzer/ predikant” Kinderen van de Maleise Lagere School, die aan de gestelde eisen voldoen, worden gevraagd om de overstap te maken naar de Europese Lagere School. Natuurlijk willen ze dit al te graag. Binnen zeer korte tijd is de quorum ruim overschreden en de Rijkssubsidie is een feit.

Enkele jaren later
In de jaren daarna komen steeds meer en meer Nederlands sprekende gezinnen in Merauke wonen. De ELS breidt zich uit, het aantal leerlingen stijgt met rasse schreden… Zelfs zonder de kinderen van de niet Nederlands sprekende ouders wordt de quorum ruimschoots gepasseerd, met andere woorden de ELS heeft deze kinderen niet meer nodig om de quorum te halen. Dan, dan krijgen de ouders een brief van het schoolhoofd in het Maleis dat ze hun kinderen van de ELS moeten laten uitschrijven en dat ze terug moeten naar de Maleise school. En zo gebeurt het ook. Waaauw… dit bericht slaat als een donderslag bij heldere hemel, niet alleen bij deze ouders maar ook bij de Ambonese gemeenschap. (‘Ambonese” omdat in de koloniale periode worden mensen uit de Molukken, Ambonezen genoemd). Natuurlijk zijn ze teleurgesteld en boos, temeer omdat Ambonezen Nederland altijd een warm hart toedragen en trouw zijn aan de drie kleuren.

Protestbrief
Gelukkig, één van de Ambonese vaders, accepteert de situatie niet en schrijft een protestbrief aan de Inspecteur van Onderwijs en de Resident met een kanttekening, dat wanneer er geen actie wordt genomen, er een briefje naar de koningin zal worden gestuurd. Het antwoord daarop komt heel snel: “deze éénmansactie van het ELS-schoolhoofd moet worden teruggedraaid. De ‘weggestuurde’ kinderen mogen weer terugkomen” Tegen de schoolhoofd zelf is niets ondernomen! Echter het is te laat… de weggestuurde kinderen komen niet terug, ze houden de eer aan zichzelf.

61 001

Jacoba de Lima

Verdriet in huis Bij ons thuis komt de klap extra hard aan. Niet alleen omdat mijn 2 broers en zus de ELS moeten verlaten, maar ook een hele grote klap voor mijn moeder. Al haar leerlingen, die de overstap maakten moeten terug. Dat doet haar heel veel verdriet, omdat zij in die tijd schoolhoofd was van de Maleise school. Ik schrijf in die tijd omdat mijn moeder enkele maanden later door de Inspecteur van onderwijs “vriendelijk verzocht” wordt haar functie als schoolhoofd af te staan aan een Nederlandse leerkracht. In de koloniale tijd is het natuurlijk ondenkbaar, dat een Inlandse onderwijzeres schoolhoofd is op een school waarvan de helft van de leerkrachten uit Nederlanders bestaat. Thuis wordt er heel weinig hierover gesproken. Het verdriet en teleurstellingen worden nauwelijks gedeeld. Soms zie ik mijn vader en moeder met betraande ogen uit de slaapkamer komen. Dan weet ik dat ze samen in gebed zijn gegaan. Later, heel veel later vertelt mijn moeder dat ze in hun gebeden, elke keer weer, God om vergiffenis vragen voor hen die ze dit allemaal hebben aangedaan.

Naar Startpagina

Mijn herinnering uit de 2e WO

Dit is één van de verhalen van mijn schoonmoeder R.I.P. Leentje Supit-Matakupan.
Liefste moeder, grootmoeder, overgrootmoeder en een sterk mens.
Geboren op: 25 mei 1925 (Hatu) – Overleden: 8 november 2014 (Groningen)

Ma 88jrIk was 18 jaar toen mijn moeder stierf. Enkele maanden na haar begrafenis vroeg mijn broer mij om bij hun te komen wonen. Samen met mijn broer, zijn vrouw en 2 kinderen woonden we in Piru.
Piru is een plaatsje aan de Piru-baai in Zuidwestelijke kust van het eiland Seram op de Molukken. Mijn broer werkte bij de politie en daarom woonden we samen met nog vele politiebeambten en hun gezinnen in de politiekazerne.

Ik hielp mijn schoonzuster in de huishouding en verzorgde de kinderen. Kleren wassen deden we in de rivier, dan gingen de kinderen ook altijd mee. De oudste zoon aan de hand, zijn zusje op mijn rug en de was aan mijn andere hand zo liepen we naar de rivier. Terwijl de vrouwen kleren wasten speelden de kinderen in de rivier. De kinderen zijn erg gehecht aan mij.

Het was 1943, heel Nederlands Indië was verwikkeld geraakt in de 2e WO.
We wisten dat er toen oorlog was, de Jappen werden reeds gesignaleerd in West Seram. Vele dorpen aan de kust waren in handen van de kempeitai.

De politieambtenaren troffen toen maatregelen door voor hun gezinnen ‘rumah lari’ te bouwen.
(Rumah lari is een huisje in het bos, waar men naar toe kan vluchten, als het dorp aangevallen wordt).
Op één van de dagen hoorden we zwaar gerommel van vliegtuigen in de lucht. Japanse vliegtuigen scheerden boven de huizen en begonnen het dorp te bombarderen.
Paniek in de kazerne, snel pakten we wat we konden meenemen.
Sommige politiemannen vluchtten ook mee met hun gezinnen.
Om naar de ‘rumah lari’ te komen moesten we eerst de rivier oversteken, door over een grote gladde boomstam te lopen.
Toen we aan de overkant waren, hoorden we weer het gerommel. Heel snel wierpen we ons op de grond en maakten we ons zo klein mogelijk.
De Jappen lieten nu de bommen vallen in de richting van de rivier.
De bombardementen werden hoe langer hoe heftiger. Angstig rende iedereen naar de loopgraven die langs de rivier waren gegraven.
Toen na een half uurtje de vliegtuigen niet meer terug kwamen besloten we om onze weg naar de ‘rumah lari’ te vervolgen.

Kleren wassen

Kleren wassen in de rivier

Er werden echter te veel dingen meegenomen, waardoor we niet snel konden lopen.
“Willen we snel in de ‘rumah lari’ komen moeten we een deel van onze meegenomen ‘spullen’ kwijt”. In een loopgraaf konden we onze overbodige ballast achterlaten. Maar dan moest er iemand achter blijven om op de spullen te letten.
Ik werd aangewezen om te blijven. Ik vond het helemaal niet leuk maar durfde niet tegen te spreken. “We komen straks terug om je op te halen” werd mij beloofd. “Je moet in de loopgraaf schuilen en je verstoppen als je mensen hoort ”

De ingang van de loopgraaf werd van buiten afgedekt met oude ‘atap’ en losse sagobladeren, waarover heen dorre bladeren werden gestrooid. De avond viel… in de loopgraaf werd het hoe langer hoe donkerder en dan, dan de totale duisternis in het bos.
De enige geluiden die ik hoorde, waren de nachtgeluiden van het oerwoud.. Ik probeerde van alles en nog wat te fantaseren om mijn angst de baas te blijven.
Maar het hielp niet …. de angst nam steeds toe… “Ze zouden toch snel terug komen om mij op te halen ? en nu, nu is het al avond”

“Tot wie moet ik mijn toevlucht zoeken ? Vanwaar zal mijn hulp komen ? Mijn hulp is van de HERE, die de hemel en aarde gemaakt heeft.. tot Hem alleen moet ik mij wenden” luidde de tekst uit psalm 121, die ik op de catechisatie leerde.

Ik bad, ik bad het onze Vader …. steeds en steeds weer opnieuw… totdat ik in slaap viel’.

JungleDe nacht ging voorbij. Toen de eerste lichtstralen door de sagobladeren de loopgraaf binnendrongen, ging ik tussen de ‘spullen’ zoeken naar iets eetbaars.
Gelukkig ik vond in een kommetje koude papeda gewikkeld in ‘pisangblad’. Dat was het eten van Nicodemus de man die onze tuin onderhield.
Wat was ik heel erg blij en dankbaar, na anderhalve dag zonder eten smaakte koude papeda als een feestmaal.

Mensen die ooit papeda gegeten hebben, kunnen mij beamen, dat papeda nergens naar smaakt. De saus waarmee men de papeda eet bepaalt de smaak.
Met een ander kommetje, die ik ook daar vond, ving ik het regenwater op, dat door de sago bladeren de loopgraaf binnensijpelde

Op één van de dagen, toen het heel erg stil was, stak ik mijn hoofd door de sagobladeren boven de loopgraaf uit zag ik een matoaboom. Onder de boom lagen veel rijpe matoavruchten.
Matoavruchten zijn in vergelijking met papeda een lekkernij. Toen ik constateerde dat er niemand in de buurt was, kroop ik heel snel uit de loopgraaf, verzamelde zoveel mogelijk de vruchten en keerde even snel mijn ‘hol’ in.
Op deze manier hield ik zeven dagen vol in mijn schuilplaats.

Toen ik op de zevende dag mijn hoofd uit mijn schuilplaats stak, hoorde ik opeens: “Wie ben je, wat doe je daar ?” de stem kwam van achter het struikgewas vandaan. Ik schrok me wezenloos maar niet voor lang…want ik herkende de stem heel goed en begon te huilen.
Nadat ik hem alles vertelde wat er aan de hand was, bracht mijn redder mij naar de ‘rumah lari’.
Mijn redder was Albert Julianus Supit, die later mijn schoonvader werd.

Op de vraag waarom ze niet terugkwamen om mij op te halen, antwoordden ze dat ze bang waren voor de bombardementen en dat er overal in het bos Japanse militairen waren.

Naar Startpagina

Herinneringen opgeschilderd

Ma Leen schildert klDit is een tekening, die mijn schoonmoeder, ma Leentje maakte bij de dagopvang van haar verzorgingshuis Residentie Buitenzorg in Groningen.

Deze tekening lijkt op het eerste gezicht op ‘zo maar’ een tekening. Een tekening zoals één van de vele tekeningen. Echter, achter deze ene tekening schuilt een bijzonder verhaal. Herinneringen van ma Leentje, die je 70 jaar terugbrengen in de tijd.

De berg, die u op de achtergrond ziet is de Gunung (berg) Seke in de buurt van het dorpje Piru in Seram op de Molukken.  Links op de tekening zijn de huizen van het dorpje Piru, in het midden een meertje en helemaal rechts onder de palmbomen zijn gevogelten te zien. Ma Leentje geeft hiermee de plek aan, waar zij tijdens de 2e Wereld Oorlog voedsel zochten.

Ma Leentje woonde toen bij haar broer en schoonzuster in.
Haar herinneringen gaan terug naar het jaar 1943. Heel Nederlands Indië is verwikkeld geraakt in de 2e WO. De Japanners bezetten Piru en de omgeving, eten is nauwelijks te vinden.
Geld heeft géén waarde meer. Sieraden, kleding en luxe huishoudelijke artikelen worden geruild tegen etenswaar.

Verschillende ziekten openbaren zich in het dorp. Eén van de ziekten is de ‘apenpokken’. Deze ziekte veroorzaakt koorts, hoofdpijn, rugpijn, vergrote lymfknopen, keelpijn, hoesten, kortademigheid en huiduitslag: kleine builtjes over het hele lichaam zelfs in het oor en alle mogelijke plaatsjes. Het is vrijwel zeker vast te stellen dat muskieten verantwoordelijk zijn voor de besmetting.

“Mijn schoonzuster blijft voor deze ‘apenpokken’ niet bespaard. De enige Inlandse arts in het dorp weet er geen raad mee, omdat er nergens medicijnen te verkrijgen zijn.
Wat deze arts op dat moment kan bedenken is, dat de patiënt slechts beter kan worden, door honden- of kattenvlees te eten en zich te wassen met de bouillon ervan.
Mijn broer stuurt mij er op uit om honden of katten te kopen of ruilen tegen kleding. Het is geen gemakkelijke opgave daar er in de omgeving nauwelijks honden en katten zijn. Dat komt omdat de bezetters (Japanners), die deze dieren als lekkernij beschouwen, alle honden en katten voor zich zelf hebben geconfisceerd.

Ma 88jr

Ma Leentje (2013)

Ik zwerf door het bos, langs de huizen aan het meertje, maar nergens vind ik een hond of een kat. Natuurlijk vertel ik de mensen aan wie ik vraag, waarvoor ik een hond of een kat nodig heb. Helaas, niemand heeft een hond of een kat voor mij.

Bij het laatste adres stonden twee mannen met elkaar te praten. Als ik ze over mijn missie vertel, zegt één van hun: “onderweg hier naar toe, zag ik een magere hond vol met schurft onder de caladiumplanten liggen”.
“O die… dat was onze hond” zegt de andere en kijkt mij aan en mompelt: “we hadden hem weggejaagd, je mag hem hebben als je wilt. Ik zal hem voor je vangen en doden”. Ik knik ‘ja’.
Hij loopt het huis binnen en even later komt hij naar buiten gewapend met een parang (kapmes). Terwijl wij voor zijn huis staan te wachten, loopt hij naar de plek waar de hond was gezien. De hond ligt nog steeds onder de caladiumplanten. Hij stapt op de hond af, doodt het dier, ontdoet het van zijn vel, maakt het helemaal schoon, snijdt het in moten en zo kan ik met honden vlees naar huis gaan.
Het vlees wordt in een grote pot gekookt…. Daarna begint de behandeling. Mijn schoonzuster wordt elke dag gewassen met (verdunde) hondenbouillon en ze krijgt  elke keer stukjes vlees te eten…
Het duurt echter niet lang of er geen hondenvlees meer in de pot zit…

Ik word weer erop uitgestuurd. Nergens en nergens zie ik een hond of een kat. Ik weet niet meer wat ik moet doen, ga op de grond zitten en doe een schietgebedje: “Ya Tuhan tolonglah hambamu” (O God help uw dienaar).
Ik sta op en vervolg mijn zoektocht… opeens schiet een kat uit de struiken. Ik loop snel achteraan om te kijken waar de kat naar toe gaat. In één van de huizen gaat de kat naar binnen.
Ik klop op de deur, een vriendelijke man komt naar buiten. Ik vertel hem waarvoor ik een kat nodig heb en bied hem daarvoor een kostuum aan.

Deze vriendelijke man gaat ermee akkoord en is bereid mij hiermee te helpen…
Ik moet maar even gaan zitten. Na een tijdje komt hij terug met het kattenvlees.
Gelukkig, de behandeling kan voortgezet worden…  of de behandeling helpt? Dat blijkt uit de droge korstjes, die mijn schoonzuster elke ochtend in haar bed aantreft.
Na 2 weken is zij helemaal korstvrij en geneest daarna vrij spoedig van de apenpokken”
De medische wereld zal natuurlijk haar vraagtekens zetten over deze behandeling, maar in Piru (Seram) anno 1943, tijdens de 2e WO ……

Naar Startpagina

Mijn eerste Bijbel

Lees (eerst) ook: Muli … amatoo

De Kroonduif, waarmee we van Merauke naar Hollandia (nu Jayapura) vlogen, was al een tijdje in de lucht. Ik zat stilletjes uit het raam van het vliegtuig naar buiten te kijken terwijl ik eigenlijk niets zag….
Mijn gedachten waren achtergebleven in Merauke, in de vertrekhal van de airport Mopah.
De gezichten van mijn moeder, vader en andere wegbrengers zag ik  voor me.
Hoe mijn vader naar mij toe liep, naast me ging staan  en zijn arm om mij heen sloeg. Uit zijn zak haalde hij een boekje en gaf het aan mij en zei daarbij: “Lees veel hieruit…. hierin kan je antwoorden vinden op vragen die je maar kan bedenken, mocht je in wat voor problemen dan ook komt” te staan”.
Dat was alles wat hij tegen mij zei. Ondanks dat hij predikant was, was hij geen prater, vooral niet tegen zijn kinderen. Communicatie tussen ouders en kinderen zoals tegenwoordig is, was toen niet gebruikelijk.

Ik nam toen heel snel afscheid van de achterblijvers en liep direct naar het vliegtuig. Om mijn emotie te verbergen keek ik nauwelijks meer om.
Niemand mocht mijn verdriet zien. ‘
Het is immers stoer, je gaat het dorp uit… vliegen… de wijde wereld in om verder te leren…’ En toen… de trap op, de Kroonduif in…. naar… het onbekende nieuw leven, vol met geheimen en verwachtingen……..

Tijdens de vlucht haalde ik het boekje uit mijn tasje en keek er naar… Wauw het is een Bijbel… een Nederlandse Bijbel. Ik bladerde er in en vroeg me af “Waar heeft mijn vader een Nederlandse bijbel vandaan ?”

In Merauke was toen nog geen boekenwinkel. Later hoorde ik dat mijn vader naar de enige Nederlandse dominee in Merauke was gegaan en hem vroeg of hij een Nederlandse Bijbel kon kopen. Hij vertelde de dominee waarvoor hij de Bijbel nodig had…. Toen gaf de Nederlandse dominee hem zo maar deze Bijbel.

Mijn vader was één van de vele Molukse zendelingen, die door de Molukse Protestantse Kerk naar Ned. Nw-Guinea werd uitgezonden.


Het Cycloopgebergte omsluierd door witte wolken.

Twee en een half uur later, zette het vliegtuig de landing in.
In de verte zag ik de hellingen van het Cycloopgebergte, in het dal moest dan Sentani liggen.
Wat een adembenemend gezicht, de top van het gebergte omsluierd door witte wolken.
Ik had nooit eerder een berg gezien. Merauke is zo plat als een bord en moerassig.
Als ik van het vliegtuig naar de ontvangsthal liep zag ik al mensen naar me zwaaien. De familie, waar ik in de kost zou gaan stond al op me te wachten.
“Ik ben in een nieuwe wereld, onbekend en in mijn ogen is alles hier groot en mooi”.
De rit met de auto naar mijn nieuw adres in Hollandia Binnen (nu: Abe Pura) duurde maar liefst anderhalf uur.

Groeien naar volwassenheid
Drie jaren Hollandia, waren de jaren, waarin ik naar volwassenheid groeide. Dat gebeurde met vallen en opstaan.
Ondanks de vele leuke en minder leuke gebeurtenissen moest ik steeds mijn doel voor ogen houden. Ik deed nauwelijks mee aan het sociale leven. Sporten was en is mijn passie. Voor volleyballen met het schoolteam Rapido 2 bleef ik altijd over en ’’s avonds badmintonnen met de buren, was ik altijd van de partij.
Naar het strand gaan, filmpje pakken, hangen in de stad of fuiven “es ‘kommt nicht im Frage’”.
Ik was immers hier naar toe gekomen om naar school te gaan.

Ook tegenslagen horen bij het groeien naar volwassenheid. Tegenslagen moest ik snel verwerken en opnieuw beginnen.
Zo, bijvoorbeeld: ‘door onenigheid tussen mijn zus en mijn kostgezin, vond ik op een dag toen ik van school thuis kwam, mijn koffertje op de veranda. Mij werd gezegd dat ik in het huis niet meer welkom was’.
Gelukkig was er een andere familie (uit Merauke), die bereid was mij tijdelijk in huis te nemen.

In zulke momenten denk ik aan de woorden van mijn vader, toen hij mij het bijbeltje gaf: “”Lees veel hieruit…. hierin kan je antwoorden vinden op vragen die je maar kan bedenken, mocht je in wat voor problemen dan ook komt” te staan””.
Ik bleef volharden in het lezen uit deze Nederlandse bijbel.
Ik begreep er niet veel van en het was en is zo moeilijk….. Antwoorden op mijn vragen vond of zag ik niet.
Ik volgde catechisatie in de hoop meer en meer achter Gods geheimen te komen.
Gelukkig gaf het lezen uit de bijbel mij ‘rust’ en daardoor ook de moed om door te gaan….


Achter de lichtbruine deur en raam is mijn kamertje in een vrijgezellenhuis (foto: 52 jaren later)

God luistert altijd…
Een paar maanden later kreeg ik een kamertje in een vrijgezellenwoning in Sentani.
Het kamertje was eigenlijk een keuken van 2 x 2,5 m met een ingebouwde keukenkast.
Er kon net een bed en een stoeltje staan. Op de springveren van mijn bed legde ik mijn mat uit en bovenop een dekentje, waarop ik daardoor ‘zachter’ lag dan op de vloer. Voor mijn eten hoefde ik gelukkig niet zelf te zorgen.
Ik ging bij een familie eten, waarvoor ik maandelijks kostgeld betaalde.

Achteraf besef ik pas dat God altijd naar mijn gebeden luistert en mij geeft wat ik nodig heb. Alleen, toen zag ik het niet en of begreep ik er niet veel van.
Gods liefde is altijd aanwezig…: de hulp en liefde, die ik van anderen kreeg, was niets anders dan antwoorden op mijn ‘noodkreet’….
“Puji Tuhan” (Loof de Heere).

Naar Startpagina

Muli amatoo….

In 2012 is het 50 jaar geleden, dat grote groepen nieuwkomers in Nederland afscheid moesten nemen van hun geliefde Nederlands Nieuw-Guinea. Afscheid nemen valt niet mee. Dat geldt ook voor mij toen ik Ned. Nw-Guinea in 1962 voor Nederland verruilde. Nog moeilijker was het toen ik mijn geliefde Muli verliet om in Hollandia (nu: Jayapura) naar school te gaan.  Lees ook: Papua Molukkers 45 jaar in Nederland
(* amatoo is een Ambonees woord voor o.a. vaarwel en tot ziens of het gaat je goed)

Ik woonde toen in Muli (5 km van Merauke), een plaatsje in het Zuidelijke provincie van de voormalige Nederlands Nieuw-Guinea en zat toen in Merauke op school.
3 Lagere Scholen was Merauke toen rijk, helaas was er geen vervolgscholen voor hen die de LS met goed gevolg hadden doorlopen.
In 1958 startte de Rooms Katholieke-Missie een experiment RK-MULO. (Meer Uitgebreid Lager Onderwijs).
De leerlingen werden geselecteerd uit de kinderen van de Openbare LS A (Europese LS), Openbare LS B(Maleise LS) en Rooms Katholieke LS.
Ik behoorde tot de geselecteerden, die op deze experiment MULO mochten.
Helaas na één jaar kregen we te horen dat de school géén subsidie en toestemming kreeg om door te gaan.
Einde illusie… einde droom om verder je kennis uit te breiden…

Trots …. met mijn fiets

Gelukkig kon ik mijn opleiding vervolgen op de MULO in Hollandia, de hoofdstad van Ned. Nw-Guinea.
Na de ‘grote’ vakantie zou ik naar Hollandia gaan., waar ik bij een TNS-familie in Hollandia Binnen (nu Abe Pura) in de kost zou gaan..

Afscheid ?
Naarmate het einde van de vakantie nadert krijg ik een onrustig en lusteloos gevoel.
Ik moet mijn ouders, huis en mijn vertrouwde dingen achter me laten.
De laatste dagen ben ik meestal buitenshuis te vinden. Het lijkt er wel op, dat ik al bezig ben dingen om me heen in mijn geheugen op te nemen, alsof ik bang ben om ze te vergeten.
Het afscheid nemen is begonnen.
Afscheid van de omgeving waarin ik bijna elke boom en elk struik ken. Van de schuilplaatsen van hagedissen, wanneer ik met mijn pijl en boog op ze jaag. Ik besef nu dat ik dit alles zal gaan missen.
Ik maak me zorgen om mijn witte muizen…, paarden, …honden en …kippen. Alles spookt door mijn hoofd.
Regelmatig zit ik in de manggaboom (mijn lievelingsplaats) voor me uit te staren….

Voorbereiding
De voorbereiding op mijn vertrek wordt getroffen. De ticket heeft mijn moeder al gekocht.
Samen met haar gaan we naar oom Jaco Wenno, de enige kleermaker in Merauke, om nieuwe kleren te laten aanmeten.
3 korte broeken, 1 pantalon en overhemden bestelt ze bij oom Jaco.
Een koffertje en een paar schoenen kopen bij de toko. Ik onderga dit alles als een schaap die naar de slachtbank wordt geleid..

mw de Somer – mw Jaquard en tanta Njora

Flashback
Het gaat nu echt gebeuren, ik, net 14 jaar nooit van huis weggeweest, ga nu de grote onbekende stad (-wereld) in.
Ik denk terug aan de dagelijkse dingen, die zo vers in mijn geheugen zijn.
Elke dag 5 km naar school lopen en terug, soms, heel soms krijgen we een lift van één van de zandwagens, die de enige gebruikers zijn van de verharde zandweg van Merauke naar Mopah.
Gebeurtenissen op school, thuis, altijd bezig met dieren in en om het huis, in de (moes-)tuin werken of liever gezegd spelen….
’’s Zondags naar de kerk, fluiten in een fluitorkestje, dat tijdens de dienst het zingen van psalmen en gezangen begeleidt, het ging niet altijd even zuiver, …wonder boven wonder… heeft er nooit iemand over geklaagd.
Hoe langer ik erover denk, hoe moeilijker het voor mij wordt om alles hier achter te laten. Echter er is geen weg terug…

Het vertrek
Het vertrekhalletje is nagenoeg vol. Achteraf blijkt dat de meerderheid van de aanwezigen uit wegbrengers bestaat. Er zijn veel kennissen uit Merauke gekomen om mij uit te zwaaien. Dat doet me heel goed.
Als het sein om in te stappen wordt gegeven, komt mijn vader naast me staan en legt zijn arm om mij heen. Uit zijn zak haalt hij met zijn andere hand een bijbeltje en geeft het aan mij en zegt daarbij: “Lees veel hieruit, hierin staan antwoorden op vragen die je maar kan bedenken, als je in wat voor problemen dan ook komt””. Snel neem ik afscheid  en loop zonder om te kijken het vliegtuig in.

Omdat het niet zo druk is in het vliegtuig en mag ik zelf een plaatsje uitzoeken.
Ik ga bij het raam zitten en kijk naar de achterblijvers, die nu buiten het gebouw staan en naar ons met hun zakdoeken zwaaien…. Het vliegtuig taxiet naar het begin van de startbaan, de snelheid wordt opgevoerd en na enkele minuten zijn we in de lucht…. Het is alsof ik in een roes verkeer.
In de verte zie ik de toppen van de klapperbomen, die door de wind heen en weer bewegen alsof ook zij ons vaarwel zwaaien.
Langzaam laten we de dorpen Mopah …Spadem en Muli achter ons …. Muli amatoo…..

Kom naar de Merauke reunie op zaterdag 2 juni 2012

Naar Startpagina

Koninginnedag in Sentani ook Nw-Guinea

Sentani is een plaatsje in de buurt van Hollandia, voormalige Ned. Nieuw-Guinea.
Dit stuk staat als reactie op Koninginnedag in Merauke
Herinnering van Joop Souhoka (Otjep)

Uit: Een noken vol herinneringen

Koninginnedag wat een beleving.
Het begon eigenlijk al een paar dagen van te voren. Kraampjes van atap. Palen ingevet en aan de top spiegeltjes-kammetjes en wij op de openbare lagere school hard instuderen ons volkslied.
Op school wisten wij al van te voren dat wij toch zouden verliezen van de inlandse school.
Wij zongen altijd tweestemmig. Zij vierstemmig desondanks toch altijd je best blijven doen.
Lampionen zelf maken voor de optocht. Weer verliezen van de tegenpartij zij maakten van bamboe ware kunststukken.

En dan de koninginnedag.
Het Wilhelmus zingen voor opa Thenu (HPB-er). Hij strak in het pak staande naast Politie commissaris Krijger.
Oma Thenu in Moluks klederdracht.
Wat een beleving. De politie marcheerde voor de notabelen onder leiding van oom Rahakbauw. ‘s Avonds Oranjebal.
De gebroeders Reinenberg de luchthavenmeester en de piloot van Aero Carto in hun tenues.

De jaarlijkse Oranje voetbal wedstrijden. POMS tegen de Zeemacht.
Wat een voetballers waren de verstekelingen.
Oom Tjoh Lopulalang – Oom Gustaaf Sahertian. De gebroeders Ferdinandus.
En niet vergeten Oom Simon Latupeirissa (deta-jongen) in het doel.
Een complete happening. “Anpal jongens” werd van de zijkant geroepen om onze jongens aan te moedigen.
Mijn vader, altijd de rustheid zelve, stond te coachen aan de lijn.

En weet u, wat prachtig is de markt op Koninginnedag. Een complete gaarkeuken met de lekkerste hapjes en wij als kinderen overal bij langs want de kraampjes werden altijd bemand door onze eigen ooms en tantes dus af en toe kreeg je wel wat lekkers.
Wat een prachtige tijd als kind dit mee te mogen maken.

Naar Startpagina

Een bijzondere verjaardag

Uit: Een noken vol herinneringen

Dit Noken-verhaal, speelt zich af, tijdens onze 3-daagse jungle-trekking ten Noord-Oosten van de stad Chiang Mai (Thailand). Chiang Mai of Chiengmai, is de hoofdstad van de provincie Chiang Mai. De plaats Chiang Mai ligt zo’n 700 km ten noorden van Bangkok tussen de hoogste bergen van het land. De trekking was van 3 tot en met 5 maart 2003.

Na drie uren lopen, met vol bepakte rugzak, camera tas komen wij eindelijk aan, in het Karendorp waar wij zullen overnachten. De Karen is een bergvolk dat in onder andere Thailand, Birma (Myanmar) en Laos woont. Vanmorgen vroeg, de dag voor mijn verjaardag in 2003, werden wij in ons hotel in Chiang Mai door onze gids Joe opgehaald.

In het boekingskantoor krijgen wij te horen hoe groot de groep is die mee gaat met de trekking. 3 dagen en twee nachten in het Samueng gebied.  Samen met ons vieren (Mieke, Fred, Ineke en ik) gaan ook mee een Oostenrijks paar, drie Duitsers en een Amerikaan.

Klikken om de route te bekijken

Onderweg naar de plaats van waar onze tocht zal beginnen, doen wij eerst onze boodschappen op de plaatselijke markt. Groenten, meloenen, vlees enz… worden ingekocht.
Vanaf de plaats, waar de bus niet verder kan, moeten wij naar ons overnachtingsdorp lopen.
De twee gidsen en één extra sjouwer annex kok, dragen onze proviand mee in hun rugzakken.

Karendorp Khun Toh
De blaffende honden en nieuwsgierige kinderen verwelkomen ons in het karendorp Khun Toh.
Het is een dorpje met nog geen tien huizen. De meeste huizen zijn op palen gebouwd.
De dakbedekking is van palmbladeren (Ind. atap) gemaakt, de muur van platgemaakte bamboe’s (Ind. pelupuh). Ik voel mij hier gelijk thuis, omdat dit bergdorp mij  doet denken aan mijn geboortedorp Ahiolo  op Seram Indonesia.

Khun Toh ligt in de tropen, en in de hitte is het onder de huizen op palen, een plek voor verademing. Niet alléén voor mensen maar ook een favoriete plaats voor de huisdieren. Huisdieren zijn hier, honden, kippen, eenden, poezen, varkens enz..
Onbegrijpelijk dat deze dieren met en naast elkaar kunnen leven, wij, mensen moeten maar hier een voorbeeld van nemen.
Omdat hier vaker trekkers komen, heeft men in het dorp waterleiding aangelegd.
Op strategische punten plaatst men kranen.

…een kijkje in de keuken…

Zodra wij in het dorp zijn, ongeveer om 17.00 uur, helpen de gidsen de kok,  annex sjouwer  met wokken, om ons te voorzien van lekkere Thaise maaltijd. Zoals in de tropen altijd gebruikelijk is, is het om klokslag zes gelijk donker. In het licht van de olielampen en kampvuur  gebruiken wij ons diner in het duizend sterren restaurant.

Vermoeid van een zware tocht en verzadigd van lekker  eten, vallen wij heel snel in slaap. Wij slapen met z’n allen in één grote kamer. Op de houten vloer zijn matrassen gelegd en overheen hangen de klamboes, om ons te beschermen tegen de muggen en ons een beetje privacy te gunnen.

Heel vroeg in de ochtend schrik ik wakker omdat ik naar toilet moet. Pak mijn zaklantaarn trek in het donker mijn schoenen aan en sluip langzaam naar beneden het huis uit.
In de kamer  ernaast zie ik licht branden en hoor ik zacht gepraat.
Het toilet staat ongeveer vijftien meter van het huis vandaan. Het geroezemoes in de kamer ernaast is nog steeds hetzelfde  als ik weer op mijn matras lig en verder in slaap val.

De hanen kraaien…. de varkens onder het huis snurken…. de honden blaffen…. een teken dat de dag aanbreekt. Iedereen slaapt nog, ik sta op en ga naar buiten.
Het is vandaag 4 maart 2003 ‘mijn verjaardag’.
Ik loop naar de rand van het dorp. Vanaf hier begint het tropisch regenwoud.
Ik draai me om en neem het dorp in me op. “Ja, zo zou het geweest moeten zijn, in Ahiolo toen ik geboren werd. Vredige rust terwijl er oorlog plaatsvond in Europa en in Azië. De 2e wereldoorlog was volop aan de gang. Ahiolo was geïsoleerd van de rest van de wereld. Het was maar goed ook. Wie weet wat er met ons was gebeurd als de Japanners toen daar waren”


Anna’s geboortehuis (voor) daarachter onze gemeenschappelijke slaapvertrek

Het is een meisje
Uit ons verblijf, zie ik onze reisgenoten één voor één naar buiten komen. Langzaam wandel ik weer terug, het dorp in. Als ik dichterbij kom, merk ik dat iederéén rondom Joe zijn gaan staan. “Wat zal er aan de hand zijn? Is er iets ernstigs gebeurd?” vraag ik mij af.

“Vanmorgen vroeg , is in de kamer naast die van jullie een meisje geboren” zegt Joe onze gids. “Het gaat heel goed met moeder en dochter”.
Iedereen begint in de handen te klappen en  door elkaar heen te praten. Ze spreken hun bewondering uit, omdat niemand het in de gaten heeft dat in de kamer ernaast een bevalling plaatsvond, hier midden in de oerwoud, zonder medische hulp….
En… juist, op mijn verjaardag, in een vergelijkbare dorp als Ahiolo is een meisje geboren en ik mag dat allemaal meemaken.
De reisgenoten komen mij ook feliciteren en wij vragen Joe om onze gelukwensen over te brengen aan de ouders. Joe gaat de kraamkamer binnen en vijf minuten later komt hij naar buiten met een brede smile op zijn gezicht.

Namens de ouders bedankt hij ons voor de felicitatie en vertelt dat het meisje Anna zal heten. Zij wordt naar mij vernoemd (als verjaardagskado) en zo zullen de ouders haar officieel laten registreren.
Nog nooit is iemand naar mij vernoemd, op mijn verjaardag hier in een Karendorp Khun Toh in Thailand ….. waauw  wat een eer! wat een verjaardagskado !


ons ‘kamp’ Waterfall 2

Naar kamp Waterfall 2
Na het ontbijt trekken wij verder. De Amerikaan Mike, gaat met ons 4-en en Joe mee.
Wij hebben nog één overnachting in de jungle. De anderen gaan via de olifantenschool terug naar Chiang Mai.
Naar ons volgende overnachtingsplaats is het ongeveer zes uren lopen. De tocht is door de hitte en de niet te onderschatten stijgingspercentage van de weg ‘aardig’ zwaar. Halverwege de route hebben de dames hun rugzakken aan Joe en mij overgedragen.
Een koddig gezicht: één rugzak voor, één achter op de rug.

Ons kamp ligt aan de rivier, met een waterval (op de kaart Waterfall 2). De huizen zijn  gebouwd volgens de Karen bouwstijl (dezelfde als in Khun Toh) beschut onder het bamboebos.
De rivier voorziet ons van drinkwater en is de plaats waar we kunnen afwassen, baden en toiletteren.

Thaise Verjaardagsceremonie
‘s- Avonds na het eten, als wij om het kampvuur zitten, komt Joe ons roepen.
Twee meter verder, op een tafel staat een bord met gekookte rijst, een gekookte kip, glas water en een bos gekleurde touwen.
Joe zei: “Mister Annis, omdat u vandaag jarig bent, wil ik u op een traditionele Thaise manier feliciteren”

Hij begint in het Thais gebeden op te zeggen, zoals ik ooit in de film “The King and I” door de monniken had zien doen.
Joe heeft vanaf zijn negende jaar immers in het klooster gewoond. Zijn ouders waren arm en op deze manier kon hij in het klooster naar school gaan en later de universiteit volgen.

Zijn gebed duurt wel minstens vijf minuten. Daarna pakt hij een handvol gekookte rijst en geeft het aan mij met het verzoek om het op te eten. Zo ook met de gekookte kip.
Als laatste geeft hij mij het glas water om te drinken.
Dan pakt hij drie gekleurde touwtjes en bindt ze prevelend om mijn linker pols.
Als hij ermee klaar is vraagt hij iedereen om ieder drie gekleurde touwtjes om mijn pols vast te maken en een wens uit te spreken. Te beginnen met Ineke dan de rest van het gezelschap.
Dit is een ceremonie, die hier bij het Karenvolk wordt gedaan als één van hun kinderen thuis komt na lange tijd afwezig te zijn.

Een onbeschrijfelijk gevoel gaat door mij heen. Een heel warm gevoel, gevoel dat ik opgenomen wordt bij het Karenvolk. Vanmorgen, werd een  meisje naar mij vernoemd en nu, zo’n verjaardagsceremonie wat een bijzondere verjaardag

Naar Startpagina