Wat is thuis ?

“Moeilijk om alles achter te laten? Helemaal niet!”

Herdachten we vorig jaar dat de grote groep van voornamelijk KNIL-militairen 65 jaar geleden in Nederland aankwam, dit jaar is het 55 jaar geleden dat er ca. 1600 Molukkers uit Nieuw-Guinea als evacué in Nederland werden opgevangen. Dat was na de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië in het najaar van 1962. De groep bestond o.a. uit gouvernementsambtenaren en RMS-sympathisanten. Annis Lekransy was vooral nieuwsgierig naar Nederland: “Ik vond het spannend. Ik was echt benieuwd hoe het zou zijn, hoe de mensen zouden zijn en hoe het land zou zijn. Dat overtrof alles.”

Interview met Annis Lekransy (1944), Capelle aan de IJssel

Lees het hele interview

Door Anneke Savert

Dit interview hoort bij de reeks ‘Wat is thuis’ en is afgenomen door beeldend kunstenaar en fotograaf Anneke Savert. In deze serie vertellen eerste en tweede generatie Molukkers hoe zij het leven in Nederland hebben opgepakt en hier ondanks alles een nieuw thuis hebben gecreëerd.

Naar Startpagina

 

Herinneringen achter deze foto’s

Ouder worden betekent ook dat je meer kijkt in het verleden, meer en meer interesse heb in ervaringen en herinneringen uit het verleden. Ervaringen delen geven mij veel plezier en krijg ik daardoor ook nieuwe contacten en dat geeft nieuwe energie. Maar bovenal helpt het mij om te blijven wie ik ben. Daarom bekijk ik regelmatig mijn oude foto’s, dan borrelen de herinneringen die bij de foto’s horen omhoog. Dat gebeurt ook bij het bekijken van deze bijzondere foto’s. Deze foto’s dateren uit de jaren 1949 en 1950. Ze komen uit de ‘oude familie-doos. Ze werden gemaakt op de Europese Lagere School in Merauke (voormalige Ned. Nw-Guinea, nu Papua). U ziet Nederlandse, Indisch-Nederlandse en Inlandse kinderen en hun ouders zo harmonieus bij elkaar, dat is heel bijzonder. Een ‘multiculti’ school in de koloniale tijd was natuurlijk ondenkbaar (Ned. Nw- Guinea behoorde toen tot de Nederlandse kolonie). Toch, toch was het mogelijk … zie hier het bewijs.
(Op de foto klikken om te vergroten)

49 6 49 5 50 1

Andere koers
Na de onafhankelijkheid van Republiek Indonesia in 1949, heeft Nederland een andere politieke koers genomen met betrekking tot Ned. Nw-Guinea, mede doordat Indonesië aanspraak maakt op dit land. Nederland wil er voor zorgen dat de Papua’s ‘klaargestoomd’ worden voor een eigen zelfstandige staat. Nederland vindt dit een ‘goede’ oplossing om de vele, vele Nederlanders, Indisch-Nederlanders en hun gezinnen, die uit Indonesië weg moeten naar Ned. Nw-Guinea te halen zodat ze het land ook kunnen helpen opbouwen. Bovendien wordt Nederland hiermee ontlast van de stroom Indische repatrianten.

Lagere scholen in Merauke
Voor 1949 zijn in Merauke slechts 2 lagere scholen, namelijk de Openbare – en Rooms Katholieke lagere school. Op beide scholen is Maleis de voertaal. Echter door de komst van vele Nederlands sprekenden en hun gezinnen rijst de behoefte aan een Nederlandse Lagere school ( ELS – Europese Lagere School). Slechts kinderen waarvan de ouders thuis Nederlands spreken worden op deze school toegelaten. Zo krijgt Merauke haar 3e lagere school, de ELS…. Maar dan, dan komt het meest belangrijke probleem om de hoek kijken: “hoe moet je de dure Nederlandse onderwijzers betalen ?”   De school krijgt namelijk geen Rijkssubsidie, geen rijkssubsidie omdat er te weinig leerlingen zijn om de quorum te halen.

49 2 49 1

De koppen worden bij elkaar gestoken…. Het schoolbestuur ziet een mogelijke oplossing: door ook de kinderen van de niet Nederlands sprekende ouders tot de school toe te laten, maar ze moeten wel uit een bepaald milieu komen. “Eén van de ouders moet werkzaam zijn bij het gouvernement, politie of als inlands onderwijzer/ predikant” Kinderen van de Maleise Lagere School, die aan de gestelde eisen voldoen, worden gevraagd om de overstap te maken naar de Europese Lagere School. Natuurlijk willen ze dit al te graag. Binnen zeer korte tijd is de quorum ruim overschreden en de Rijkssubsidie is een feit.

Enkele jaren later
In de jaren daarna komen steeds meer en meer Nederlands sprekende gezinnen in Merauke wonen. De ELS breidt zich uit, het aantal leerlingen stijgt met rasse schreden… Zelfs zonder de kinderen van de niet Nederlands sprekende ouders wordt de quorum ruimschoots gepasseerd, met andere woorden de ELS heeft deze kinderen niet meer nodig om de quorum te halen. Dan, dan krijgen de ouders een brief van het schoolhoofd in het Maleis dat ze hun kinderen van de ELS moeten laten uitschrijven en dat ze terug moeten naar de Maleise school. En zo gebeurt het ook. Waaauw… dit bericht slaat als een donderslag bij heldere hemel, niet alleen bij deze ouders maar ook bij de Ambonese gemeenschap. (‘Ambonese” omdat in de koloniale periode worden mensen uit de Molukken, Ambonezen genoemd). Natuurlijk zijn ze teleurgesteld en boos, temeer omdat Ambonezen Nederland altijd een warm hart toedragen en trouw zijn aan de drie kleuren.

Protestbrief
Gelukkig, één van de Ambonese vaders, accepteert de situatie niet en schrijft een protestbrief aan de Inspecteur van Onderwijs en de Resident met een kanttekening, dat wanneer er geen actie wordt genomen, er een briefje naar de koningin zal worden gestuurd. Het antwoord daarop komt heel snel: “deze éénmansactie van het ELS-schoolhoofd moet worden teruggedraaid. De ‘weggestuurde’ kinderen mogen weer terugkomen” Tegen de schoolhoofd zelf is niets ondernomen! Echter het is te laat… de weggestuurde kinderen komen niet terug, ze houden de eer aan zichzelf.

61 001

Jacoba de Lima

Verdriet in huis Bij ons thuis komt de klap extra hard aan. Niet alleen omdat mijn 2 broers en zus de ELS moeten verlaten, maar ook een hele grote klap voor mijn moeder. Al haar leerlingen, die de overstap maakten moeten terug. Dat doet haar heel veel verdriet, omdat zij in die tijd schoolhoofd was van de Maleise school. Ik schrijf in die tijd omdat mijn moeder enkele maanden later door de Inspecteur van onderwijs “vriendelijk verzocht” wordt haar functie als schoolhoofd af te staan aan een Nederlandse leerkracht. In de koloniale tijd is het natuurlijk ondenkbaar, dat een Inlandse onderwijzeres schoolhoofd is op een school waarvan de helft van de leerkrachten uit Nederlanders bestaat. Thuis wordt er heel weinig hierover gesproken. Het verdriet en teleurstellingen worden nauwelijks gedeeld. Soms zie ik mijn vader en moeder met betraande ogen uit de slaapkamer komen. Dan weet ik dat ze samen in gebed zijn gegaan. Later, heel veel later vertelt mijn moeder dat ze in hun gebeden, elke keer weer, God om vergiffenis vragen voor hen die ze dit allemaal hebben aangedaan.

Naar Startpagina

Mijn herinnering uit de 2e WO

Dit is één van de verhalen van mijn schoonmoeder R.I.P. Leentje Supit-Matakupan.
Liefste moeder, grootmoeder, overgrootmoeder en een sterk mens.
Geboren op: 25 mei 1925 (Hatu) – Overleden: 8 november 2014 (Groningen)

Ma 88jrIk was 18 jaar toen mijn moeder stierf. Enkele maanden na haar begrafenis vroeg mijn broer mij om bij hun te komen wonen. Samen met mijn broer, zijn vrouw en 2 kinderen woonden we in Piru.
Piru is een plaatsje aan de Piru-baai in Zuidwestelijke kust van het eiland Seram op de Molukken. Mijn broer werkte bij de politie en daarom woonden we samen met nog vele politiebeambten en hun gezinnen in de politiekazerne.

Ik hielp mijn schoonzuster in de huishouding en verzorgde de kinderen. Kleren wassen deden we in de rivier, dan gingen de kinderen ook altijd mee. De oudste zoon aan de hand, zijn zusje op mijn rug en de was aan mijn andere hand zo liepen we naar de rivier. Terwijl de vrouwen kleren wasten speelden de kinderen in de rivier. De kinderen zijn erg gehecht aan mij.

Het was 1943, heel Nederlands Indië was verwikkeld geraakt in de 2e WO.
We wisten dat er toen oorlog was, de Jappen werden reeds gesignaleerd in West Seram. Vele dorpen aan de kust waren in handen van de kempeitai.

De politieambtenaren troffen toen maatregelen door voor hun gezinnen ‘rumah lari’ te bouwen.
(Rumah lari is een huisje in het bos, waar men naar toe kan vluchten, als het dorp aangevallen wordt).
Op één van de dagen hoorden we zwaar gerommel van vliegtuigen in de lucht. Japanse vliegtuigen scheerden boven de huizen en begonnen het dorp te bombarderen.
Paniek in de kazerne, snel pakten we wat we konden meenemen.
Sommige politiemannen vluchtten ook mee met hun gezinnen.
Om naar de ‘rumah lari’ te komen moesten we eerst de rivier oversteken, door over een grote gladde boomstam te lopen.
Toen we aan de overkant waren, hoorden we weer het gerommel. Heel snel wierpen we ons op de grond en maakten we ons zo klein mogelijk.
De Jappen lieten nu de bommen vallen in de richting van de rivier.
De bombardementen werden hoe langer hoe heftiger. Angstig rende iedereen naar de loopgraven die langs de rivier waren gegraven.
Toen na een half uurtje de vliegtuigen niet meer terug kwamen besloten we om onze weg naar de ‘rumah lari’ te vervolgen.

Kleren wassen

Kleren wassen in de rivier

Er werden echter te veel dingen meegenomen, waardoor we niet snel konden lopen.
“Willen we snel in de ‘rumah lari’ komen moeten we een deel van onze meegenomen ‘spullen’ kwijt”. In een loopgraaf konden we onze overbodige ballast achterlaten. Maar dan moest er iemand achter blijven om op de spullen te letten.
Ik werd aangewezen om te blijven. Ik vond het helemaal niet leuk maar durfde niet tegen te spreken. “We komen straks terug om je op te halen” werd mij beloofd. “Je moet in de loopgraaf schuilen en je verstoppen als je mensen hoort ”

De ingang van de loopgraaf werd van buiten afgedekt met oude ‘atap’ en losse sagobladeren, waarover heen dorre bladeren werden gestrooid. De avond viel… in de loopgraaf werd het hoe langer hoe donkerder en dan, dan de totale duisternis in het bos.
De enige geluiden die ik hoorde, waren de nachtgeluiden van het oerwoud.. Ik probeerde van alles en nog wat te fantaseren om mijn angst de baas te blijven.
Maar het hielp niet …. de angst nam steeds toe… “Ze zouden toch snel terug komen om mij op te halen ? en nu, nu is het al avond”

“Tot wie moet ik mijn toevlucht zoeken ? Vanwaar zal mijn hulp komen ? Mijn hulp is van de HERE, die de hemel en aarde gemaakt heeft.. tot Hem alleen moet ik mij wenden” luidde de tekst uit psalm 121, die ik op de catechisatie leerde.

Ik bad, ik bad het onze Vader …. steeds en steeds weer opnieuw… totdat ik in slaap viel’.

JungleDe nacht ging voorbij. Toen de eerste lichtstralen door de sagobladeren de loopgraaf binnendrongen, ging ik tussen de ‘spullen’ zoeken naar iets eetbaars.
Gelukkig ik vond in een kommetje koude papeda gewikkeld in ‘pisangblad’. Dat was het eten van Nicodemus de man die onze tuin onderhield.
Wat was ik heel erg blij en dankbaar, na anderhalve dag zonder eten smaakte koude papeda als een feestmaal.

Mensen die ooit papeda gegeten hebben, kunnen mij beamen, dat papeda nergens naar smaakt. De saus waarmee men de papeda eet bepaalt de smaak.
Met een ander kommetje, die ik ook daar vond, ving ik het regenwater op, dat door de sago bladeren de loopgraaf binnensijpelde

Op één van de dagen, toen het heel erg stil was, stak ik mijn hoofd door de sagobladeren boven de loopgraaf uit zag ik een matoaboom. Onder de boom lagen veel rijpe matoavruchten.
Matoavruchten zijn in vergelijking met papeda een lekkernij. Toen ik constateerde dat er niemand in de buurt was, kroop ik heel snel uit de loopgraaf, verzamelde zoveel mogelijk de vruchten en keerde even snel mijn ‘hol’ in.
Op deze manier hield ik zeven dagen vol in mijn schuilplaats.

Toen ik op de zevende dag mijn hoofd uit mijn schuilplaats stak, hoorde ik opeens: “Wie ben je, wat doe je daar ?” de stem kwam van achter het struikgewas vandaan. Ik schrok me wezenloos maar niet voor lang…want ik herkende de stem heel goed en begon te huilen.
Nadat ik hem alles vertelde wat er aan de hand was, bracht mijn redder mij naar de ‘rumah lari’.
Mijn redder was Albert Julianus Supit, die later mijn schoonvader werd.

Op de vraag waarom ze niet terugkwamen om mij op te halen, antwoordden ze dat ze bang waren voor de bombardementen en dat er overal in het bos Japanse militairen waren.

Naar Startpagina

Herinneringen opgeschilderd

Ma Leen schildert klDit is een tekening, die mijn schoonmoeder, ma Leentje maakte bij de dagopvang van haar verzorgingshuis Residentie Buitenzorg in Groningen.

Deze tekening lijkt op het eerste gezicht op ‘zo maar’ een tekening. Een tekening zoals één van de vele tekeningen. Echter, achter deze ene tekening schuilt een bijzonder verhaal. Herinneringen van ma Leentje, die je 70 jaar terugbrengen in de tijd.

De berg, die u op de achtergrond ziet is de Gunung (berg) Seke in de buurt van het dorpje Piru in Seram op de Molukken.  Links op de tekening zijn de huizen van het dorpje Piru, in het midden een meertje en helemaal rechts onder de palmbomen zijn gevogelten te zien. Ma Leentje geeft hiermee de plek aan, waar zij tijdens de 2e Wereld Oorlog voedsel zochten.

Ma Leentje woonde toen bij haar broer en schoonzuster in.
Haar herinneringen gaan terug naar het jaar 1943. Heel Nederlands Indië is verwikkeld geraakt in de 2e WO. De Japanners bezetten Piru en de omgeving, eten is nauwelijks te vinden.
Geld heeft géén waarde meer. Sieraden, kleding en luxe huishoudelijke artikelen worden geruild tegen etenswaar.

Verschillende ziekten openbaren zich in het dorp. Eén van de ziekten is de ‘apenpokken’. Deze ziekte veroorzaakt koorts, hoofdpijn, rugpijn, vergrote lymfknopen, keelpijn, hoesten, kortademigheid en huiduitslag: kleine builtjes over het hele lichaam zelfs in het oor en alle mogelijke plaatsjes. Het is vrijwel zeker vast te stellen dat muskieten verantwoordelijk zijn voor de besmetting.

“Mijn schoonzuster blijft voor deze ‘apenpokken’ niet bespaard. De enige Inlandse arts in het dorp weet er geen raad mee, omdat er nergens medicijnen te verkrijgen zijn.
Wat deze arts op dat moment kan bedenken is, dat de patiënt slechts beter kan worden, door honden- of kattenvlees te eten en zich te wassen met de bouillon ervan.
Mijn broer stuurt mij er op uit om honden of katten te kopen of ruilen tegen kleding. Het is geen gemakkelijke opgave daar er in de omgeving nauwelijks honden en katten zijn. Dat komt omdat de bezetters (Japanners), die deze dieren als lekkernij beschouwen, alle honden en katten voor zich zelf hebben geconfisceerd.

Ma 88jr

Ma Leentje (2013)

Ik zwerf door het bos, langs de huizen aan het meertje, maar nergens vind ik een hond of een kat. Natuurlijk vertel ik de mensen aan wie ik vraag, waarvoor ik een hond of een kat nodig heb. Helaas, niemand heeft een hond of een kat voor mij.

Bij het laatste adres stonden twee mannen met elkaar te praten. Als ik ze over mijn missie vertel, zegt één van hun: “onderweg hier naar toe, zag ik een magere hond vol met schurft onder de caladiumplanten liggen”.
“O die… dat was onze hond” zegt de andere en kijkt mij aan en mompelt: “we hadden hem weggejaagd, je mag hem hebben als je wilt. Ik zal hem voor je vangen en doden”. Ik knik ‘ja’.
Hij loopt het huis binnen en even later komt hij naar buiten gewapend met een parang (kapmes). Terwijl wij voor zijn huis staan te wachten, loopt hij naar de plek waar de hond was gezien. De hond ligt nog steeds onder de caladiumplanten. Hij stapt op de hond af, doodt het dier, ontdoet het van zijn vel, maakt het helemaal schoon, snijdt het in moten en zo kan ik met honden vlees naar huis gaan.
Het vlees wordt in een grote pot gekookt…. Daarna begint de behandeling. Mijn schoonzuster wordt elke dag gewassen met (verdunde) hondenbouillon en ze krijgt  elke keer stukjes vlees te eten…
Het duurt echter niet lang of er geen hondenvlees meer in de pot zit…

Ik word weer erop uitgestuurd. Nergens en nergens zie ik een hond of een kat. Ik weet niet meer wat ik moet doen, ga op de grond zitten en doe een schietgebedje: “Ya Tuhan tolonglah hambamu” (O God help uw dienaar).
Ik sta op en vervolg mijn zoektocht… opeens schiet een kat uit de struiken. Ik loop snel achteraan om te kijken waar de kat naar toe gaat. In één van de huizen gaat de kat naar binnen.
Ik klop op de deur, een vriendelijke man komt naar buiten. Ik vertel hem waarvoor ik een kat nodig heb en bied hem daarvoor een kostuum aan.

Deze vriendelijke man gaat ermee akkoord en is bereid mij hiermee te helpen…
Ik moet maar even gaan zitten. Na een tijdje komt hij terug met het kattenvlees.
Gelukkig, de behandeling kan voortgezet worden…  of de behandeling helpt? Dat blijkt uit de droge korstjes, die mijn schoonzuster elke ochtend in haar bed aantreft.
Na 2 weken is zij helemaal korstvrij en geneest daarna vrij spoedig van de apenpokken”
De medische wereld zal natuurlijk haar vraagtekens zetten over deze behandeling, maar in Piru (Seram) anno 1943, tijdens de 2e WO ……

Naar Startpagina

Negri Waai jang beta tjinta

Op vrijdag 23 november 2012 houdt Joop Supit een korte presentatie van zijn bezoek op Ambon en Waai.
Het geheel zal muzikaal worden opgeluisterd door Joop en band, zijn familiekoor Pudji Tuhan, leerlingen van school, ouders, oud-leerlingen en muzikale collegae.
Tevens geeft Joop een presentatie van zijn mini CD, opgenomen met collega muziektherapeut/ cellodocente Ilsje Merk….. klik op de flyer om de info’s te lezen.

Plaats: Dom Helder Camaraschool
Onnemaheerd 2 te Groningen
Aaanvang: 20.00 uur
Zaal open:  19.30 uur

Beluister Negri Waai jang beta tjinta

Naar Startpagina

In memoriam Papa Bantji Lekransy

Met een gevoel van grote dankbaarheid dat wij hem zo lang bij ons mochten houden, delen wij mee dat heel rustig en vredig van ons is heengegaan, mijn onvergetelijke en lieve echtgenoot, onze vader, opa en overgrootvader.
 
Dengan suatu perasaan syukur dan terimakasih karena ia boleh berada sebegitu lama disamping kami, kini telah berpulang ke rahmatullah dengan sangat tenang dan damai, yang tak terlupa: suami, bapa, tete dan oyang kami tersayang.
 

Frans Thoranus Lekransy
– Bantji –

 
Geboren op: 2 februari 1926 te Bumei Pulau Nila (Maluku)  
Overleden: 2 januari 2010 te Hilversum
 
Ch. Lekransy -Lo’ko
Kinderen, kleinkinderen
en achterkleinkinderen
 
God de Here is het licht in mijn leven.
Hij beschermt mij altijd.
Hij schenkt vergeving en herstelt ons in ere.
Mensen die volkomen naar Zijn wil leven,
worden rijk door Hem gezegend.
Psalm 84:12
 
De troostdienst zal plaatsvinden op donderdag 7 januari om 20.00 uur in de Ned. Hervormde Sypekerk, Nieuw Loosdrechtsedijk 171 te Loosdrecht.
 
De uitvaartdienst wordt gehouden op vrijdag 8 januari om 11.00 uur in de Ned. Hervormde Sypekerk, Nieuw Loosdrechtsedijk 171 te Loosdrecht. Aansluitend vindt omstreeks 14.30 uur de teraardebestelling plaats op de Algemene Begraafplaats aan de Rading te Loosdrecht.
 
Naar Startpagina

Oma Tien en opa Bantji Lekranty 60 jaar getrouwd (1)

Door: Ephraïm Patty

Wat weten vier kleinkinderen over hun grootouders en in hoeverre klopt hun beeld?

Loosdrecht, 18 december 2007

60_jaar_klWat hen het eerste te binnen schiet als ze aan oma Tien en opa Bantji Lekranty denken, die vandaag precies zestig jaar getrouwd zijn? Het lekkere eten, zegt de twintigjarige Daud. Het huis aan de Lindelaan in Loosdrecht, roept de zestienjarige Nila. Gino, zeventien jaar, ziet meteen opa voor zich en ook Ryu van tweeëntwintig jaar moet aan zijn opa denken.
“Dan denk ik vooral aan het kort lontje van hem”, zegt hij lachend. Als we vroeger naar zijn idee te druk waren, schreeuwde hij heel hard “Heeeey!”. En het hielp ook, ineens was het dan muisstil haha..

De vier hebben zich tijdens de trouwdag van hun grootouders even afgezonderd van de rest van hun familie om te praten over hun zorgzame oma en hun opa die erg van de rust en de orde is. Iets wat hij mee heeft gekregen vanuit de marine, vertellen ze, waar hun opa van jongs af aan tot aan zijn pensioen bij werkzaam was.

Molukkers in de marine

Opa Bantji Lekranty behoort tot de Molukkers die naar Nederland kwamen vanuit de Koninklijke Marine. Deze groep Molukkers kon, anders dan de KNIL-soldaten, gewoon in dienst blijven toen ze in Nederland kwamen en begonnen hun verblijf in Nederland heel anders dan de ontslagen KNIL-soldaten. Er was in Nederlands-Indië namelijk geen aparte koloniale marine, zoals er wel een aparte koloniale landmacht was (het KNIL). De bemanning van de Nederlandse vloot in Nederlands-Indië was dus onderdeel van de Koninklijke Marine.

Toen Indonesië onafhankelijk werd verklaard, werd die Nederlandse vloot niet opgeheven, maar slechts teruggetrokken. Aan ‘inheemse schepelingen’, waaronder Molukkers, werd geadviseerd om of over te gaan naar de Indonesische marine, of te demobiliseren. Maar anders dan bij KNIL-militairen was deze keuze niet dwingend. Molukse marinemensen konden dus gewoon in Nederlandse militaire dienst blijven. Zij die daarvoor kozen werden met hun gezinnen overgeplaatst naar Nederland, de Nederlandse Antillen of naar Nederlands Nieuw-Guinea.

Met de boottransporten van 1951 kwamen 67 marine-Molukkers en circa 300 gezinsleden naar Nederland. Nog 32 anderen kwamen op andere wijze hierheen. In Nederland werden ze eerst opgevangen in voormalige werkkampen en marinepensions in Medemblik, Klundert, Arnhem en Doorn. Later werden ze normaal gehuisvest in de omgeving van marinekampen: in Den Helder, Amsterdam en Loosdrecht. De meeste marine-Molukkers zijn tot aan hun pensioen in dienst gebleven, zo ook opa Bantji.

Bron: Nationaal Archief

Meer informatie over Molukkers in de Koninklijke Marine is te vinden in het boek
“De laatste inlandse schepelingen. Molukkers in dienst van de Koninklijke Marine 1915-1965”, geschreven door Herman Keppy en verschenen in 1994

Nila, Gino, Ryu en Daud ingesprek met Ephraïm Patty

Volgens Nila kwamen haar oma en opa elkaar tegen in Makassar. “Vanuit het plaatsje Lolai Siapi vluchtte oma daar samen met haar broer naartoe. En opa was weer gestationeerd bij de marinebasis van Makassar.” Volgens haar kwam haar opa regelmatig langs bij de buren van oma Tien, waar ze elkaar al snel opmerkten.
Oma was toen zestien en opa een jaar of twintig. Toen oma zeventien werd zijn ze meteen getrouwd, op die leeftijd mocht toen je namelijk trouwen.”

Veel weten ze niet over de eerste jaren van oma en opa in Nederland. “Ze vertellen niet zoveel over vroeger”, zegt Nila. “Ik weet nog wel dat oma het toen ontzettend koud had, dat had ze ooit eens gezegd.”
Oma en opa kwamen in 1951 aan in Nederland, samen met hun oudste dochter Lineke. Oma was toen in verwachting van oom Eddy. Volgens Nila wilden haar grootouders het liefst in Den Helder wonen.
“Maar daar was geen plek meer, dacht ik. Toen zijn ze in Loosdrecht terechtgekomen.”

Het jubilerende echtpaar

De kleinkinderen hebben veel meegekregen van hun Molukse achtergrond. “Maar niet direct via oma en opa; vooral via onze eigen ouders, ooms en tantes”, vertelt Ryu. “Oma en opa hebben veel doorgegeven aan hun kinderen en die brengen dat weer over naar ons.
Wat zijn dan bepaalde zaken die ze mee hebben gekregen?
Daud: “Bijvoorbeeld dingen als onze geschiedenis, waar komt onze familie vandaan. Muziek en dans speelt ook een grote rol in de familie Lekranty en dat is ook iets waarmee ze zijn opgegroeid, vertelt Gino. Dat is ook niet verwonderlijk.

Zo begonnen oom Eddy, de vader van Ryu en Daud, en Gino’s moeder Julya eind jaren zeventig het succesvolle funkbandje Cheyenne, zijn oom Pierre en oom Victor ervaren musici en is Gino’s moeder inmiddels een gevestigde zangeres, vooral bekend als Julya Lo’Ko, waarbij ze haar moeders achternaam (Loko) gebruikt.
 

“lang zullen ze leven !”

“Oma praat trouwens wel veel met me over papa”, zegt Ryu. Zo vertelde ze hem dat oom Eddy al vrij snel volwassen werd, doordat opa vaak weg was met de marine.

“Hij was dan de man des huize en probeerde ook een voorbeeld te zijn voor zijn broertjes en zusjes.” Het was dan ook een enorme klap voor de familie toen hij op 38-jarige leeftijd om het leven kwam bij een vliegtuigongeluk. Volgens de vier moet dat ook zeker één van de moeilijkste momenten zijn geweest in de zestig jaar dat oma en opa getrouwd zijn, samen met het overlijden van een tweeling tijdens hun geboorte.

Ze vinden het niet moeilijk om aan te geven wat oma en opa het mooiste vinden aan hun huwelijk. “Hun kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen en dan vooral de saamhorigheid onderling”, vertelt Daud. Nila beaamt dat. “Oma zegt ook altijd dat haar gezin haar allergrootste rijkdom is.”

Naar Startpagina