Flags of our fathers

US Marine Corps Memorial (Slag om Iwo Jima – Japan) in Arlington

23 Februari 1945, Tweede Wereld oorlog. Ook al ligt de overwinning in Europa binnen handbereik, in de Stille Zuidzee woedt de oorlog ongenadig verder.
Een doorslaggevende maar bijzonder bloedig veldslag is de strijd om het eiland Iwo Jima, die in de wereld geschiedenis schrijft: vijf mariniers en een hospitaalsoldaat van de Marine planten de Amerikaanse vlag op Mount Suribachi. Een AP-fotograaf vereeuwigde het moment.
Deze befaamde foto groeit uit tot een symbool van overwinning voor een natie die oorlogsmoe is. Zonder dat ze het weten, worden de zes soldaten thuis uitgeroepen tot volkshelden.
De slag van Iwo Jima, een omslagpunt van de Tweede Wereldoorlog.

De film: Flags of our fathers, weergeeft de levensverhalen van deze zes ‘helden’.
Omdat de Japanse overheid geen opnames toestond op Iwo Jima. werd de film gedeeltelijk opgenomen op IJsland, de enige andere plek met zwarte zandstranden.
Iwo Jima ligt  ruim 1000 km ten zuiden van Tokio. Het eiland is slechts 8 km lang en heeft een oppervlakte van minder dan 13 vierkante kilometer.
De slag on dit vulkanisch eiland, dat tot de Bonin eilanden behoort, heeft zowel aan de Japanse als de Amerikaanse zijde, duizenden slachtoffers gekost.

Regie: Clint Eastwood en Steven Spielberg
Met: Michael Ahl, Joey Allen, Allison Appleby, Grace Baine, Patrick Dolloghan, James E. Ash, Jon Kellam, Adri Sigurðsson.

Naar Startpagina

Airborne Wandeltocht 2006

Airborne Wandeltocht is een herdenkingstocht in het kader van de Slag om Arnhem
in september 1944. Een eerbetoon aan de ruim 1700 Engelse en Poolse militairen die in de Slag om Arnhem het leven lieten en begraven liggen op de Airborne Begraafplaats te Oosterbeek. Een wandeltocht, die ons meeneemt en in onze gedachten laat meebeleven, wat hier in deze omgeving in September 1944 gebeurde.

Slag om Arnhem
De Slag om Arnhem, was de veldslag die van 17 tot 25 september 1944 in en rond Arnhem plaatsvond, als onderdeel van Operatie Market Garden
“Op zondag 17 september 1944 werden we vanuit Engeland overgevlogen en landden we per parachute of zweefvliegtuig tamelijk ver van Arnhem bij het dorpje Wolfheze.
De Duitsers waren volkomen verrast en bijna slaagden we er in veldmaarschalk Model, de commandant van alle Duitse strijdkrachten in deze streken, gevangen te nemen” aldus het relaas van een Airborne veteraan.

Met deze luchtlandingsoperatie wilde de Britse generaal Bernard Montgomery bij Arnhem of de schipbrug, of de spoorbrug, of de verkeersbrug over de Rijn laten veroveren.
Gelijktijdig zou een grondoffensief het Britse 2e Leger, met in de voorhoede eenheden van het 30e Legerkorps, via eveneens door luchtlandingsoperaties veroverde bruggen bij Son, Grave en Nijmegen tot in Arnhem brengen.

Market Garden
De luchtlandingsoperaties kregen de codenaam Market, het offensief van de grondtroepen de codenaam Garden.
Het plan van Market Garden was, in korte tijd door oostelijk Nederland door te stoten tot het IJsselmeer.
Hiermee zouden twee doelen bereikt worden. Ten eerste zouden de Duitse troepen in Nederland afgesneden worden. Na hun capitulatie zou de voor de aanvoer essentiële haven van Antwerpen voor de Geallieerden bereikbaar zijn. (Op dat moment was de noordelijke oever van de Westerschelde nog in Duitse handen, en verliep de gehele aanvoer van materieel en voorraden via havens in Frankrijk.) Ten tweede zou het Ruhrgebied binnengevallen kunnen worden vanuit het noorden, waarmee de Siegfriedlinie omzeild zou kunnen worden. Tevens zou de route naar Berlijn open liggen.

De Politie Sport Vereniging Renkum weet een mooie wandelparcours uit te zetten door de bosrijke omgeving van Renkum en Wolfheze, waar de slag om Arnhem werd geleverd.

Duiker
Wij wandelen op de duiker onder de spoorlijn September 1944.
(Duiker is een doorlaat onder een weg, voor het afvoeren of inlaten van water.)
Dit is de grootste duiker in de spoorlijn Utrecht-Arnhem op dit trace, oorspronkelijk bedoeld voor afvoer van hemelwater. De bewoners uit de omgeving schuilden hier in September 1944 voor het oorlogsgeweld.
Op 19 september werd deze ‘tunnel’ gebruikt door de Britse en Poolse troepen.
Via deze verbinding met het terrein ten zuiden van de spoorlijn bereikten zij met voertuigen (jeeps) en kanonnen hun kameraden in de Wolfhezer- en Bilderbergbossen.

Aan deze 60e editie van het grootste ééndaagse wandelevenement ter wereld nemen 31.109 wandelaars aan deel.
Een geslaagde jubileumviering. Het weer speelt hierbij een doorslaggevende factor.
Bij de start van het officiële defilé zorgt de showband Jubal uit Dordrecht voor een spetterend optreden.

De 61e editie van de Airborne Wandeltocht wordt gehouden op: zaterdag 1 september 2007

Foto’s © Ahiolo
Airborne Wandeltocht 2006

Naar Startpagina

Molukse historie aan den IJssel

Op de buitendijk bij het voormalige Molukse ‘woonoord IJsseloord’ staat vanaf vrijdag 7 april 2006 een nieuw informatiebord. In twee talen staat daarop de geschiedenis van de Molukse gemeenschap in Capelle aan den IJssel. In aanwezigheid van burgemeester Van Doorne wordt het bord onthuld door vier generaties Molukse inwoners. Behalve de geschiedenis van de Molukkers in Capelle is op het bord ook de plattegrond van het voormalige kamp te zien.

Informatie over de komst van Molukkers in Capelle aan den IJssel
In 1951 werden circa 3.500 Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen op militair bevel (dus op last van de Nederlandse regering) vanuit Indonesië overgebracht naar Nederland. Begin 1958 kwam een gedeelte van deze groep naar Capelle aan den IJssel, voornamelijk vanwege de werkgelegenheid in en rond de stad Rotterdam.

De Molukse gezinnen vestigen zich in een door Rijksgebouwendienst gebouwd barakkenkamp. Dit kreeg de naam ‘Woonoord IJsseloord’.
Het woonoord bestond uit een kerkgebouw, buurthuis, badhuis, school, een polikliniek en kantoren voor de Kampraad en de Kampbeheerder.

Enkele jaren na hun komst naar Capelle aan den IJssel begon de Nederlandse regering de mogelijkheden te onderzoeken om de bewoners van Woonoord IJsseloord over te brengen naar ‘gewone stenen’ huizen. Na oplevering van 228 woningen in 1972 verhuisde een groot gedeelte van de Molukse gezinnen naar de Molukse wijk in Oostgaarde.

Molukkers hebben een sterk gemeenschapsgevoel en het is daarom niet verwonderlijk dat ze in groepsverband wensen te wonen. Het leven in groepsverband wordt gezien als een waarborg voor het behoud en beleving van de Molukse cultuur en identiteit.

Keterangan tentang kedatangan orang2 Maluku di Capelle aan den IJssel
Awal tahun 1958 sedjumlah keluarga Maluku datang ke Capelle aan den IJssel. Mereka mendiami satu kamp barak jang dibangunkan oleh Jawatan Gedung2 Negara, jang dinamakan ‘Woonoord IJsseloord’. Keluarga2 ini ada sebagian dari kelompok jang terdiri dari 3.500 militer KNIL dan keluarga mereka. Jang atas perinah dinas militer, berarti perintah Pemerintah Belanda. diangkut pada tahun 1951 dari Indonesia ke Negeri Belanda.

Di Kamp IJsseloord ada sebuah rumah geredja, sebuah gedung pertemuan, sebuah kamar mandi, sebuah sekolah dan sebuah balai pengobatan dan kantor2 untuk Dewan Kamp dan Pengawas kamp.
Salah satu dari sebab jang paling penting dari kedatangan orang2 Maluku ke Capelle aan den IJssel dalai kesempatan kerdja di kota Rotterdam dan sekitarnja.

Beberapa tahun sesudah kedatangan mereka ke Capelle aan den IJssel Pemerintah Belanda mulai menjelidiki kemungkinan2 untuk memindahkan penduduk kamp IJsseloord ke rumah2 batu biasa.
Sesudah pembangunan 228 rumah selesai pada tahum 1972 sebagian besar dari keluarga Maluku pinda ke lingkungan di Wijk Oostgaarde.

Naar Startpagina

Australie en de Molukken in WO II

Unknown Allies, Australie en de Molukken in WO II
(bron: Moluks Historisch Museum – Utrecht)

In het kader van de activiteiten rondom de 400-jarige contacten tussen Nederland en Australie is van 22 april tot en met 10 september 2006 de tentoonstelling Unknown Allies te zien.

Het expositie-adres:
Moluks Historisch Museum
Kruisstraat 313, Utrecht

De voorbereidingen voor de tentoonstelling zijn in volle gang.In de tentoonstelling zullen de verhalen verteld worden van de Australische Gull Force die meevocht in de verdediging van Ambon tegen de Japanse invasie.
Ook zijn de verhalen te zien van Molukkers die de oorlog in Australie hebben doorgebracht.Voor de tentoonstelling werkt het museum ondermeer samen met het Australian War Memorial in Canberra, het museum Bronbeek in Arnhem, het Nationaal Archief en de Kanselarij der Nederlandse Orden in Den Haag. Er zullen een aantal unieke objecten uit deze bijzondere periode in de tentoonstelling worden getoond.

LEES OOK: TNS eilanden, in de 2e WO

Naar Startpagina

Geschiedenis van Nila-TNS eilanden 1

Link met het onderwerp: “mijn vader komt uit Nila”

Op mijn zoektocht door het Internetland naar de geschiedenis van het eiland Nila, kom ik soms bijzondere dingen tegen.
Dat Nila een veelvoorkomende meisjesnaam is, ook veel poezen luisteren naar deze naam.
In “hindi” betekent Nila blauw-donkerblauw, symboliseert krishna en het oneindige. Zelfs een Egyptische prinses draagt deze naam: Prinses Nila.

Merlion is het nationale symbool van Singapore

Een legende uit de Sejarah Melayu (Geschiedenis van Maleisië) vertelt over een Sumatraanse prins, Sang Nila Utama genaamd, die, lang geleden op weg was naar een eiland met prachtige, witte zandstranden (toch, eiland Nila ?).
Hij kwam echter met zijn schip in een storm terecht en verloor alles.
Toen hij later op een strand aanspoelde kwam hij oog in oog met een gevaarlijk uitziend beest dat hij voor een leeuw aanzag.. Toen de prins ontdekte dat dit nieuwe eiland een goede plaats was om zich te vestigen, noemde hij het SINGA PURA, ofwel Singapore, ter ere van het majestueuse beest dat hij het eerst had gezien!

Nila is ook een Indonesische naam van een vis (waarschijnlijk naar ons mooi eiland genoemd). Het is een soort tilapla of tilapia (latijnse naam:Oreochromis niloticus).
Tilapia komt oorspronkelijk uit tropisch Afrika en het Midden Oosten.
Veel Indische Nederlanders kennen de tilapia uit de koloniale tijd. Belgen kennen de vis uit de tijd dat Kongo bij België hoorde. De vis wordt dan ook op bescheiden schaal in België en Nederland gekweekt. Het overgrote deel van het aanbod komt nog wel rechtstreeks uit Afrika. Tilapia is een vis die zowel in zoet, zout als brak water kan leven en veel weg heeft van de baars.

Ikan Nila (tilapia)

Voor de BBQ liefhebber hier een recept: Ikan Nila bakar (BBQ)
1 stuk ikan nila, schoongemaakt
1.5 teentjes knoflook
1.5 centimeter kunyit (kurkuma, specerij met een gele kleur)
0.5 theelepel. Ketumbar (korianderzaad)
1 theelepel. Tamarindepulp
1 eetlepel. Olie en zout

Bereiding
– Wrijf voor de marinade de schoongemaakte en fijngesneden knoflookteentjes en de kunyit met de ketumbar en de tamarindepulp in een cobek fijn
– Voeg olie en zout naar smaak toe
– Marineer de vis met de marinade en laat deze ongeveer 15 minuten intrekken
– Rooster de gemarineerde vis op houtskool of op een barbecue gaar.
Eet smakelijk ….. Selamat makan…….

Mijn nachtelijke surftocht, werd gelukkig beloond: ik kwam een site tegen van onze eigen TNS’ers.
Letra Natu. Stichting Letra Natu werd in 1982 door de Seruanezen opgericht, die als doel hebben om de primaire behoeftes van de Seruanezen in Waipia te voorzien. Meer over deze stichting en hun activiteiten kunt u lezen in genoemde site Letra Natoe.
Met de volledige toestemming van de sitebeheerder Wim Pormes, mag ik deze gegevens in Ahiolo.weblog gebruiken. De foto’s van het eiland Nila, ontving ik van Max Liptiay. Max, Wim hartelijk dank hiervoor.

Geschiedenis van Nila (TNS-eilanden) 1

Nila behoort tot de TNS (Teun Nila Serua)-eilanden. Het zijn drie kleine eilanden in de Zuid-West Molukken. In de hele wereld wonen er nog géén 6000 TNS-ers. Deze kleine bevolkingsgroep is noch bekend in de literatuur, noch in vele geschriften over de Molukken.?In Nederland vormen zij een kleine Molukse minderheid en worden zij binnen de Molukse literatuur zowel op cultureel als in andere zin nauwelijks genoemd. Ze “schijnen” binnen de Molukse gemeenschap niet te bestaan.

TNS-ers in Nederland - Foto © Ahiolo

De Seruanezen in Nederland zijn herkenbaar aan de familienamen: Resley, Wonmaly, Pormes, Kunu, Tutkey, Luturkey, Pelmelay, Talaksoru, Rittiauw, Jasso, Workala en Kilay. Bekende seruanezen in Nederland: Zangeressen Justine Pelmelay, Simone Pormes, actrice Terence Schreurs (moeder Wonmaly) en politicus Sam Pormes.

De Nilanezen in Nederland dragen de volgende namen : Marantika, Letwory, Tanate, Sarioa, Korlefura, Serpara, Lekransy, Leunura, Liptiay en Tuakora. Bekende Nilanezen in Nederland: Zangeressen Julia Lo’ko (Lekransy), Maria Lekransy en Cabaretier Daan Tanate.

De Teoneze families in Nederland zijn : Kurmasela en Nuniary.

Op de meeste landkaarten worden de TNS-eilanden slechts aangeduid middels 3 kleine stippen. Zij behoren tot de categorie van “kleine bewoonde eilandjes” van Indonesië.
Nila is het grootste eiland met een grondoppervlakte van 8,5 km2, gevolgd door Serua met zo’n 4,5 km2, Teon is de kleinste van de drie met slechts 3,5 km2 grondoppervlak.

De TNS eilanden liggen in de Bandazee en worden gerekend tot de “zuidelijken” of wel “terselatangroep”.De TNS-eilanden zijn gelegen in het Zuidwesten van de Molukken. Het dichtsbijzijnde eiland in het Noorden is het eiland Banda, in het Oosten de Kei-eilanden, in het Zuidoosten liggen de Tanimbar-eilanden en in het Zuiden liggen de Babar-eilanden. De afstand vanuit Ambonstad bedraagt omstreeks 400 km. De onderlinge afstand tussen Teon, Nila en Serua bedraagt tussen de 60 en 100 km.

De eilanden zijn ontstaan door erupties onder de oceaanbodem, gevolgd door vulkanische uitbarstingen. De eilanden worden dan ook gekenmerkt door een bergachtig vulkanisch reliëf. De drie vulkaaneilanden behoren tot de strato-type.

Het eiland Nila - Foto © Imanuel Leunura

In Indonesië komen nog zo’n 300 vulkanen voor. Hiervan zijn nog ruim 60 werkzaam. De TNS-eilanden behoren tot de oostelijke tak van het nog altijd aktieve vulkanisch- en tektonisch plooiingsgebied. Deze aktieve plooiingszone strekt zich uit van Sumatra via Java, de kleine Sunda-eilanden en de Banda zee tot in de Molukken. De aardkorst van deze aktieve zone toont nog altijd een grote instabiliteit.

De vroegst geregistreerde uitbarstingen waren die op Serua, in de jaren 1687, 1693, 1844 en het laatst in 1921. Op Teon maakte de bevolking in 1904 de laatste uitbarsting mee en op Nila werden deze tenslotte in 1932, 1968 en het laatst in 1976 geregistreerd. Bij de laatste twee ging het slechts om kleine uitbarstingen en lichte aardschokken.

De baai van Nila - Foto © Imanuel Leunura

Vanaf de zeebodem gerekend is de vulkaan op Teon 3.775 m. hoog, op Nila 3.780 m. en op Serua 3.641 m.?Ten oosten van de TNS-eilanden strekt het Weber-diep zich langs Nila en Serua naar het Noorden uit, als de diepste zeetrog in de Banda zee nl. 7.500 m. diep.?Vanaf de zeespiegel gerekend is de vulkaantop op Teon 775 m., op Nila 780 m. en Serua 640 m.

 Het klimaat op de TNS-eilanden wordt gekenmerkt als een tropisch moessonklimaat. De regenperiode op de drie eilanden gaat in april van start en strekt zich uit tot oktober. Daarna vangt de droge periode aan en deze duurt tot april. De natte en droge perioden staan sterk onder invloed van luchtdrukverschillen. Tijdens de natte periode heeft men te maken met de oostelijke en zuidoostelijke winden uit Australie. Terwijl de westelijke – en noordwestelijke winden vanuit het Aziatische vasteland een relatieve droogte periode veroorzaken. ?De draaiing van de windrichting van west naar oost vindt plaats omstreeks de maandwisseling maart-april, het begin van de natte moesson.

Terwijl de draaiing van de windrichting van oost naar west omstreeks de maandwisseling september-oktober, het begin van de droge moesson brengt.?Het gemiddelde aantal regendagen per jaar is op de TNS-eilanden ongeveer 150 dagen. De gemiddelde hoeveelheid regenval per jaar is ongeveer 230 mm. De maand mei kent het maximale aantal regendagen, nl. 19.5 dagen, met een gemiddelde jaarlijkse hoeveelheid regenwater van 422.5 mm. Terwijl de maand augustus het minimale aantal regendagen heeft nl. 6,5 dagen met een gemiddelde jaarlijkse hoeveelheid regenwater van 33,5 mm.

De fauna en florawereld is divers. Binnen de fauna vindt men o.a. kusu-kusu (buideldier), paradijsvogel, de kasuarivogel etc. In de omringende Banda zee treft men een grote keur aan van vissoorten, schelpdieren, koraaldiertjes etc. De eilanden vallen op vanuit de kustlijn vanwege haar zeetuinen.

Naar Geschiedenis van Nila-TNS eilanden 2
Naar Startpagina

Geschiedenis van Nila-TNS eilanden 2

Link met het onderwerp: “mijn vader komt uit Nila”

Kenmerken van de TNS-samenleving.
De eerste kontakten met de Europeanen dateren uit de jaren veertig in de 17e eeuw.
Over het eiland Serua schrijft Riedel (1186:467):”Dit eiland werd in 1646 het eerst door de Nederlanders bezocht. In het jaar 1661 stelde de bevolking zich met geweld tegen de extirpatie der noteboomen, die op dit eiland overvloedig voorkwamen, onder bedreiging van alles te zullen vermoorden.
Doch kort daarna werd zulks door een geschenk gevonden, zoodat alle specerijbomen als toen uitgeroeid werden. Na dien tijd werd dit eiland weinig meer bezocht om reden er geen aanlegplaats aanwezig is en de bevolking geheel aan haar lot overgelaten”.

Over de geschiedenis van de TNS-bewoners is weinig bekend. Aangenomen wordt dat de eerste migranten rond 1500, vanuit de omringende eilanden Dai en Roma zich hier gingen vestigen. De tweede migratiegolf dateert uit 1620. Deze bewoners waren afkomstig uit Lonthor (Banda) en Luang. In 1894 deed het christendom haar intrede. Deze kerstening werd in 1908 beëindigd.

Roosteren van vlees en vis boven het vuur

Het administratief bestuur.
Tijdens de koloniale periode viel de TNS onder verantwoordelijkheid van het apparaat te Banda. Dit werd ook aangehouden tot na de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesia. Sinds de Orde Baru in 1965, werd zij een kecamatan (provinciaal onderdistrict), ressorterend onder het district Maluku Tenggah. De Kecamatan TNS bestaat uit 3 eilanden en 16 dorpen. * Op Teon zijn 5 dorpen (Yafila, Mesa, Layeni, Lisu en Watludang). * Op Nila zijn 7 dorpen (Sifloru, Rumdai, Bumei, Kakroman, Amet, Kuralele, Usliapan). * Serua beschikt over de dorpen Lesluru, Jerili, Trana en Waru.

Binnen de dorpen zijn de families ingedeeld in mutu’s. Een Mutu kan meer dan 1 Matah Rumah bevatten. Mutu verwijst naar een gemeenschappelijke voorvader. Onderling mogen zij niet met elkaar in het huwelijk treden. Bijvoorbeeld op Serua zijn de 24 Mata Rumah’s verdeeld over 13 Mutu’s. Het traditionele dorpsbestuur is ten tijde van kolonialisme afgeschaft en men heeft analoog aan het Ambonse systeem een nieuwe structuur ingevoerd, welke tot op heden in uiterlijke vorm gehandhaafd is.

Dit systeem houdt in dat er een al dan niet gekozen dorpshoofd wordt aangesteld, bijgestaan door een “saniri”. Deze saniri bestaat uit de Soahoofden.
Voorts is er een marinho (volksboodschapper). In de loop der tijd zijn zowel het Ambonse alswel het eigen systeem op elkaar afgestemd. Elke Mutu draagt in principe een kandidaat voor. In de regel wordt de kandidaat van de Ongka-Mutu (dorpshoofd) gekozen. De Mutu hebben de plaats van de Soa overgenomen. In de praktijk wordt aan de Patura (raad van Mutu-oudsten) een hogere status toegekend.

Het vlees / vis worden hier ingepakt in pisang (bananen) blad en tussen hete stenen gaar gestoofd

Enkele demografische aspekten van bv. de bewoners van Serua. Volgens het in 1976 gehouden sociaal-economisch onderzoek van het provinciaal bestuur op Serua heeft dit eiland een bevolkingsaantal van 1136 mensen.
De bevolkingsdichtheid is hiermee 267 per km2.
Hierbij zijn niet de 450 Seruanezen meerekend, die in de jaren zestig zijn verhuisd naar het dorp Letwaru op het eiland Ceram.

Tussen 1971 en 1976 is de bevolking toegenomen met 1,6%. Dit lage toenamecijfer heeft voornamelijk te maken met het vertrek van velen, om elders in Indonesië te studeren. Verder is het opvallend dat er een overschot is aan mannen.
Overigens geldt dit ook voor de eilanden Nila en Teon. Dit aspekt heeft tot gevolg gehad dat er relatief veel mannen buiten de TNS huwen, bij voorkeur met vrouwen uit de omringende eilanden zoals Wetar, Babar en Damar.
Deze voorkeur heeft weer te maken met het gegeven dat de adatsytemen (m.n. bij huwelijken) in de omliggende eilanden sterk met elkaar overeenkomen.

Middelen van bestaan.
Naast het beoefenen van de traditionele landbouw, wordt ook visserij bedreven. Beide produktiewijzen gebeuren nog op grond van de traditionele produktiemethoden.
De landbouwgronden behoren tot de persoonlijke bezittingen van de Marga (matah rumah).
Er zijn geen gemeenschappelijke gronden c.q. dorpsgronden aanwezig.
Beide bestaansmiddelen zijn op zelfconsumptie gericht. De export gerichte produkten zoals cengkeh, kopra, nootmuskaten, mangga en citrusvruchten worden op de markt gebracht op Ambon, Sorong en zelfs op Surabaya.

Deze vrouwen maken sapu lidi (bezem van nerven van de bladeren van een palmboom)

Uit: Landmonsterrollen, 1691-1790: In 1652 werd de VOC bezetting op het eilandje Damar door naburige eilandbewoners (Nila) overvallen. Negen dienaren, waaronder een Macassaar, werden vermoord. Het jaar ervoor had de VOC de bewoners van Damar gedwongen meer dan veertienduizend nootmuskaatbomen op het nabij gelegen eilandje Nila te vernietigen om te voorkomen dat concurrerende handelaren de nootmuskaat opkochten en zo de prijzen zouden worden opgedreven. Uit angst vestigden de Nederlanders zich op het nabij gelegen eiland Babar. Later werd de post op Damar, met de naam Wilhelmus, hersteld.

Gezondheid
De gezondheidssituatie van de TNS-ers is bijzonder goed te noemen. Zelfs ten tijde van het kolonialisme verschenen er gunstige rapporten over de gezondheid van de bevolking. Relatief komen er weinig ziektes voor. Voor een belangrijk deel is dit toe te schrijven aan een evenwichtig samengesteld voedingspakket veel vis, groenten en kasbi(casave). Het sterftecijfer is laag en de gemiddelde leeftijd is bijzonder hoog. Ouderen bereiken veelal de leeftijd van over de tachtig en zelfs hebben een aantal de honderd bereikt.
Op Nila is er een polikliniek en op Teon een hulppolikliniek. Zij beschikken echter niet over artsen. Er zijn 2 gediplomeerde mantri’s (verplegers) en 2 hulpverplegers. Op Serua zijn er geen medische voorzieningen aanwezig. Veelal wordt de traditionele medische beoefening toegepast.

Kruidnagelboom (Caryophyllus aromaticus)

Godsdienst en kultuur.
Het adatsysteem van de TNS wordt ook wel aangeduid als “Mori Uknu”, “Mori Tari”. Dit systeem vertoont verwantschap met de Zuid-west Molukse eilanden. De adat speelt een belangrijke rol. Het denken wordt sterk bepaald door de normen, waarden en het komplex aan leef-en gedragsregels van “Mori Tari”.

a. Mutusysteem.
Dit systeem regelt het huwelijk en andere adatceremoniën. De dorpsgebonden Mutu is verbonden met een aantal andere Mutu uit meerdere dorpen over de drie eilanden. Tussen de Mutu mag niet gehuwd worden. Zij vormen als het ware een familiestam, omvattende meer dan 2 Mata Rumah.

b. Nolta-systeem
Dit systeem is een overblijfsel van het kastesysteem. Het Noltasysteem is een verbond tussen 2 of meerdere Mutu. Er zijn Mutu welke met meer dan 20 andere Mutu een Nolta-verbond hebben afgesloten. Het Noltasysteem regelt de zuiverheid van de stam. Voor de christelijke periode werd uitsluitend met de Nolta gehuwd. Tegenwoordig is dit geen verplichting meer. In de praktijk huwt ruim 70% nog met een Nolta.

Er zijn twee soorten van systemen te onderscheiden: Beide systemen kennen een groot aantal regels. Hierin worden de rechten en plichten van haar leden geregeld. Door dit systeem is nagenoeg iedereen met elkaar verwant. De TNS kenmerkt zich dan ook als een hechte gemeenschap.

Een belangrijke kenmerk van haar eigenheid is dat de TNS-bevolking over een eigen taal beschikt. Uit de literatuur (Austronesische talen) blijkt dat de TNS over een aparte taal beschikt, welke weinig verwantschap vertoont met de Maleise en andere Bahasa Tanah talen op de Molukken. De ouderen beheersen het Bahasa Indonesia slecht, maar de jongeren zijn tweetalig. De basissocialisatie vindt plaats in de eigen TNS-taal.

Sinds het begin van deze eeuw zijn de TNS-ers gekerstend en zijn allen leden van de Protestantse Kerk. De laatste jaren m.n. in Waipia (Ceram) zijn de Pinksterkerken sterk gegroeid. In tegenstelling tot andere plaatsen in de Molukken heeft dit in TNS-verband niet geleid tot spanningen.

Naar Geschiedenis van Nila-TNS eilanden 3
Naar Startpagina

Geschiedenis van Nila-TNS eilanden 3

Link met het onderwerp: “mijn vader komt uit Nila”

Herhuisvesten op Zuid Seram.
In februari en maart 1978 verschenen er een groot aantal marinevaartuigen voor Teon, Nila en Serua. Zij werden op last van de Indonesische autoriteiten gestuurd om de bevolking in zijn geheel over te brengen naar Zuid-Seram in de nabijheid van het dorp Makariki. Meer dan 500 km. verder weg.


Een ooggetuige registreerde deze operatie als volgt: ” De mensen waren bang en angstig. Velen vluchtten de bossen in. Zij werden echter achterhaald door de Mariniers die in grote getale waren meegekomen. Ze waren aardig en beleefd, maar maakten ons duidelijk dat weigeren om mee te gaan niet werd geaccepteerd. We werden eerst naar Wulur op Damar gebracht en van daaruit naar Zuid-Seram. Vele waardevolle bezittingen moesten we achterlaten. Jong en oud, man en vrouw huilden van emoties. We zochten troost bij elkaar. Er werd geen maleis gesproken”.

” Pemukiman Penduduk TNS Maluku, suatu Proyek Kemanusian”. Hierin wordt de herhuisvesting van de TNS-bevolking beschreven op het eiland Seram.
De schrijvers plaatsen deze gehele operatie in het teken van opbouw en menselijkheid.
Het zou vooral gaan om de belangen van de TNS-bevolking in de toekomst veilig te stellen. Ze beëindigden het artikel dan ook met de volgende passage: ” Kini mereka sudah boleh hidup tanpa rasa bahwa gempa gunung berapi se-waktu2 bisa terjadi. Hidup dengan tenang, aman, dan tentram, sebagaimana warga negara Indonesia lainnya di dalam tanah airnya sendiri dari Sabang sampai Merauke. Berusaha membangun suatu kehidupan baru di pulau Seram alias pulau ibu, dengan semangat baru dan harapan baru pula menuju masa depan yang lebih baik”. (aldus: Sinar Harapan 17-03-1978).


Volgens de officiële woordvoerders van de Republiek Indonesia, werd tot deze grootscheepse operatie overgegaan in het belang van het volk. Binnen een tijdsbestek van enige maanden tot een jaar zou er een geweldige vulkaanuitbarsting plaatsvinden, waardoor de eilanden in de Bandazee ten onder zou gaan. De werkelijkheid is echter altijd anders. Tot nu toe heeft er nog géén vulkaanuitbarsting of iets dergelijks plaats gevonden. Het verhaal begint in 1974.

De regering in Jakarta stuurt een wetenschappelijk team bestaande uit geologen en vulkanologen naar de TNS-eilanden voor een onderzoek naar de aard en gesteldheid van de vulkanen. Het team concludeerde in haar “niet in de openbaarheid verschenen rapport”, dat de eilanden op een niet al te lange termijn in de Bandazee zouden verdwijnen.
Het jaar daarop verschenen ambtenaren van de provinciale voorlichtingsdienst om de bewoners te informeren over deze “gevaarlijke” situatie. De mogelijkheid om zich te hervestigen op Seram werd toen al voorgesteld. Dit alles zou op basis van vrijwilligheid geschieden. Verblijf op de eilanden zou op eigen verantwoordelijkheid geschieden.
In 1976 werden de bewoners opnieuw bezocht. Ditmaal ging het om een team bestaande uit sociaal-economische wetenschappers die de leefbaarheid van de TNS-eilanden nader moesten onderzoeken. In 1977 werd aan de bevolking gevraagd op vrijwillige basis mee te werken aan de plannen voor herhuisvesting. De bevolking reageerde niet enthousiast.
Er meldden zich geen vrijwilligers aan. In afwijking van de eerdere toezeggingen en plannen, werden de bewoners op nieuwjaar 1978 formeel op de hoogte gebracht van de maatregelen. Iedereen diende zich klaar te maken voor vertrek naar Zuid-Seram.

Het beleid van de Molukse overheid. Het herhuisvesten van een heel onderdistrikt (kecamatan) is voor Molukse begrippen uniek. Het met veel pretenties en ambities uitgevoerd project is met veel mysterie en mist omgeven. Tot nu toe wordt er nog slechts gesproken over “herhuisvesting”. Over evacuatie wordt niet langer gesproken.
Uit gesprekken met beleidsmedewerkers van de Provincie wordt slechts gewezen op de mogelijke vulkaanuitbarsting op de eilanden.

Op informeel nivo wordt nog gewezen op een aantal andere faktoren:
* Overbevolking van de eilanden. Gewezen is reeds op het aantal inwoners per km2. Maar dit speelde ook in het verleden en heeft zich altijd op spontane wijze opgelost.
* De onleefbaarheid. De gezondheidssituatie tekent zich bijzonder gunstig af ten opzichte van de rest van Indonesië. Overvloed aan voedsel en een evenwichtig voedingspakket garandeert dit ook voor de toekomst. Slechts infrastructurele problemen zijn er, maar dit geldt voor de gehele provincie Maluku.
* Gevaren ten gevolge van vulkanisme. Voorts is nog gewezen op mogelijke vulkanische processen, zoals het opspuwen van zwaveldampen en andere giftige gassen, zouden een direct gevaar opleveren voor de bevolking.Uit de beschikbaar gestelde rapporten kan niet worden opgemaakt dat deze gevaren reeël zijn, noch valt hieruit op te maken dat dergelijke processen, alsmede mogelijke uitbarstingen zullen plaatsvinden.

Meer duidelijkheid wordt verschaft bij het doornemen van de “repelita” (beleidsplannen). Een van de werkplannen werd opgesteld aan de hand van het onderzoek van het sociaal- economische team, welke in 1976 werd verricht op de TNS.
Dit rapport kreeg de pakkende titel ” Pemukiman kembali Penduduk Kecamatan TNS .” (de terugkeer van de TNS-bevolking door resettlement).
Dit plan zou passen in het kader van haar beleid om het grote eiland Seram te ontsluiten en te exploiteren.

Het eiland kent een grote economische potentie, maar is slechts dun bevolkt.
Vier ontwikkelingsprocessen lopen daarbij in het oog.


Trans Seram Highway

Deze zijn:
* Transmigratie/migratie/resettlement. Zoals bekend zijn deze vormen een van de prioriteiten van de Indonesische overheid voor wat betreft het oplossen van overbevolkingsproblemen in Indonesië (Java en Bali), anderzijds als stimulering van regionale ontwikkeling in de transmigratie gebieden. Seram is een ontvangstgebied voor transmigratie. Officieuze cijfers spreken over een aantal van 10.000 transmigranten die een toekomst op Seram moeten vinden. Een groot deel van hen zal in West-Seram (Kairatu, Piru) en Zuid-Seram (Masohi, Waipia) geplaatst worden. Deze gebieden zullen worden ontsloten door een van de twee wegen die in het kader van de trans-Seram-highway worden aangelegd.

* Industrialisering. Het laatste decennium is hard gewerkt aan de industrialisatie van Seram. Een belangrijke stimulans daartoe is de triplexindustrie in Waiserisa. Deze fabriek vormt een belangrijke schakel in de keten van hout- en verwerkingsfabrieken die te zamen als complex de grootste van Azië dient te worden. (Passo op Ambon, Surabaya op Java en een aantal op Kalimantan). Op korte termijn zal ook in de nabijheid van Waipia een houtfabriek worden gebouwd. Ten noorden hiervan is men al sinds enkele jaren bezig hout te kappen (deze wordt verscheept naar Waiserisa).

* Agro-industrie. In de vorige repilita (1984-1989) is het voornemen geuit om te komen tot grootschalige landbouwarealen. Deze agro-industrie zou zich grotendeels moeten toeleggen op exportgewassen. In verschillende streken van Indonesië is er reeds een start mee gemaakt. Dit systeem verloopt via het zgn. ‘Pir-bun systeem’, waarbij vaak ook transmigranten worden ingeschakeld.

Het systeem komt erop neer dat migranten een aantal ha. krijgt toegewezen.
Zij kunnen dit stukje land kultiveren. De oogsten biedt men aan bij een verwerkingsindustrie, die vervolgens de prijs vaststelt.
Dit systeem wordt ook wel vergeleken met het koloniale kultuurstelsel, daarin werden ook de risiko’s op de primaire producenten afgewenteld en waren zij met handen en voeten aan de ‘estate’ gebonden.
Een vergelijkbaar systeem is ook in Waipia toegepast. Hierbij ging het om het fokken van konijnen, varkens en runderen.
Er liggen thans plannen klaar om over te gaan tot exploitatie van sago op grond van de voorstellen van prof. Flach.
In Kairatu vindt dit reeds op kleinschalig nivo plaats.

* Bestuurlijke reorganisatie. De komende vijf jaar zal de Molukken op bestuurlijk niveau drastisch gereorganiseerd worden. Hierbij vervult de stad Masohi (nabij WaiPia) een centrale rol.
Masohi zal de hoofdstad van de Molukken worden en de stad Ambon zal moeten uitgroeien tot onderwijs- en handelscentrum van Maluku.
Dit heeft tot gevolg dat duizenden ambtenaren naar Masohi en omgeving zullen verhuizen.
In het licht van deze achtergrond zal de resettlement van de TNS-bevolking moeten worden geplaatst.? Hiermee is de vraag, waarom juist de TNS-bevolking is gekozen om aan genoemde processen deel te nemen niet beantwoord.

Geruchtencircuit
In het geruchtencircuit wordt nogal eens gewezen op een aantal andere motieven.
We noemen ze zonder dat we deze op de juiste waarde kunnen inschatten.?
Naast zwavel zou de TNS-eilanden over een aantal andere grondstoffen beschikken waaronder uranium?.
De TNS-eilanden zouden van militair strategisch belang zijn, vanwege haar gunstige ligging ten opzichte van “onrusthaarden” (Irian Jaya en Oost Timor).?
Een derde lezing is dat de wateren rondom de TNS aan Japanse visserijbedrijven in concessie zijn gegeven.? De afgelopen jaren zijn er wel verschillende boringen verricht en zelfs zou op 2 km van het Seruadorp Waru, naar olie zijn geboord.?
Wat hiervan allemaal waar is, is niet te zeggen. Maar de waas van mysterie en mist, welke door de overheid zelf in stand wordt gehouden maakt de stroom van speculatie en geruchtvorming mogelijk.

De herhuisvesting was een feit.

Naar Geschiedenis van Nila-TNS eilanden 4

Naar Startpagina

Geschiedenis van Nila-TNS eilanden 4

Link met het onderwerp: “mijn vader komt uit Nila”

Laatste deel – slot.

De herhuisvesting was een feit. De provinciale overheid droeg de eindverantwoordelijkheid van deze operatie. De operatie bestond uit: de evakuatie, transport, de opvang in het herlokatiegebied, de zorg en de begeleiding naar “self-reliance”.
De supervisie was in handen van de gouverneur Hasan Slamet. Van Jakarta ontving de provincie Rp. 283 miljoen. Het totale budget bedroeg Rp.1.275.000.000. De totale TNS-bevolking bedroeg ten tijde van de evacuatie ruim 4100 zielen.

De herlokatie lag niet ver van het dorpje Makariki. Het dorp Makariki ligt in Zuid-Seram, ongeveer 7 km van de stad Masohi verwijderd.
Het lokatiegebied bevond zich bijna 2 km landinwaarts. 4100 mensen werden ondergebracht in 50 uit zink opgetrokken barakken. Elke barak moest onderdak bieden aan 20 gezinnen.
Elk gezin had gemiddeld de beschikking over 60 m2. De vertrekken werden met zinken schotten van elkaar gescheiden. Er waren geen gezondheidsvoorzieningen aanwezig.


Klik op de kaart om te vergroten

Aan de voor en achterkant zijn de barakken aan de buitenlucht blootgesteld.Er zijn verharde wegen aanwezig. Na elke regenbui veranderde de lokatie in een modderpoel. Vijftig in de haast gelegde waterputten moest de bevolking voorzien van water.
Aan de gezinnen werden “sembilan bahan pokok” verstrekt. Een basispakket bestaande uit rijst, zeep, vis in blik, erwten, suiker, thee, klapperolie, zout en petroleum. Bij aankomst werd de bevolking ontvangen door Hasan Slamet. Hij sprak in zijn rede over “Een wending, die de TNS-bevolking ten goede zal komen, want haar toekomst en die van de komende generaties was nu zeker en veilig gesteld.”

Op verzoek van de autoriteiten werd een delegatie van TNS-ers samengesteld. Maar er diende zich geen vrijwilligers aan, zodat een aantal ouderen werden verplicht hierin zitting te nemen.

De evakuatie van de TNS-bevolking naar de tijdelijke lokatie in Makariki kreeg een negatief staartje. De voorzieningen waren te improvisorisch. De provinciale autoriteiten waren in feite niet berekend voor een dergelijke grote operatie. In de eerste plaats was de organisatie onvoldoende toegerust om de uitvoering en implementatie naar behoren te begeleiden.


Rivier WaiPia (Wai betekent water)

De opvanghuizen vertoonden een groot aantal gebreken en er was op geen enkele manier rekening gehouden met de acclematisatie van de TNS-bevolking. Gewend aan het klimaat en cultuur van kleine eilandbewoners, moest de bevolking wennen aan een ander klimaat. Het gevolg was dat de bevolking in een snel tempo verzwakte. Het sterftecijfer vertienvoudigde en dit leidde tot een uitzichtloze situatie.

Voor het eerst in haar relatie met de TNS-gemeenschap in Nederland, moest zij haar verzoeken tot hulp en bijstand. De TNS-gemeenschap in Nederland zond een waarnemer om de zaken naar juiste waarde in te schatten. Teruggekeerd rapporteerde hij als volgt: ” Bij hun aankomst werden ze gehuisvest in zinken barakken. Overdag is het in die barakken net een broeikas en ’s nachts is het door sterke temperatuurswisselingen te koud. Voor de bejaarden en kleine kinderen is het funest geworden. Er zijn al 70 mensen overleden tengevolge van deze operatie”.

Ironisch is hierbij dat de Molukse autoriteiten de operatie tot “proyek Kemanusiaan” (humaan) heeft gedoopt.
Volgens plan zou de TNS-bevolking slechts voor de duur van 2 maanden in de lokatie Makariki verblijven. De kritieken van de bevolking op de inrichting van de tijdelijke lokatie werd dan ook om die reden afgewimpeld, “Het gaat slechts om een korte periode”. De praktijk wijst opnieuw in de andere richting.


Rivier WaiPia (De kinderen verzamelen stenen, om naar hun dorp te brengen)

Kecamatan WaiPia T.N.S.Waipia is een soort “new-town”, dat 7 km hemelsbreed ten noord-westen van het dorpje Makariki ligt en ten zuiden van het dorpje Waraka. Een groot stuk ongerept regenwoud is ten behoeve hiervoor gekapt.
Volgens de overheid zou Waipia, kant en klaar worden opgeleverd. Het terrein zou in eerste aanleg worden gekapt. En vervolgens in gereedheid worden gebracht voor kultivering. De standaardwoningen zouden gelijkertijd worden opgeleverd. Tevens zouden nieuwe verharde wegen door en tussen de nieuwe dorpen worden aangelegd. Ook zou er een direkte verbinding tot stand worden gebracht met de Transseramweg, welke 2 km van Waipia is aangelegd.

Zoals reeds eerder is gesteld waren de Indonesische plannen ambitieus. Hasan Slamet (gouverneur van de Molukken) zei hierover in zijn toespraak:“Er zal hier een nieuwe stad herrijzen, met een totale grondoppervlakte van 2000 ha. Dit komt op een gemiddelde van 2 ha. per gezin. Voorts krijgen de gezinnen ieder een huis van 6 bij 9 meter, als volgt ingedeeld: huiskamer, 2 slaapkamers, en een eetkamer. Ten behoeve van toilet en badkamer zal een aparte ruimte van 2 bij 3 m worden gebouwd. De fundering en vloer zal bestaan uit beton, de muren uit “teakhout”.

Ook op andere terreinen worden veelbelovende beloftes gemaakt: elk gezin krijgt 100 tjengkeh (kruidnagelen) en 100 klapperbomen van 1 jaar oud. Ook is in het “plan” aan voorzieningen op korte termijn gedacht. Gedurende 9 maanden krijgen de bewoners een basisvoedselpakket. Ook de nazorg krijgt uitgebreid aandacht. De verschillende departementen zullen aktief participeren in het herhuisvestingsproces gedurende de eerste jaren


De weg naar WaiPia

Na 1 jaar blijkt er niet veel van deze plannen terecht gekomen te zijn. Een TNS-delegatie welke eind 1978 in het gebied aankomt beschrijft de volgende situatie. “de bevolking verblijft nog altijd in Makariki. Er heerste grote ontevredenheid onder de bevolking. Twee dorpen uit Teon weigeren nog langer mee te werken en verzoeken elders ondergebracht te worden. De bevolking is uitgeput en verzwakt. Apathie over de bestaande situatie is merkbaar. Men is onzeker over de toekomst en het liefst zou men al gisteren teruggekeerd zijn naar de TNS. De voedingspakketten zijn van slechte kwaliteit en de corruptie is groot. De medische zorg laat te wensen over. Een arts is niet altijd aanwezig en men is aangewezen op de verplegers die het veelal zonder medicamenten moeten doen.”

De overheid verklaart de vertraging vanwege een schrijnend tekort aan financiele middelen.
De woorden van Hasan Slamet: ” Tungguh sampai selesai sebab, pembangunan itu terus berjalan.” lijken te zijn weggestorven. Van coördinatie en supervisie is niet langer sprake.

De veelal uit de Ambonse eilanden afkomstige ambtenaren schijnen zich geen zorgen te maken, of zoals een van de bewoners zei: “We worden gezien als achterlijk”. Het oude koloniale vooroordeel lijkt opnieuw te herleven. In 1979 vertrekken de eerste bewoners naar de lokatie Waipia. Eén jaar hebben zij hierop moeten wachten. Pas in1981 is de herhuisvesting in strikte zin beëndigd.


De weg naar Desa Waru (Sarua-dorp)

De jaren tachtig kenmerkt zich door een toenemende afname in het vertrouwen van het overheidsbeleid. De verwachtingen zijn niet uitgekomen. De woningen zijn van bijzonder slechte kwaliteit. De fundatie en vloeren zijn slecht aangelegd, als gevolg van een te slechte verdeling tussen cement en zand (goedkoop). De muren zijn niet opgetrokken van teakhout, maar slechts voor een klein deel uit triplex. Het overgrote deel is opgetrokken uit zink. Het is hierdoor niet mogelijk om overdag thuis te zitten. De ‘opgeleverde’ 2 ha grond bestaat deels nog uit tropisch regenwoud. En voor zover het wel is bewerkt, is de grond nog bezaaid met bomen. De bevolking weet zich geen raad. Er zijn geen middelen aanwezig om de honderden bomen per ha. weg te slepen en te bewerken.

Pas in de tweede helft van de jaren tachtig wordt de balans opgemaakt.
De gronden zijn absoluut niet geschikt voor kruidnagelbomen en klapperbomen. De Universiteit van Pattimura heeft hiervoor speciaal onderzoek naar gedaan. Maar het heeft slechts mislukkingen geoogst. De kwaliteit van het onderzoeksrapport kan niet beoordeeld worden. Het rapport is voor de bevolking niet beschikbaar.
Ook nieuwe problemen ontstaan. Door het uitblijven van resultaten en het niet krijgen van de te verwachte overheidssteun, dreigt de bevolking ten onder te gaan.


De GPM-kerk van de gemeenten Bumei-Sifluru (Nila dorpen)

In 1980 blijkt er een malaria-epidemie te zijn uitgebroken. Door de overheid werden er geen maatregelen getroffen, middels het inzetten van doktoren en medikamenten.
Bijna 10% van de totale bevolking is tengevolge hiervan overleden. Een snelle aktie met behulp van de Novib heeft een totale halvering van de bevolking voorkomen. De meeste steun ontvangt de bevolking van de kerkelijke organisaties.

De situatie is in 1990 niet veel veranderd. De bevolking is na 12 jaar nog altijd niet in staat om voor zichzelf te zorgen (selfreliance). De 2 ha. grond levert nog altijd niet de gewenste resultaten op en levert slechts produkten (schaars) voor de eigen consumptie.
Van een evenwichtig voedingspakket is geen sprake. Vanwege de ligging t.o.v. de kust, en het ontbreken van vaartuigen, wordt vis zelden gekonsumeerd. En doordat ontsluiting van het gebied nog niet is gerealiseerd, kunnen zij zich moeilijk op de markt in Masohi richten. Het ontbreekt aan voldoende vervoersmiddelen en de wegen zijn nog niet gereed. Afgewacht zal worden hoe de nieuwe bruggen het zullen houden (reeds tweemaal ineen gestort).


Papa Han Sunloy en zijn vrouw: mama Barbalina Lekransy

De regering verleent krediet voor bepaalde aanplantingen. Zo is men gestart met het planten van klapper hybrida en cacao hybrida. De mensen kunnen een lening krijgen van rp. 1 miljoen (€ 540,00). De resultaten zijn niet echt bemoedigend, zoals de vele problemen bij het onderhoud van de tuinen. Ze beschikken over onvoldoende middelen om de tuinen tegen “wilde zwijnen” te beschermen.

In de huisvestingssituatie komt langzamerhand verbetering. Verbeteringen zullen ze echter uit eigen portemonee moeten betalen. Er staat hier geen inkomen tegenover. Alle gezinshoofden staan ingeschreven als boer en hebben ook elders geen kans op de arbeidsmarkt. Een aantal jongeren hebben getracht om op Ambon, Soerabaya en zelfs in Jakarta aan werk te komen. Ook zij keerden teleurgesteld weer terug.


De kinderen Lekransy

De onderwijssituatie laat veel te wensen over. Doorstroming naar SMP en SMA vindt nauwelijks plaats. De ouders zijn niet in staat om de schoolgelden en schoolkleding te betalen.Op Ambon bevindt zich een smal TNS-kader, welke de binding met Waipia goed blijft onderhouden.

De positie van de TNS-eiland speelt nog steeds een belangrijke rol in het leven van de mensen in Waipia. 2 keer per jaar keren de mensen in grote getale terug om hun produkten te halen en dit te verkopen op Ambon. Na de inzakking van de kruidnagel-prijs levert het jaarlijks niet meer op dan 50 tot 60 duizend roepiah (€ 27 – € 35). Hiervoor riskeren zij veel. In kleine en veelal niet zeewaardige prauwen varen 50 tot 70 mensen een week lang de Bandazee op om naar de TNS-eilanden te gaan. Deze boten zijn slechts geschikt voor 10 tot 15 mensen.
Het blijft altijd een riskante onderneming. Vanuit een noodgedwongen overlevingsstrategie moeten zij hier gebruik van maken.

Het verblijf in Zuid-Seram is merkbaar en zichtbaar aanwezig. De mensen zijn verzwakt en ontvankelijk voor allerlei ziekten. Ook zijn zij hierdoor improduktief geworden en zijn veelal niet meer in staat om zware lichamelijke inspanningen te verrichten.
Het is dan ook opvallend dat bij terugkeer (oogst) van de TNS-eilanden, de helft van elke dorp ‘plat’ ligt vanwege uitputting en ziekte.

Naar Startpagina

TNS eilanden, in de 2e WO

(Bron: The Netherlands Ex-Servicemen & woman’s Association Australia)

In de 2e wereldoorlog werkte een groep Nederlanders in nauwe samenwerking met Indische Nederlanders en Indonesiërs aan het verzamelen van inlichtingen in het te bezetten gebied.
Op vele manieren werden gevaarlijke en moeilijke opdrachten uitgevoerd.
Hierover is in 1985 een boek verschenen “Acties in de Archipel”.
NEFIS was de naam voor Netherlands Forces Intelligence Service. Elke bepaalde richting van aanpak had een eigen codenaam. Uit dat boek volgt hier zomaar een stukje over “Turnip”, een van die acties..

Turnip opereerde in de loop van haar bestaan ook op de eilanden Teun en Serua.
Het Nefis III (Netherlands Forces Intelligence Service) verslag van 3 november I944 gaf aan dat de ploeg zeer bevredigende resultaten behaalde en vele waardevolle inlichtingen verzamelde over onder andere Ambon en Ceram: ‘Een prauw, die enige tijd geleden naar Ambon vertrokken was, is zojuist teruggekeerd met zeer waardevolle intelligence-berichten’.
Enige moeilijkheden hebben zich voorgedaan sinds één der naar Ambon uitgezonden prauwen werd beschoten en tot zinken gebracht door geallieerde vliegtuigen. De bemanning kon zwemmend de Ceramwal bereiken en is met een andere prauw teruggekeerd.’

Bij de uitvoering van her volksbewapeningsprogramma was directeur NEFIS (luitenant-kolonel Spoor) te hard van stapel gelopen.
Hoewel de OBSO en de Nederlands-Indische autoriteiten in Australië het plan goedkeurden, had GHQ-SWPA, op advies van kolonel Roberts (AIB) – daarvoor nog geen officiële toestemming verleend. Het Nefis-maandverslag over november en december 1944 vermeldde dat door de Nefis wapens en instructeurs waren binnengebracht na de mededeling van kolonel Armstrong van sectie G 2 dat GHQ wel geen bezwaren tegen het plan zou hebben. Hoewel het bewapeningsplan nog ‘through the proper channels’ moest worden gespeeld, was men onmiddellijk met de volksbewapening begonnen, mede omdat de transportmiddelen op dat tijdstip aanwezig waren.

Eind I944 had men de bevolking van Nila en Teun van wapens voorzien en geoefend in het gebruik ervan. Het verslag deelde mede dat de aangelegenheid door de luitenant-gouverneur-generaal (Van Mook) en de OBSO (luitenant-generaal van Oyen) met GHQ besproken was. Het hoofd-kwartier was niet gelukkig met de volksbewapening, maar had besloten de kwestie verder te laten rusten.

Onder leiding van luitenant ter zee 1e klas J.J. Steensma van staf NEFIS III bureau Nautische Zaken, werd in de maanden november/december 1944 de toegang tot de Boemeibaai verbeterd door met behulp van springstof bressen te slaan in de ervoor liggende koraalriffen. De daardoor ontstane geulen maakten het binnenvaren met prauwen gemakkelijker en boden tevens goede mogelijkheden om Nila te zijner tijd in gebruik te nemen als basis voor PT-boten.

“Boemeibaai”

Luitenant ter zee 1e klas Steensma was op 22 oktober I944 met een Catalina aangekomen. Aan boord bevonden zich ook kwartiermeester P. van der Klis, ons reeds bekend van het LMS, en onderluitenant H.P.G. van Haren (pas bevorderd), die bestemd was om de werkzaamheden van Tehoeroepoen op Nila over te nemen.
Tegen het vallen van de avond naderde de Catalina behoedzaam de kust aangezien men niet zeker was van de situatie op het eiland. Na aan land te zijn gekomen hoorde Van der Klis plotseling luid in het Maleis tellen: ‘satoe, doea, tiga’. In de overtuiging dat er daarna van alles kon gebeuren, schreeuwde hij ‘liggen’.
Als grote anticlimax begon een fluitorkest daarop het Wilhelmus te spelen ter verwelkoming van de aangekomenen?.

Van der Klis: “Ik kreeg een bed, dat leek wel een slaapcel op zichzelf. Ik dacht dat het voor mij alleen was, maar er huisde ook een hele kolonie wandluizen en ander ongedierte. Daardoor lag ik alsmaar te draaien en – wie schetst mijn verbazing – ik werd wakker toen ik mij naar beneden voelde vallen!
Het bed was gammel dus dat was op zichzelf niet zo vreemd. Toen ik echter een halve meter gezakt was, voelde ik me ineens weer omhoog gaan. Hier moest iets helemaal niet kloppen. Ik pakte voorzichtig mijn zaklantaarn, nam een handgranaat in de andere hand en dacht: Nu zullen we maar zien wat er verder gebeurt. Na met de lantaarn onder het bed geschenen te hebben, bleken er vier Nila bewoners onder te zitten en die tilden me netjes weer omhoog want ze hadden natuurlijk wel verwacht dat ik door het bed zou heengaan”.

“De volgende ochtend ging onderluitenant Van Haren naar het toilet en ik liep achter hem. Plotseling zag ik hem een noodsprong maken en schrok me rot. Wat gebeurde er nou weer. Het toilet was tjap poelau Nila, gebouwd bij een steile rots. Toen Van Haren bezig was, liepen er varkens tegen de bamboepalen te schuren. Hij dacht minstens dat er een aardbeving begonnen was en schrok zich wild”.
Van der Klis meende evenwel dat alles op de duur wende.

Turnip II patrouilleerde regelmatig de omliggende eilanden af en ook dat leverde vele gegevens op. Het zenden van geselecteerde bewoners naar Ambon ging door.
Als centrum van het prauwenverkeer bleken de Damar-eilanden veel intelligence-materiaal op te leveren.
Het Nefis-maand-verslag over februari 1945: ‘De Turnip party (Nila) werkt uitstekend en verschaft waardevolle gegevens over het Damar-gebied, Ambon en thans eveneens over Timor.’

Met ingang van 1 januari I945 nam sergeant 2e klas Faoetngiljanan de leiding van onderluitenant Van Haren over. De sterkte van de party werd toen teruggebracht tot zes man. Behalve de genoemde partyleden bracht ook ander personeel van Nefis III periodiek enige tijd door op het eiland, meestal in verband met de wapenopleiding of bevoorradingsaangelegen-heden.
Turnip II had grote invloed op de houding van de bevolking der Damar-eilanden.
Nu daadwerkelijk steun werd verleend, was de angst voor de Japanners verdwenen en werkte men in alle opzichten mee.
Als voorbeeld daarvan bracht de bevolking in maart 1945 vijf Indonesische politieagenten binnen, die door de Japanners naar het eiland waren gestuurd?.

De acties van deze mensen hebben nooit de waardering gekregen die ze verdiend hebben met ongekende moed en durf. Velen, maar al te veel van de leden, zijn nooit teruggekeerd.

Prins Bernhard schreef in zijn voorwoord: “Het is bijzonder toe te juichen dat een publicatie is tot stand gekomen die de activiteiten van een beperkte groep militairen aan de vergetelheid ontrukt”.

Naar Startpagina