Vallen, opstaan en doorgaan met Terence Schreurs

Tekst: Angelique Loupatty. Foto’s: Razor Sharp

Ze heeft een indrukwekkend CV. Zelf vergeet ze wel eens hoe lang ze met haar vak bezig is: 17 jaar. Erg bijzonder, helemaal als je bedenkt dat de filmwereld in Nederland heel klein is. In een gesprek met haar komen twee eigenschappen naar voren die haar lange carrière misschien wel verklaren: inzicht en doorzettingsvermogen. Actrice: Terence Schreurs.

Het leven van Terence bestaat, net als een tv-serie, uit een aantal delen. Twee ervan heeft ze bijna achter de rug en binnenkort begint ze aan haar derde. In de eerste twee afleveringen speelden haar vader, moeder en zusjes een belangrijke rol. 

Terence is begonnen als danseres. Ze volgde een HBO-dansopleiding bij Lucia Marthas, waar ze ook acteerlessen kreeg. Dansen was haar manier van communiceren en haar gevoelens uiten. Iets waar ze vroeger moeite mee had want ze was geen prater. Dus danste ze met veel passie. Die passie kreeg een andere wending toen ze een ongeluk kreeg.

Insert-1-Terence-Schreurs-by-Rayzor-Sharp Pukul dia
“Een prater was ik niet; ik was veel meer gezellig of grappig. Het dansen heeft mij wat dat betreft heel erg geholpen in de ontwikkeling tot wie ik nu ben. Het gaf me letterlijk vleugels. Toen dat plotseling wegviel vanwege het ongeluk dat ik kreeg, vond ik dat echt vreselijk. Door het ongeluk kwam ik in het ziekenhuis terecht. Ik had me toen al een tijdje van mijn familie afgesloten omdat ik zo over gefocust was om de beste danseres te worden. Als de eerste mensen die je in het ziekenhuis komen bezoeken je ouders en je hele familie zijn, dan word je zo hard in je gezicht geslagen. Ik had echt het gevoel alsof mijn oma mij een tik had gegeven, zo van ‘pukul dia’ (geef haar een tik).
Ik dacht ‘shit, dit heb ik niet goed aangepakt’. Alles moest wijken door mijn focus voor het dansen, wat ik niet alleen voor mijzelf maar ook voor mijn ouders deed. Maar wat ik vergat, is dat pa en ma mij ook nodig hadden als kind. Het enige waar ik aan kon denken in het ziekenhuis was, dit ga ik goedmaken.”

Nadat Terence gerevalideerd was, vocht ze zichzelf terug tot op haar oude dansniveau. Daarna heeft zij nog twee jaar gedanst terwijl ze al die tijd de acteerlessen bleef missen. 

“Ik had zulke klappen gehad dat ik daardoor ook dacht ‘is dit wel wat ik wil?’. Ik vind het fantastisch om werelden te creëren voor mensen. Maar niet op deze manier, niet met dansen. Toen heb ik besloten om aan te kloppen bij de grootste castingdirectors.
Ik vond het doodeng maar als ik het niet doe, doet niemand het. Dat zit in mijn karakter; ik kan er niet tegen als mensen klagen maar er niets aan doen. Zo wil ik niet zijn. De castingdirectors gaven mij één kans. Toen heb ik mijn eerste auditie gedaan. Dat was zo’n bijzondere ervaring omdat ik merkte dat het me bracht bij wat ik graag wilde.”

“Opa, dat zie je verkeerd. Papa kan echt heel veel.”
“Mijn moeder heeft veel in haar mars maar heeft daar op werkgebied niets mee gedaan omdat ze kinderen kreeg en mijn vader heeft niet gedaan wat hij graag zou willen doen.
Hij is zo ongelooflijk handig met zijn handen; hij wilde prothesemaker worden. Daarnaast is hij een geweldige muzikant (drummer – red.).
Mijn opa heeft uiteindelijk de keuze voor mijn vader gemaakt. Hij vond het verstandig dat mijn vader in de fabriek van IBM zou beginnen, zich dan omhoog zou werken, daarna trouwen en een gezin stichten. Dat wordt jouw geluk, zei opa tegen mijn vader. In die tijd gebeurde dat bij andere gezinnen ook. Maar waar ouders dan aan voorbijgaan, is wat iemand echt wil.

Insert-2-Terence-Schreurs-by-Rayzor-SharpIk had graag een gesprek met mijn opa willen hebben. Dan zou ik zeggen ‘opa dat zie je verkeerd, papa kan echt heel veel’. Het raakt me nog steeds. Desondanks hebben mijn ouders wel het geluk gevonden. Als we met z’n allen op de camping staan en ik zie mijn vader van alles en nog wat doen dan ben ik zo trots. Wat lijk ik veel op mijn pa, denk ik dan, maar wat ben ik blij dat hij mij de kans wel heeft gegeven. Een mens dat geboren wordt, vind ik al zo’n groot cadeau. Het geeft iemand anders niet het recht om vervolgens het leven van iemand te vormen. Helpen wel maar niet voor iemand beslissen.”

Na de eerste auditie ging het voor de wind met de acteercarrière van Terence. De ups en downs die ze aan het begin daarvan meemaakte, hadden geen invloed op haar acteerprestaties. Zo veel passie heeft ze voor het vak.

“Mijn vader is ongelooflijk trots op mij en mama ook. We hebben samen wel heftige periodes meegemaakt. Zo was ik op enig moment de realiteit kwijt, alsof ik in een bubbel leefde.
Ik was toen 25 zat in allerlei tv-series. Je wordt bekend, staat in bladen en verdient veel geld. Mensen om je heen doen zich voor als je vrienden maar ondertussen profiteren ze van jou. En daarin sloeg ik door omdat ik het niet meer begreep. Op een gegeven moment trok ik dat niet meer. Ik raakte oververmoeid, was veel aan het feesten en dan raakt je lichaam opeens op.

Mijn familie stond toen weer voor mij klaar en dankzij hen ben ik daar goed uitgekomen.
En met behulp van psychologen ben ik me gaan leren uiten. De cultuur van mijn ouders dicteert dat je bepaalde dingen binnenshuis moet houden en zelf moet oplossen. Maar dat kan niet altijd. Het was dus fijn om te horen dat mijn ouders het erg moedig vonden dat ik hulp vroeg. Door gesprekken met mijn ouders en mijn zusjes werd mij duidelijk wie zij zijn. We leerden elkaar toen pas echt goed kennen.”

“Ik ga mijn eigen slingers uitdelen aan de wereld. Niet andersom.”
“Ik heb altijd tegen mijn ouders gezegd: ‘pa en ma, ik ben jullie dankbaar dat jullie mij op de aarde gebracht hebben. En het is mijn feest. Ik ga mijn eigen slingers uitdelen aan de wereld niet andersom’. Dat vond ik belangrijk voor mijzelf en ik ben zo blij dat ik daarin op mijn opa lijk.

Papa TjaloMijn opa was dominee op Ambon. Toen hij in NL kwam, is hij in Middelburg gaan wonen. Tussen Nederlandse mensen, met Nederlandse en Molukse vrienden.
Hij heeft zich nooit afzijdig willen houden maar hij was van mening dat we (Molukkers – red.) het samen moeten doen (met Nederlanders – red.). Hij is een van mijn grootste voorbeelden geweest en een van mijn grootste motivaties om te acteren. Puur om naar mijn opa toe te bewijzen dat zijn reis en zijn inzet niet voor niets geweest zijn.
Die mindset geeft mij de drive om te doen wat ik doe. Dat zijn belangrijke, fundamentele dingen. Dat is ook waarom jij hier bent.”

Het eerste deel van Terence draaide om haar passie voor het dansen. Het tweede deel om haar liefde voor acteren. Het derde deel komt er snel aan.

“Vorig jaar ben ik gevraagd om acteerles te geven op de academie. Ik word er zo gelukkig van als ik uit jongeren datgene kan halen waardoor ze denken ‘Kan ik dat?’ Tekst in je hoofd stampen, is simpel maar daar is niets mee gezegd. Dan speel je nog niet want er is meer: wie is de persoon die je speelt, waar gaat het over, wat voor ouders heeft die persoon, heeft hij/zij een geloof? Je moet dieper gaan en dan kom je tot een punt waarop je je fantasie mag terugbrengen. Ik wist niet dat ik dat kon, jonge mensen motiveren om hun eigen ik terug te zien krijgen en ongelooflijk zien verbeteren in hun spel.
Misschien is dit wel mijn functie in het leven op dit moment.

Als ik terugkijk, heb ik een behoorlijke wandeling gemaakt en sta ik nu op een mooi punt. Als je een avonturier bent, moet je leren vallen, opstaan en doorgaan. Dat heb ik tot nu toe zelf meegemaakt. Dat geldt voor mijn vak, voor wie ik ben en hoe ik met familie omga. Het is allesomvattend.”

Naar Startpagina

Ibadah Natal 2013 & Tahun Baru 2014 – TNS Nederland

Vooraankondiging TNS dag 18 jauari 2014Zaterdag 18 januari 2014 – “Ibadah Natal 2013 & Tahun Baru 2014 TNS Nederland”
Kerst- en Nieuwjaarsviering van en voor de TNS-ers in Nederland.
TNS-ers zijn afkomstig uit de eilanden Teun, Nila en Serua.
Noteer deze datum.

TNS eilanden
Op de meeste landkaarten worden de TNS-eilanden slechts aangeduid middels 3 kleine stippen. Zij behoren tot de categorie van “kleine bewoonde eilandjes” van Indonesië.
Nila is het grootste eiland met een grondoppervlakte van 8,5 km2, gevolgd door Serua met zo’n 4,5 km2, Teun is de kleinste van de drie met slechts 3,5 km2 grondoppervlak.

De TNS eilanden liggen in de Bandazee en worden gerekend tot de “zuidelijken” of wel “terselatangroep”. De TNS-eilanden zijn gelegen in het Zuidwesten van de Molukken.
Het dichtstbijzijnde eiland in het Noorden is het eiland Banda, in het Oosten de Kei-eilanden, in het Zuidoosten liggen de Tanimbar-eilanden en in het Zuiden liggen de Babar-eilanden. De afstand vanuit Ambon-stad bedraagt omstreeks 400 km. De onderlinge afstand tussen Teun, Nila en Serua bedraagt tussen de 60 en 100 km.

De eilanden zijn ontstaan door erupties onder de oceaanbodem, gevolgd door vulkanische uitbarstingen. De eilanden worden dan ook gekenmerkt door een bergachtig vulkanisch reliëf. De drie vulkaaneilanden behoren tot de strato-type.

TNS-ers in Nederland
In Nederland vormen de TNS’ers een kleine Molukse minderheid.
De TNS-ers zijn op verschillende manieren in Nederland gekomen.

De eerste groep zijn de TNS-ers, die bij de KNIL (Koninklijke Nederlands Indisch Leger) hebben gediend. Tot deze groepen behoren o.a. de families Kunu, Kurmasela, Tutkey, Tanate, Tuakora, Lutoerkey, Pelmelay, Letwory, Serpara, Marantika en Korlefura. Zij zijn hier in 1951 met de boot gekomen en in verschillende “kampen” opgevangen. Ze zouden tijdelijk in Nederland verblijven en later naar de Molukken worden gebracht om te worden gedemobiliseerd, wat echter nooit heeft plaatsgevonden.

PuNila

De tweede groep zijn de TNS-ers, die bij de Koninklijke Nederlandse Marine zaten. De families Workala, Pormes, Lekrans(t)y, Marantika, Sarioa, Serpara en Leunura. Deze families worden natuurlijk opgevangen door de marine. Ook deze groep is in 1951 naar Nederland gekomen. De reden waarom deze twee groepen naar Nederland zijn gekomen, is het einde van de koloniale bewind in Nederlands Indië.

De derde groep TNS-ers kwamen in 1962 uit de voormalige Ned. Nw-Guinea nu Papua (Indonesië). Bij de overdracht van Ned. Nw-Guinea aan Indonesië, hebben zij mogen kiezen of zij in Nw-Guinea blijven of naar Nederland “repatriëren”.
Zij hebben immers de status van Nederlands-onderdaan niet Nederlander. En in Nederland gekomen, krijgen zij automatisch de Nederlandse nationaliteit. Tot deze groep behoren de families Wonmaly, Lekransy, Sarioa, Liptiay en Letwory.

De laatste groep, zijn de TNS-ers, die door huwelijken en andere redenen naar Nederland zijn gekomen. Deze zijn o.a. de families Talaksoru, Resley, Pormes, Sarioa, Leksala, Nuniary, Kilay, Rittiaw en Jasso.
Als ik iemand vergeet of in een andere groep heb geplaatst, stuur mij even een mail.

Lees meer over Teun, Nila en Serua

Naar Startpagina

Herdenkingsdienst ‘TNS-ers 60 jaar in Nederland’

Het is nu 60 jaar geleden dat onze eerste generatie voet aan wal zette in Nederland. Sindsdien zijn wij alleen maar gegroeid.
We zien elkaar bij festiviteiten, maar vooral bij afscheid nemen van onze naasten. Onze vaders, opa’s ojangs die in 1951 naar Nederland zijn gekomen, zijn er niet meer.

De samenleving wordt individueler, we raken van elkaar vervreemd.
En dat is ook logisch, maakten we in het verleden alleen maar deel uit van de Molukse gemeenschap en later van de Nederlandse samenleving, nu zijn we allemaal wereldburgers geworden. En dan, kost het steeds meer moeite om bestaande contacten te onderhouden.
In 60 jaar worden drie generaties geboren. En dat kunnen wij niet ongemerkt laten gaan.

Geen feest, geen manifestatie, maar heel eenvoudig een herdenkingsdienst met daarna tijd om bij te praten, adressen, facebook, e-mails uit te wisselen. De laatste nieuwtjes uit TNS met elkaar delen.

Maar vooral om 60 jaar in Nederland te gedenken, kerst en het nieuwe jaar.
En dit alles in een.

Wanneer: 14 januari 2012…… van 13.00 tot 18.00 uur
In de Stichting Kandjoli, Jan Jansweg 69/a in Wierden

Schrijf het op en laat ons weten of je komt? Mail naar eliasmarantika@gmail.com


Mori Tari Mori Uknu
Ad-hoc Werkgroep Utara Timur
Eli Marantika – Isak Korlefoera – Willem Tanate – Agus Pormes

Naar startpagina

In memoriam Papa Bantji Lekransy

Met een gevoel van grote dankbaarheid dat wij hem zo lang bij ons mochten houden, delen wij mee dat heel rustig en vredig van ons is heengegaan, mijn onvergetelijke en lieve echtgenoot, onze vader, opa en overgrootvader.
 
Dengan suatu perasaan syukur dan terimakasih karena ia boleh berada sebegitu lama disamping kami, kini telah berpulang ke rahmatullah dengan sangat tenang dan damai, yang tak terlupa: suami, bapa, tete dan oyang kami tersayang.
 

Frans Thoranus Lekransy
– Bantji –

 
Geboren op: 2 februari 1926 te Bumei Pulau Nila (Maluku)  
Overleden: 2 januari 2010 te Hilversum
 
Ch. Lekransy -Lo’ko
Kinderen, kleinkinderen
en achterkleinkinderen
 
God de Here is het licht in mijn leven.
Hij beschermt mij altijd.
Hij schenkt vergeving en herstelt ons in ere.
Mensen die volkomen naar Zijn wil leven,
worden rijk door Hem gezegend.
Psalm 84:12
 
De troostdienst zal plaatsvinden op donderdag 7 januari om 20.00 uur in de Ned. Hervormde Sypekerk, Nieuw Loosdrechtsedijk 171 te Loosdrecht.
 
De uitvaartdienst wordt gehouden op vrijdag 8 januari om 11.00 uur in de Ned. Hervormde Sypekerk, Nieuw Loosdrechtsedijk 171 te Loosdrecht. Aansluitend vindt omstreeks 14.30 uur de teraardebestelling plaats op de Algemene Begraafplaats aan de Rading te Loosdrecht.
 
Naar Startpagina

Ver van familie (film)

Van: Marion Bloem
Met: Anneke Grönloh, Terence Schreurs, Riem de Wolff, Katja Schuurman en vele anderen. .
(klikken voor de cast)

Ver van familie‘, is een bewerking van de gelijknamige roman van Marion Bloem, is een film over Indo’s (Indische Nederlanders), die in Nederland een nieuw bestaan hebben moeten opbouwen, maar zich nooit helemaal los hebben kunnen maken van hun verleden. De film geeft met humor en ontroering zicht op de hechtheid van een migrantenfamilie, maar ook op de benauwende kant van de hechte familieband..

Terence Schreurs
Bijzonder trots zijn wij TNS-ers, op onze Terence. Zij speelt een belangrijke rol in deze film.
Terence’s moeder komt uit Serua één van de TNS-eilanden.
TNS (Teon-Nila-Serua)-eilanden, zijn drie kleine eilanden in de Zuid-West Molukken. In Nederland vormen de TNS-ers een kleine Molukse minderheid.

Terence speelt de rol van Barbie König. Naast die van oma Em is het de hoofdrol. Barbie is een meisje dat vrijwel door iedereen in haar omgeving is verlaten. Haar ouders leven niet meer. Aan het begin van het verhaal woont ze in Amerika. Als ook haar stiefmoeder overlijdt, vertrekt ze naar Nederland om op zoek te gaan naar haar roots, en eigenlijk naar één persoon in het bijzonder: oma Em.

Over haar eigen oma’s zegt Terence: “Mijn Molukse oma, oma Wonmaly, is overleden toen ik vijftien was. Daar heb ik heel veel moeite mee gehad en ik mis haar nog steeds, omdat ze het fundament was van de familie. Mijn andere oma, oma Schreurs, was al eerder overleden, toen ik nog veel jonger was”.

Info’s : Ver van familie  foto: Ruud Pos

Vanaf 23 okt. 2008 in de filmtheaters Klikken: Waar u de film kunt bekijken

Naar Startpagina

Impressie van TNS Visie Dag – 29 maart 2008

Als vervolg op het succesvol TNS-weekend in mei 2006, organiseert de Visiegroep ‘TNS naar de Toekomst’ deze TNS-dag.

De Visiegroep ‘TNS naar de Toekomst’ is ontstaan uit de bespreking tijdens dit TNS-weekend.
In deze groep zitten de volgende personen:
Terence Schreurs (moeder is Tine Wonmaly), Miriam Bakker (moeder is Nora Wonmaly), Harry Lekranty, Noes Sarioa, Max Liptiay, Scato Leunura en Nanny Pormes.

TNS (Teon-Nila-Serua)-eilanden, zijn drie kleine eilanden in de Zuid-West Molukken. In Nederland vormen de TNS’ers een kleine Molukse minderheid.

De Teoneze families in Nederland zijn : Kurmasela en Nuniary.
De Nilanezen in Nederland dragen de volgende namen : Marantika, Letwory, Tanate, Sarioa, Korlefura, Serpara, Lekrans(t)y, Leunura, Liptiay en Tuakora.
De Seruanezen in Nederland zijn herkenbaar aan de familienamen: Resley, Wonmaly, Pormes, Kunu, Tutkey, Luturkey, Pelmelay, Talaksoru, Rittiauw, Jasso, Workala en Kilay.
Als ik iemand vergeet, stuur mij even een mail.

Dag programma
De TNS Visiedag, verdient de kwalificatie: ‘zeer geslaagd’. De opkomst was geweldig. De aanwezigheid van de vele TNS’ers uit de 3e generatie gaf aan hoe belangrijk zij deze dag vonden. Alle beschikbare zitplaatsen van het Moluks Cultureel Centrum ‘Stichting Gosepa’ in Huizen waren bezet.

Deze dag werd geopend met een kort gebed, waarin bung Eki Liptiay om Gods leiding en zegen vroeg.
Het gaf een apart gevoel, een ‘wij’ gevoel, toen iedereen na het gebed, staande het TNS lied zong.

Lagu TNS – (TNS lied)
Sioh TNS tanah airku,
jang ku pudji pada siang dan malam
Karna engkau ‘ku sengsara
Meninggal ibu,bapak, saudara

Refrein: Biar di rantau di bunuh
Beta tak lupah sedjarahmu
Ku serahkan tenagaku
Untuk membela nusa dan bangsaku

“TNS op weg naar de toekomst”
In deze middagsessie, presenteerde de TNS Visiegroep haar Intentie verklaring, die de TNS-ers in Nederland op weg moesten gaan leiden naar de toekomst. In een zeer openhartige discussie, soms ook emotioneel, werden de gestelde punten behandeld. De TNS-ers uit de 3e generatie lieten hierin duidelijk hun stem horen.
De dagvoorzitter, John Wattimena verdiende voor zijn voortreffelijke leiding een ‘jempol’ (pluimpje).
De vergadering denkt mee, praat mee en neemt aan het eind van de middag dan ook een positief besluit.

Na de vergadering werden onze TNS ouders uit de 1e generatie, die gekomen waren, in het zonnetje gezet. Ze kregen ieder een bosje bloemen. Heel goed dat we niet alleen naar de toekomst kijken, maar ook onze TNS-ouders koesteren.

De 1e generatie TNS-ers, die op deze dag waren

Reactie van één van de Visiegroepleden:
“Wij als TNS visiegroep hebben genoten van de opkomst, meepraten meedenken en meebeslissen. Het deed ons erg goed dat er veel jongeren(3e generatie) aanwezig waren. Hier deden wij het ook voor. Trouwens de opkomst onder de TNS was erg groot. Dit geeft al aan dat de TNS in Nederland niet dood is. Wij hebben ons doel bereikt met deze dag en hopen dat dit een motivatie is voor de jongeren om dit op te pakken. Wij zullen hiervoor onze steun geven”.

De ontmoetingen waren hartverwarmend. Het leek veel op een reünie. Ontmoetingen van mensen, die elkaar jaren niet hebben gezien. Onder het genot van hapje, drankje en lekkere portie nasi ramas ging het dagprogramma ongemerkt over naar avondprogramma.

Avondprogramma
Het avondprogramma was erg divers. De DJ’s Jordan en Marlon waren verantwoordelijk voor de beat, waarbij de jongeren constant op de dansvloer te vinden waren.
De band SABOR verzorgde de gehele muzikale omlijsting van de avond. Sabor staat voor “smaak, pit en geestigheid”. Vanaf het begin tot het einde wist Sabor het publiek mee te slepen met hun muziek. Dat de TNS-ers van feesten houden, is algemeen bekend. Vele TNS-ers zijn ook erg bekend in de muzikale wereld.

Workshop streetdancing
“Weekend was echt tof !! leuke spelletjes ! Echt heel erg gezellig ! Lekker gefeest ! En te laat naar bed”.
Dat was de reactie van Yaël Sarioa 2 jaren geleden over het TNS weekend.
Nu staat hij op het podium als een zeer talentvolle ‘danser’ de danslustige TNS-ers een workshop streetdance te geven. Geconcentreerd volgden de toekomstige dansers alle passen en snelle bewegingen van Yaël.
De bewegingen zijn vrij losjes en komen luchtig over. Geweldig te kijken naar deze jonge TNS-ers “, die op de ‘beat bouncen’.

'meet the streetdancers'

Papeda wedstrijd
Op de Molukken en Papua, dient papeda als basisvoeding en is voor velen de vervanger van rijst. Papeda wordt gemaakt van sagomeel. Met koud water wordt de sagomeel aangelengd tot een glad papje. Door al roerend, kokend water toe te voegen, wordt het papje glazig en stijf. Dan is de papeda klaar. Omdat papeda nagenoeg geen smaak heeft wordt papeda gegeten met groenten en of met ‘pittige’ vis.
Papeda eet men niet met vork en lepel, maar men slurpt dit naar binnen.

Acht kandidaten hadden zich gemeld om aan deze papeda-slurp wedstrijd deel te nemen. Met plastic schort om zaten ze om de tafel, waarop bord met papeda in kecapsaus voor elke kandidaat werd neergezet. Op startsein bogen de kandidaten zich over hun borden en probeerden het sagopapje zo snel mogelijk naar binnen te slurpen. Binnen 10 seconden was de winnaar bekend. Richard mag zich vanaf nu, TNS kampioen papeda-slurper noemen.

Papeda-slurp wedstrijd

Salsa demonstratie en workshop
. 1, 2, 3 … 5, 6, 7 … 1, 2, 3 … 5, 6, 7 … klonk door de boxen. De dansvloer was overvol. Niet alleen met de oudjes, ook de danslustige streetdancers wilden de salsakunst leren. Compliment, hoe snel zij het oppakten. Mister Salsa Raimond: de heren beginnen met linkervoet naar voren….. Eerst de stappen naar voren en naar achter, dan zijwaarts en tot slot de draai…. Vooraf aan de workshop gaven Raimond en Penny demonstratie salsa dansen. Gratieus bewogen ze op de dansvloer, bovenlichaam recht en de bewegingen van uit de heupen…. Het leek allemaal zo gemakkelijk. Nu, nu je het zelf moest doen, was het toch even pffff …. 1, 2, 3 … 5, 6, 7…

TNS Visie dag, was een succesvolle dag. Dat aan het einde van de avond, niemand aanstalten deed om naar huis te gaan, was een duidelijk bewijs….. “TNS Visiegroep bedankt……”

Hier enkele reacties uit Anak2 TNS hyves ( 3e generatie TNS’ers ):
TNS dag, groot succes…. Tns-dag was super!!…. Volgende TNS dag ben ik wel aanwezig! …… ik was ook bij de tns dag,was wel een succes …… TNS dag was gwoon de SHET,snel snel snel weer ….. TNS-DAG helemaal top. TNQ TNQ ……. TNSDAG WAS AWESOME…. echt leuk om iedereen weer te zien…snel weer?!!

Bekijk hier de TNS-foto’s

Naar Startpagina

Speciale dank aan dr. Mariëtte van Selm

Mijn speciale dank aan dr. Mariëtte van Selm voor het beschikbaar stellen van het artikel: “De nieuwe adat” aan Ahiolo-Weblog.
Een heel belangrijke aanvulling op de TNS-geschiedenis.

Dr. Mariëtte van Selm studeerde geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Op onderstaande bronnenpublicatie promoveerde Mariëtte van Selm in 2003.

Protestantse kerk op de Banda-eilanden
Deze bronnenstudie vormt een onderdeel van een reeks van 5 delen over de Molukse kerk: twee delen over de kerk in de periode van de VOC, twee delen over kerk en zending in de 19de eeuw en dit deel over een specifieke kerk: die van Banda in de 19de eeuw.
Daarnaast zullen nog kleinere studies verschijnen over de Molukse kerk op afzonderlijke eilanden als Ternate, Halmaheira, Buru, etc. Door de oorlog in de Molukken liep het onderzoek vertraging op, maar des te verheugender is het dat deze bronnenuitgave over de Molukse kerk in de 19de eeuw gepubliceerd is.

Protestantse kerk op Bandaneira

De documenten die in deze delen zijn opgenomen zijn uniek, zij zijn afkomstig uit het Nationaal Archief te Den Haag, het Nationaal Archief te Jakarta, verschillende overheids- en zendingsarchieven in Engeland, en uit de zendingsarchieven van de vroegere Raad voor de zending van de Nederlandse Hervormde Kerk te Oegstgeest.

De uitgaven betreffende de Molukken in de Grote Reeks van de Werkgroep geschieden onder eindredactie van prof. P.N. Holtrop, prof. dr G.J. Schutte en dr Th. van den End.

Protestantse kerk op de banda-eilanden
Auteur: Dr. Mariëtte van Selm
Uitgever: Boekencentrum Uitgevers, Zoetermeer
Medium: Boek
EAN: 9789023917823
ISBN: 9023917820 / 90-239-1782-0

Hieronder het E-mail bericht van  Dr. Mariëtte van Selm op 27 februari 2008

Onderwerp: TNS

Geachte mijnheer Lekransy,

Bij toeval kwam ik deze week op uw weblog Welcome to Ahiolo terecht, waar ik las wat u in 2005 allemaal uit boeken en websites heeft weten op te duiken over de geschiedenis van Teun, Nila en Serua. Ik neem mijn petje voor u af, want ik weet uit ervaring dat het moeilijk is om iets over de geschiedenis van deze eilanden en hun bevolking te vinden.
Ik was er namelijk, notabene omstreeks dezelfde tijd dat u erover schreef op uw weblog, ook naar op zoek voor een artikel in een boek.
Ik heb dat artikel vooral gebaseerd op informatie die ik in archieven over Banda vond tijdens het onderzoek voor mijn proefschrift over de Protestantse Kerk op de Banda-eilanden in de 19de eeuw. Misschien vindt u het aardig om mijn artikel over TNS te lezen, ik stuur het u hierbij als pdf-bestand toe.

Met vriendelijke groet,

dr.Mariëtte van Selm
Projectmedewerker Indisch Knooppunt
http://www.hetindischknooppunt.nl
Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV)
Postbus 9515
2300 RA Leiden
071 5274822

De nieuwe adat (1)

Naar Startpagina

De nieuwe adat (1)

Christendom en onderwijs op Teun, Nila en Serua (Oost-Indonesië)
in het begin van de twintigste eeuw.

Door:dr. Mariëtte van Selm

Hun namen veranderden in de loop der tijd niet of nauwelijks. Francois Valentijn noemde ze in 1726 Teuw, Nila en Ceroewa. Negentiende eeuwse bestuurders hanteerden de Moluks-Maleise namen Teoen, Nila en Seroe(w)a. Op hedendaagse kaarten van Oost-Indonesië worden ze vermeld als Teun, Nila en Serua. Deze eilandjes, stuk voor stuk niet groter dan enkele kilometers in doorsnee, zijn kleine stipjes in de Oost- Indonesische Bandazee. Ze maken deel uit van de zogenaamde Binnen-Banda-boog: een reeks van eilanden die van Wetar over Roma en Damar noordwaarts naar de Banda-eilanden loopt.
De bodem van deze eilanden bestaat uit vulkanisch gesteente: vruchtbaar, maar in het geval van Teun, Nila en Serua ook gevaarlijk.
Vanwege een dreigende vulkaanuitbarsting liet de Indonesische overheid de gehele bevolking van deze drie eilandjes circa 5.000 mensen in de tweede helft van de jaren zeventig van de vorige eeuw naar de zuidkust van Seram (Midden Molukken) verhuizen. Daar vormt Teun-Nila-Serua (afgekort: TNS) sindsdien een apart sub-district, terwijl de eilanden zelf onbewoond achtergebleven zijn.

De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) lijkt voor Teun weinig belangstelling te hebben gehad. Serua en Nila daarentegen werden gedurende de zeventiende eeuw een aantal malen met militaire expedities bezocht. Omdat de VOC in het kader van haar specerijenmonopolie besloten had om op uitsluitend de Banda-eilanden
de teelt van nootmuskaat en foelie toe te staan, moesten alle nootmuskaat-bomen elders in de Molukken worden vernietigd.
Door deze extirpatiepolitiek zouden eilanden waar extirpatie had plaatsgevonden onaantrekkelijk worden voor concurrerende westerse mogendheden en werd een kunstmatige schaarste gecreërd die de prijs van de specerijen opdreef.
De vernietiging van nootmuskaat-bomen beroofde de bevolking van Nila en Serua van een belangrijk ruilmiddel voor regionale handel, maar verzet tegen de militaire overmacht van de VOC was weinig succesvol. Nadat een experiment met de export van zwavelrijke aarde van Nila, door de VOC ook wel Zwavelberg genoemd, vanwege gebrek aan raffinagemogelijkheden op Banda was gestaakt, raakten Serua en Nila in vergetelheid.

De zwavelberg van het eiland Nila

In de eerste helft van de negentiende eeuw mochten de ‘Zuidwestereilanden’ zo genoemd vanwege hun ligging ten opzichte van de Banda-eilanden, zich in hernieuwde aandacht van het koloniaal bestuur verheugen. Die belangstelling concentreerde zich echter op de grotere eilanden: Kisar, Wetar, Leti, Moa, Babar en Damar. Deze eilanden werden door gouvernementsambtenaren aangedaan op hun inspectiereizen en op deze eilanden vestigden zich zendelingen die door het Nederlands Zendelinggenootschap (NZG) waren uitgezonden.

De drie kleine eilandjes verderop in de Bandazee, ten noordoosten van Damar, bleven buiten beschouwing. Dat vond niet in de laatste plaats zijn oorzaak in het klimaat. Tussen december en april was de Bandazee rondom Teun, Nila en Serua uiterst moeilijk bevaarbaar. De krachtige westmoesson veroorzaakte in die periode hevige stormen en zware regen- en onweersbuien.
Na een korte kenteringsperiode trad in april of mei de tweede natte periode in, waarin de overigens minder heftige oostmoesson het voor het zeggen had. Van augustus tot november werd het heet en droog, waarna in december de westmoesson opnieuw losbarstte. De moessons verhinderden de bevolking van met name Nila en Serua niet om uit te varen naar omringende eilanden.

Naar Startpagina

De nieuwe adat (2)

Christendom en onderwijs op Teun, Nila en Serua (Oost-Indonesië)
in het begin van de twintigste eeuw.

Door: dr. Mariëtte van Selm

De resident van Banda, onder wiens bestuur Teun, Nila en Serua formeel ressorteerden, rapporteerde in 1830 over Nila: “Het volk nog op den huidigen dag in eenen volmaakten wilden staat daarhenen levende, voedt zich bij ontbering van het geringste kleed, dan alleen het schortje tegen den onderbuik vastgemaakt, met raauwe bladen en putréfiante visch. (1)

Hetzelve is zeer handelbaar, jaarlijksch komen alhier eenige vaartuigen van dezelven ten handel. Elk vaartuig heeft doorgaans de geheele negorij, bestaande uit 40 – 50 manschappen, aan boord. De artikelen voor den ruilhandel bestemt, zijn altoos orembaijen, van verschillende grootte, welke voor de besten van den geheelen archipel gehouden worden; voorts varkens, bokken en geiten, uijen, koening (2) en gember enz., waarvoor zij gaarne wapens als parrangs en hakmessen, ook grove lijwaden, waarmede zij weder op de omliggende eilanden hun winst doen, in ruiling ontvangen. Van eenen gelijken stempel is dat van Seroea, hetwelk in alles, als levenswijze, huishouding en handel, met eerstgenoemde veel overeenkomst heeft. Beiden natiën spreken afzonderlijke talen, beiden beminnen tot overmaat toe de arak (3).

Het bewerken van klappernoten

In latere jaren werd gemeld dat van de ‘Serua-eilanden’ naast prauwen en kleinvee ook grote hoeveelheden klappernoten op Banda werden aangevoerd.
Soms ook vestigden bewoners van Serua zich tijdelijk op de Banda-eilanden, om daar inkomsten te verwerven als arbeider in één van de nootmuskaatperken of als visser.

Begin 1858 rapporteerde de toenmalige resident van Banda over hen:
De heidenen die op de Banda-eilanden gevonden worden, zijn inlanders van de Baber-, Seroea- en Tenimbereilanden. Zij zijn in den regel achterblijvers van de jaarlijks van die eilanden hier ten handel komende praauwen en veel ijveriger dan de christenen of mohamedaansche burgers, zoodat zij in den regel niet naar hunne haardsteden terugkeeren dan na eenig geld bespaard te hebben.
Stil en ordelijk, niet behebt met de ondeugden der burgers dezer residentie, steken zij gunstig bij deze af en is hun verblijf alhier niet alleen nuttig, maar ware het wenschelijk dat zij tot vaste nederzetting in grootere getale op de Banda- eilanden konden worden overgehaald. Daar zij echter allen na korteren of langeren tijd weder huiswaards keeren, is het niet te veronderstellen dat pogingen daartoe met gunstigen uitslag zullen worden bekroond”.

Het dorp Bumei

Huiswaarts wilde zeggen: terug naar één van de dorpen op Teun, Nila of Serua.
Teun telde in het begin van de twintigste eeuw in elk geval vier dorpen: Layeni, Mesa, Yafila en Watludan. Op Nila lagen Rumdai, Bumei, Siplono en Wotai. Op Serua bevonden zich Jerili, Lesluru, Terana en Waru.

Doordat gedetailleerde kaarten van de eilanden ontbreken, is onbekend waar elk dorp zich precies bevond. Traditioneel lagen dorpen in de ZuidOost-Molukken op goed verdedigbare plaatsen als heuveltoppen en kapen. Op bevel van het koloniaal bestuur vestigde de bevolking zich in nieuwe dorpen aan de kust, die voor het koloniaal bestuur beter controleerbaar waren. Het dagelijks bestuur van de eilanden was in handen van orang kaya en kepala soa, lokale hoofden.

(1) Rotte vis
(2) kunyit, kurkuma wortel, in fijngemalen vorm gebruikt bij de bereiding van rijst en vis.
(3) brandewijn, gestookt van rijstwater of palmsap

Naar Startpagina

De nieuwe adat (3)

Christendom en onderwijs op Teun, Nila en Serua (Oost-Indonesië)
in het begin van de twintigste eeuw.

Door: dr. Mariëtte van Selm

Aan het einde van de negentiende eeuw deed het christendom (opnieuw) zijn intrede in de Zuidelijke Molukken. Drijvende kracht achter deze uitbreiding van het christendom waren de predikanten van de Indische Kerk op Ambon, die daarin gesteund werden door het bestuur over de Protestantse Kerk in Nederlands-Indië te Batavia.
De inlandse jongens die al sinds jaar en dag op Ambon werden opgeleid tot godsdienstonderwijzer en gemeentevoorganger werden niet langer uitsluitend in (bestaande) gemeenten in de Midden-Molukken geplaatst, maar verschillenden van hen werden uitgezonden naar de Zuidwester- en Zuidoostereilanden.

Op Kisar, Leti, Tanimbar en Aru, later ook op de Kai-eilanden en Babar, werden hulppredikers geplaatst, die toezicht hielden op de inlandse gemeenten in hun ressort. Eenmaal per jaar kwamen de hulppredikers, onder leiding van één van de Ambonse predikanten, in conferentie bijeen om de stand van kerkelijke zaken in de Midden- en Zuid-Molukken te bespreken.
Voor de bekostiging van één en ander werd een beroep gedaan op het gouvernement, op bestaande gemeenten en op de nieuwe gemeenten zelf. Het gouvernement verschafte de hulppredikers een traktement en subsidieerde het door de guru gegeven onderwijs als dat door ten minste tien leerlingen werd gevolgd.

Protestantse kerk op Bandaneira

Van de nieuwe gemeenten zelf werd in elk geval verwacht dat zij hun guru van woonruimte voorzagen en een schoolgebouwtje oprichtten. Overige kosten, zoals die van lesmateriaal voor het godsdienstonderwijs en benodigdheden voor de eredienst, werden gedragen door bestaande gemeenten in de (Midden-)Molukken.
Daartoe werden op verschillende plaatsen zendingsverenigingen en evangelisatiefondsen opgericht.

Op Ambon werd een Centraal Evangelisatiefonds in het leven geroepen.
Ook de kerkenraad van Banda-Neira verklaarde zich, daartoe door het kerkbestuur aangespoord, bereid om bij te dragen in de kosten van het zendingswerk in de Zuidelijke Molukken.
In 1894 besloot de kerkenraad om per kwartaal ƒ 100,00 omgerekend naar hedendaagse koopkracht ruim € 1.100,00 ter beschikking te stellen. De Ambonse predikanten deden de kerkenraad de suggestie om dit bedrag te besteden aan de bekostiging van twee godsdienstonderwijzers op respectievelijk Teun en Serua. De menschen van Saroea komen zeer vaak te Banda, zoodat ook op die wijze door u kan gecontroleerd worden welke vruchten het school- en godsdienstonderwijs op die eilanden afwerpt, zo luidde de motivering.

Gedenksteen van de Protestantse kerk op Bandaneira

In het besluit van de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië van 7 februari 1900 No 46 (Bijblad No 5481) werd het geven van geestelijke leiding aan de inlandsche christenen op Teun, Nila en Serua echter nog opgedragen aan de hulpprediker in het verre Waai (Ambon).
Pas vanaf 1914 was sprake van een officiële band tussen de Banda-eilanden enerzijds en Teun, Nila en Serua anderzijds.

In dat jaar werden de drie eilanden aan het ressort van de predikant vanaf 1917: hulpprediker van Banda toegevoegd. Hij diende de gemeenten op Teun, Nila en Serua tweemaal per jaar te bezoeken voor een inspectie van de scholen en de bediening van doop en avondmaal.

Ook voerde hij de financiële administratie, de inning en uitbetaling van subsidies, traktementen en collecten van de gemeenten en scholen op de drie eilanden.
Met de inspecteur voor het inlands onderwijs correspondeerde hij over de verlening van subsidies en de toestand van het schoolonderwijs.

In overleg met de predikant-voorzitter van de commissie van hulppredikers te Ambon zorgde hij voor de (over)plaatsing van guru jemaat op Teun, Nila en Serua.
Er moest worden gewoekerd met mankracht. In de Zuidelijke Molukken waren veel meer dorpen van een guru te voorzien dan aspirant-onderwijzers met goed gevolg de examens aflegden. Alleen Jerili (1908), Bumei (1910), Layeni (1913) en Rumdai (1914) hadden al in een vroeg stadium een eigen voorganger-onderwijzer
gekregen. Hun aanstelling was mede vanwege het tekort aan onderwijzers vaak van langere duur.

De ‘inlandse’ jongens, werden op Ambon opgeleid tot godsdienstonderwijzer en gemeente voorganger. ( mijn vader staat rechts vooraan op de foto, voor de kijkers links).

Guru jemaat van Jerili (Serua) C.M. Haullussy, die eerder als guru jemaat op Kisar en Wetar werkzaam was geweest, spande de kroon: hij bearbeidde Jerili en nabijgelegen dorpen maar liefst dertien jaar (1908-1921).
Maar ook de ambtstermijnen van anderen waren respectabel: D.J. Soplanet, eerder guru jemaat op Damar, stond van 1913 tot 1921 aan het hoofd van kerk en school te Rumdai (Nila). In Bumei, op hetzelfde eiland, werkte van 1916 tot 1923 inlands leraar J.A. Latumahina.

Layeni op Teun werd in die periode bediend door guru jemaat D. Heumassy (1916-1922).
Haullussy en Heumassy droegen overigens op hun eigen wijze een steentje bij ter opheffing van het tekort aan onderwijzers: Haullussy leidde één, Heumassy twee eigen zoons tot onderwijzer op.

In hun werk werden de guru jemaat bijgestaan door tua agama, letterlijk vertaald: geloofsoudsten. Zij werden op verzoek van de hulpprediker van Banda, die zijn verzoek doorgaans baseerde op een voordracht van de guru jemaat, aangesteld door de predikant-voorzitter van de commissie van hulppredikers op Ambon.
In dorpen die (nog) geen eigen guru jemaat hadden, fungeerden de tua agama als de ogen en oren van de guru jemaat in het naburige dorp.
Zij hielden mede toezicht op het zedelijk gedrag van gemeenteleden en het schoolgaan van kinderen.
Ook werden op enkele plaatsen diakenen, syamas, aangesteld.

In het schoolonderwijs kregen de guru hulp van vrijwilligers, kwekelingen en kandidaat-hulponderwijzers. Dit waren doorgaans jongens die van de eilanden zelf of van naburige eilanden afkomstig waren en enkele jaren op een school op Teun, Nila of Serua werkten alvorens op Ambon het examen tot kwekeling of hulponderwijzer bij het inlands onderwijs af te leggen.

Naar Startpagina